Wat te doen aan stijgende soa- en hiv-cijfers bij mannen met homoseksuele contacten?
Uitkomsten van een Europese expertmeeting over preventiestrategieën
Wim Zuilhof, Schorer – homo lesbisch gezond, senior medewerker hiv/soa-bestrijding
Door de antiretrovirale therapie (combinatietherapie met hiv-remmers of ‘HAART’) zijn jarenlang toegepaste preventiestrategieën en boodschappen minder effectief geworden en zijn vernieuwingen noodzakelijk. Schorer organiseerde over dit thema in de afgelopen jaren diverse activiteiten zoals debatten, workshops en de publicatie van het boek ‘Je lust of je leven’ (over 20 jaar homo hiv-preventie in Nederland). In het najaar van 2004 heeft Schorer in samenwerking met het Aids Fonds een Europese expertmeeting georganiseerd met als titel: ‘Addressing the Rise in HIV and STI Rates among MSM in Western Europe’.
Preventieprogramma’s aanvankelijk effectief Zo’n vijfentwintig jaar geleden begon in de westerse landen de hiv-epidemie. Een dodelijke ziekte en de angst daarvoor werden voor veel mannen met homoseksuele contacten (MSM) een dagelijkse realiteit. In veel westerse landen werden preventieprogramma’s voor hen opgezet. Deze waren vaak innovatief, niet moraliserend en ‘community based’; ze sloten goed aan bij de seksuele leefstijlen van de betrokken groep. Ze bleken effectief, ook omdat de noodzaak en urgentie om verspreiding van hiv te voorkomen collectief werd gevoeld.
Combinatietherapie en risicogedrag De combinatietherapie heeft het beeld van hiv onder mannen die seks hebben met mannen ingrijpend veranderd. Mannen met hiv nemen weer deel aan alles wat het leven te bieden heeft. De dagelijkse angst, de afgrijselijke symptomen en het sterven zijn goeddeels verleden tijd. Met hiv valt nu te leven. Hoewel ‘barebacking’ (bewust kiezen voor onveilige seks) een betrekkelijk weinig voorkomend verschijnsel lijkt dat met name bij de media een hype is, maken stijgende hiv- en soa-cijfers en de resultaten uit gedragsonderzoek duidelijk dat mannen die seks hebben met mannen vaker onbeschermde anale seks hebben dan voorheen. Dit speelt niet alleen in Nederland. Preventie-organisaties voor deze bevolkingsgroep in andere West-Europese landen blijken zich in vergelijkbaar vaarwater te bevinden. Een uitwisseling en kritische bespreking op West-Europees niveau lag daarom voor de hand. Tijdens een driedaagse bijeenkomst in Bergen aan Zee kwamen 26 professionals uit 11 West-Europese landen en Australië bijeen, allen werkzaam in de hiv-preventie, sociaal-wetenschappelijk of epidemiologisch onderzoek. Doel was te bespreken hoe de ontwikkelingen in seksueel gedrag onder mannen die seks hebben met mannen te duiden zijn. Als een onontkoombaar gevolg van de combinatietherapie, een falen van preventiestrategieën, of zijn er andere oorzaken?
Overeenstemming overheerste, maar verschil in opvatting over de opstelling van de gezondheidsorganisaties ten opzichte van mannen die seks hebben met mannen en de daaruit volgende toonzetting van campagnes, bleven bestaan. Zo zijn we bijvoorbeeld In Nederland directiever dan in Groot-Brittannië, waar vaker wordt gekozen voor promotie van risicoreductie-strategieën. Uitkomsten Enkele belangrijke conclusies en aanbevelingen zijn:
- Mannen die seks hebben met mannen staan open voor adviezen, mits deze aansluiten bij hun leefstijl en behoeften.
- Behandelingsoptimisme onder mannen die seks hebben met mannen is moeilijk aantoonbaar. Het is belangrijk dat zij realistische informatie over hiv-behandeling krijgen.
- Condoomgebruik is nog steeds de meest effectieve manier om verspreiding van hiv te voorkomen. Dit blijft de kernboodschap. Maar MSM hanteren ook andere risicoreductie-strategieën. Informatie daarover kan in specifieke situaties wenselijk zijn. De verantwoordelijke organisaties moeten hierin duidelijke keuzes maken.
- Vroege opsporing is bij hiv-infectie minstens zo belangrijk als bij andere soa, zowel voor het individu als om verdere overdracht van hiv te voorkomen. Het testen moet worden gestimuleerd en testfaciliteiten moeten voor mannen die seks hebben met mannen toegankelijk zijn. Nieuwe strategieën (sneltesten, outreach testen) kunnen daaraan bijdragen
- Mannen die seks hebben met mannen worden geďnformeerd over postexpositieprofylaxe (PEP) en PEP-behandeling moet op basis van eenduidige criteria goed toegankelijk zijn. De effecten van PEP op seksueel gedrag moeten worden bewaakt.
- Sleutelfiguren uit de homo-infrastructuur moeten worden betrokken bij preventieactiviteiten en worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid.
- De mogelijkheden van internet kunnen beter worden geëxploreerd. Mannen kunnen via internet worden aangesproken, maar alleen op een respectvolle en niet opdringerige wijze, waarbij privacy behouden blijft.
- We moeten duidelijkheid krijgen over welke subdoelgroepen in het bijzonder ondersteuning nodig hebben en deze voorrang geven. De tijd van ‘one size fits all’ is voorbij.
Verdere plannen tot samenwerking Door de bijeenkomst zijn de contacten tussen de deelnemende organisaties geďntensiveerd. Op diverse terreinen – zoals ontwikkeling van strategieën en boodschappen, preventieactie op basis van gedragsmonitoring – bestaan plannen voor verdere samenwerking. Schorer heeft de conclusies en aanbevelingen van de expertmeeting overgenomen.
In het najaar van 2005 organiseert Soa Aids Nederland een bijeenkomst over ‘Positive prevention’ – met vergelijkbare opzet. En mede op verzoek van de deelnemers aan de eerste meeting gaat Schorer in het najaar van 2006 een 2de expertmeeting organiseren.
De achtergrondnotities, ‘reviews’, mondelinge presentaties en de weerslag van de discussies tijdens de expertmeeting zijn vastgelegd in een uitvoerig eindrapport. Dit Engelstalige rapport kan worden gedownload op www.schorer.nl. Klik op ‘publicaties’ en vervolgens op ‘informatie’.
top
|