Jaargang 3, nummer 2 - juni 2006 Terug naar home
Print versie
Veilig bloed: een voetnoot in aidsbestrijding!


Cees Smit, oud-lid van de NCAB en oud-coödinator van de Nederlandse Vereniging van Hemofilie-Patiënten

Transfusie van geïnfecteerd bloed vindt – vooral in ontwikkelingslanden – nog veelvuldig plaats. Het niet langer betalen van bloeddonoren kan een belangrijke bijdrage leveren bij het oplossen van dit probleem.

Onveilige seks, onveilig spuiten en onveilig bloed vormden aanvankelijk de grootste risico’s van overdracht van hiv. Van de wereldbevolking heeft echter 82% nog steeds geen toegang tot veilig donorbloed, ondanks het feit dat er nu al twintig jaar een hiv-test is voor bloeddonaties. In ontwikkelingslanden wordt jaarlijks aan zes miljoen mensen bloed verstrekt dat niet getest is op hiv, hepatitis-B en -C. Mede hierdoor komt het dat met hiv besmet bloed in Afrika nog steeds 5% van alle nieuwe hiv-infecties veroorzaakt. In de Nederlandse aidshulpverlening aan ontwikkelingslanden zou meer aandacht voor veilig bloed op zijn plaats zijn.
Een andere belangrijke stap is het door internationale organisaties en overheden opnieuw aan de kaak stellen van de praktijk van het betalen van donors voor het afstaan van hun bloed of bloedplasma. Een weer zeer actueel onderwerp, nu eind 2005 in de VS een documentaire is uitgebracht over de betrokkenheid van Bill Clinton - als gouverneur van Arkansas - bij het tegen betaling afnemen van bloed van gevangenen.

een veilige bloedvoorziening Begin 2005 verscheen in het International Journal of STD’s & AIDS een artikel van Volkow & Del Rio, waarin zij constateren dat het onderwerp ‘veilig bloed’ verworden is tot een voetnoot in het internationale aidsbeleid. Net als de Wereldgezondheidsorganisatie, bepleiten ook zij een wereldwijde aanpak van het probleem, waarin vooral de vermindering van het aantal betaalde donoren voorop moet staan. Volgens hen heeft het betalen van bloeddonoren in landen als Zuid-Afrika, Mexico en China tot een onnodige vergroting van de problemen geleid.
Een betrouwbare bloedvoorziening is essentieel voor het verbeteren van de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, met name voor vrouwen en kinderen. Meer dan een half miljoen vrouwen overlijdt jaarlijks als gevolg van complicaties bij de bevalling of bij een abortus. Van deze complicaties is een kwart ten gevolge van bloedingen, waarvoor op dat moment géén of slechts onveilig transfusiebloed beschikbaar is. Eén op de vijf kinderen in Afrika overlijdt als gevolg van bloedarmoede door malaria en deze situatie kan verbeteren door een betere bloedvoorziening. Wanneer wel een bloedtransfusie gegeven wordt, is het vaak van een donor wiens bloed niet getest is op hiv, hepatitis-B of –C en in veel gevallen is in ontwikkelingslanden het bloed afkomstig van een betaalde donor. In het laatste geval is vaak sprake van een verhoogd risico van een virusinfectie.
Volkow en Del Rio verwijten internationale organisaties, overheden en de medische gemeenschap, dat zij medeverantwoordelijk zijn voor veel door bloedtransfusies opgetreden hiv-besmettingen. Zij zijn jarenlang niet of onvoldoende opgetreden tegen de betaling van donoren en de internationale handel in bloed. Nu de aidshulpverlening aan ontwikkelingslanden vraagt om een stevige medische infrastructuur, komt het probleem van een ontoereikende bloedvoorziening in vele landen wederom om de hoek kijken.

de veiligheid van bloed: het debat over betaling van donoren De discussie over het belang van de veiligheid van bloed en bloedproducten was al aan de gang voor de aidsproblematiek in beeld kwam. In 1971 verscheen ‘The gift relationship, from human blood to social policy’, het inmiddels klassiek geworden boek van de Engelse socioloog Richard Titmuss. Hierin stelde Titmuss de betaling van donoren voor hun bloed aan de kaak. Hij waarschuwde er voor dat door te betalen voor bloed een potentiële groep donoren werd aangetrokken, die een verhoogd risico met zich mee bracht van de overdracht van allerlei op dat moment bekende virussen, zoals hepatitis-B-virus, maar ook onbekende virussen. Titmuss vergeleek de bloedinzameling in het Verenigd Koninkrijk met die in de VS. In het Verenigd Koninkrijk werd en wordt het geven van bloed gezien als een altruïstische bijdrage aan de samenleving waar geen geld bij betrokken is.
In de VS daarentegen kon iemand – zeker in de jaren zestig – zijn of haar halve liter bloed tegen betaling verkopen. Titmuss toonde met statistieken aan dat door voor bloed te betalen men ook een hogere kans liep op overdracht van virussen. Hij bepleitte dat een land in zijn eigen behoefte aan bloed en daaruit afgeleide bloedproducten moest kunnen voorzien. Afhankelijkheid van andere landen, en zeker van landen waar voor bloed betaald werd, wees hij af.
In 1982 kwam ditzelfde onderwerp ook uitgebreid aan de orde in een boek van de Nederlandse journalist Piet Hagen. Nieuw aan dit boek was dat het uitgebreid inging op de internationale handel in plasmaproducten voor onder andere de behandeling van hemofilie en ook de minder fraaie handel van bloed uit de derde wereld naar de VS en Europa aan de kaak stelde.

een nieuw virus: hiv Piet Hagen’s boek ‘Blood: gift or merchandise, towards an international blood policy’ bevatte ook de eerder door Titmuss gedane waarschuwing voor internationale handel en uitwisseling van bloedproducten met het oog op de overdracht van (on)bekende virussen. Hagens boek verscheen in 1982, vrijwel tegelijkertijd met de eerste berichten over een nieuw virus, het latere hiv. Op dit punt - de relatie tussen de overdracht van hiv en bloedtransfusies - was er in die tijd in eerste instantie sprake van veel ontkenning van de mogelijke risico’s. De onderlinge verwevenheid van patiënten, artsen en farmaceutische bedrijven betrokken bij de behandeling van hemofilie, heeft in een aantal landen – maar niet in Nederland – zeker vertragend gewerkt op een tijdige waarschuwing voor het aidsrisico bij gebruikers van bloed en bloedproducten. In Japan zou het zelfs tot eind 1987 duren voordat de eerste waarschuwingen over een hemofilie- en aidsrisico rondgingen.

de rol van gouverneur bill clinton In de VS is inmiddels ook de rol van Bill Clinton ter discussie gesteld. Eind oktober is daar de documentaire film ‘Factor 8: The Arkansas Prison Blood Scandal’ in première gegaan (www.factor8movie.com). Deze film, waaraan zeven jaar onderzoek is voorafgegaan beschrijft de afname van bloed van gevangenen in de gevangenissen van Arkansas. De staat Arkansas is hiermee doorgegaan tot 1994. Onder de eindverantwoordelijkheid van Clinton was daarvoor een contract afgesloten met een bedrijf, dat het bloedplasma vervolgens heeft doorverkocht aan een aantal farmaceutische bedrijven. Op deze manier is het in een aantal landen, waaronder Japan en Canada terechtgekomen waar het een groot aantal besmettingen met hiv en hepatitis-C heeft veroorzaakt. Deze besmettingen zijn onderwerp geweest van rechtszaken in Japan en een nog lopende rechtszaak in Canada.

een nieuw pleidooi voor onbetaalde donoren Tegen deze achtergrond van een al meer dan 35 jaar lopende discussie over het al of niet betalen van donoren en de bewijsvoering om daarvoor vooral niet te betalen, is het opmerkelijk dat het pleidooi voor onbetaalde donoren als een ‘never ending story’ nu weer opnieuw naar voren komt.
Internationaal is het heropenen van deze discussie uitermate nuttig, omdat het een basisbijdrage kan leveren aan het opzetten of verbeteren van de medische infrastructuur in ontwikkelingslanden. Politiek gezien is het van belang dat een signaal wordt gegeven aan politici, die vaak onder druk van de farmaceutische industrie pleiten voor verruiming van de regels voor de betaling van donoren.
Voor Nederland is de discussie vooral van belang voor de beleidsmakers in het aidsveld. Zij kunnen bij het opstellen van plannen en de beoordeling van projecten in ontwikkelingslanden dit aspect betrekken.
Daarnaast zouden de Nederlandse overheid, ontwikkelingsorganisaties en Sanquin, de organisatie die de Nederlandse bloedvoorziening regelt voor verschillende ontwikkelingslanden een hulpverleningsproject kunnen opzetten dat de lokale bloedtransfusiedienst gaat ondersteunen. Van zo’n verbetering van de medische infrastructuur profiteren niet alleen mensen met aids, maar ook alle andere mensen die om wat voor reden ook een veilige bloedtransfusie nodig hebben. Daarnaast verhindert het de verspreiding van hiv door het ontbreken van donortesten op hiv en andere virussen of door het betalen voor bloed.
top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Redactioneel - Jan van Bergen, Cor Blom
   
Lezersonderzoek Soa Aids Magazine
   
PEP na een prikaccident - Nori Jorna, Rolf Appels
   
Huidafwijkingen aan de vulva en vagina: Lichen sclerosus van de vulva - R. van den Bos, W. van der Meijden
   
Soa/hiv-preventie door huisartsen in achterstandswijken - Eva de Feijter
   
Voorlopige cijfers 2005 van het SOA Peilstation - M. de Boer, M. van de Laar
   
Vuistregels bij risico-inschatting - Fraukje Mevissen
   
Vrouwenverhalen als preventiemethode
   
Safesex.nl – boekje voor jongeren in buitenschoolse situaties - H. Roosjen
   
Sociaalverpleegkundige Inge de Castro over voorlichting aan prostituees - Matthieu klein Tank
   
Nieuwe soa-polikliniek GGD Amsterdam - M. Kolader, H. Thiesbrummel, E. van Leent
   
Veilig bloed: een voetnoot in aidsbestrijding! - Cees Smit
   
Hiv/aidsbeleid op de werkvloer - Yvette Fleming