Jaargang 4, nummer 3 - augustus 2007 Terug naar home
Print versie
Aidsbeleid op de Antillen: ‘Al twintig jaar aan het wrikken’


Matthieu klein Tank - freelance journalist

Hans Moerkerk. Foto: Jan Carel WarffemiusBetrouwbare cijfers over het aantal mensen met hiv op de Antillen zijn er niet. Waar het ook aan ontbreekt, is een degelijk preventiebeleid. Hans Moerkerk, al ruim twintig jaar in diverse functies betrokken bij het aidsbeleid op de Antillen, kijkt terug op de afgelopen periode. ‘We zijn al twintig jaar aan het wrikken.’

In 1985 kreeg Hans Moerkerk, onder andere als voorzitter van het Landelijk Coördinatieteam Aids al bij de Nederlandse aidsbestrij-ding betrokken, voor het eerst een uitnodiging om over deze problematiek te komen - -praten op de Antillen. ‘Er waren vermoedens dat aids, vanwege de promiscuïteit in het Caribische gebied, een gevaar zou kunnen zijn. Curaçao kent bovendien van oudsher een drugsscene en een grote prostitutiesector met onder andere vrouwen uit de Dominicaanse Republiek en Haïti. Er is daar sprake van georganiseerd sekstoerisme, mensenhandel en vormen van slavernij. Het is bijna niet voor te stellen dat het nog op die schaal voorkomt in het Koninkrijk der Nederlanden. Ik heb met medici gesproken en er werden meteen grootse plannen ontwikkeld, onder andere voor voorlichting in het onderwijs. Zelf had ik niet zoveel vertrouwen in wat die katholieke scholen daarvan zouden maken.’

slechte start De Antillen kregen drie jaar later een kwart miljoen gulden van de Europese Unie voor preventie, bestemd voor alle eilanden. Moerkerk: ‘Dat geld is overgemaakt naar het Ministerie van Volksgezondheid op Curaçao, maar er is nooit een cent op de andere eilanden terecht gekomen en er is nooit een afrekening gemaakt. Een slechte start dus.’
Er bestaat voor de Antillen een Nationale Aidscommissie. Moerkerk: ‘Maar die heeft nooit goed gefunctioneerd en was hoogstens actief op Curaçao. Er werd lippendienst bewezen aan het belang van aids, maar echte aandacht was er niet. De enige gegevens over het aantal mensen met hiv komen van het landslaboratorium en hun cijfers zijn altijd heel laag. Begin jaren tachtig zou de prevalentie 0,3% zijn, inmiddels staat die op 1,1. Men meet alleen de geregistreerde gevallen, wat tot een grote onderrapportage leidt. Gezien het seksuele gedrag en het gerapporteerde condoomgebruik kunnen die cijfers niet juist zijn. Toen ik voor UNAIDS werkte heb ik met Peter Piot eens uitgezocht hoe hoog de prevalentie zou kunnen zijn en wij kwamen op 2 tot 2,5 procent en dat was dan nog laag geschat. Dat heb ik in een radioprogramma meegedeeld en daarop kwamen woedende reacties. De plaatselijke epidemioloog vond dat ik maar paniek zat te zaaien met mijn verhalen. Probleem is dat mensen er niet graag voor uitkomen dat ze hiv hebben. Voor een test gaan ze naar Venezuela, Miami of Nederland. En als ze een behandeling nodig hebben gaan ze ook naar Nederland. Dat zien we aan de rekeningen die de Antilliaanse Sociale Verzekeringsbank uit Nederland krijgt. In de hele regio zit aids in de taboesfeer.’

In 1989 ging Moerkerk voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken werken als deskundige op het gebied van aids. In die functie was hij betrokken bij een grote aidsconferentie die in 1990 op Curaçao georganiseerd werd. ‘Dat was een heel geslaagd evenement. De nieuwe gouverneur van Curaçao was heel betrokken. Maar van de plaatselijke organisaties was er nauwelijks steun. Ze wilden zich niet door buitenstaanders de wet voor laten schrijven. En verder was er altijd veel sprake van corruptie en vriendjespolitiek. Als je met ministers sprak over seks ging dat meer in de vorm van dijenkletsers, gesnoef over hoe vaak potente Antilliaanse mannen hét wel niet deden, dan dat er echte bezorgdheid en betrokkenheid uit hun houding sprak.’

byside De verschillen tussen de eilanden zijn groot, is de ervaring van Moerkerk. ‘Op Aruba heeft men een heel andere instelling ten opzichte van seksualiteit dan op Curaçao. Op dat laatste eiland, met een overwegend Creoolse bevolking, is het voor een man heel gebruikelijk een “byside” te hebben. Voor Aruba geldt dat niet en prostitutie komt daar ook minder voor. Kenmerkend voor Sint Maarten is het grote aantal illegalen en het toerisme. Daar komt aids weer wat meer voor. Het is een eiland waar je de hele wereld vindt en dat daardoor ook minder conservatief is. Je hebt er zelfs een gaybeach. Homo’s uit Curaçao en Aruba duiken na terugkomst uit Nederland meteen weer de kast in. Een initiatief om tot een homo-organisatie te komen bloedde al weer snel dood. Op Curaçao moet je voor condooms naar de apotheek; op Sint Maarten vind je die gewoon in de sigarettenshop. Er is daar nu ook een aids-commissie, waar allerlei burgers in vertegenwoordigd zijn. Dat is op Curaçao nooit van de grond gekomen. Saba heeft een bloeiende homogemeenschap. Toen er een keer een kok was die hiv bleek te hebben leidde dat tot veel ophef en kwamen vierhonderd van de duizend inwoners naar een voorlichtingsbijeenkomst. Daarna was het geen groot probleem meer. Op Sint Eustatius is hiv nooit een groot probleem geweest. En op Bonaire is, dankzij de kleinschaligheid en het inzicht van de autoriteiten, een pragmatische aanpak van de grond gekomen.’

particulier initiatief Het is vooral aan particulier initiatief te danken dat er in de praktijk iets gebeurt, stelt Moerkerk vast. ‘Op Curaçao heb je bijvoorbeeld Monica Kappel, een hoogbejaarde verpleegkundige die bij allerlei clubjes langsgaat. Dat is gewoon een goedwillende vrouw die zich het lot aantrok van mensen met hiv. En op Sint Maarten is er een Nederlandse huisarts, Gerard van Osch, die momenteel meer dan tweehonderd mensen met hiv in zijn praktijk heeft. Hij heeft zelf een aidsorganisatie opgericht die nu is overgenomen door het eilandbestuur. Dat bestuur reageert ook veel pragmatischer dan dat van Curaçao. Er staat nu geld voor op de begroting. Dat heeft lang geduurd, maar op Sint Maarten is het in ieder geval gelukt.’

lamlendigheid In het begin van deze eeuw was het Caribische gebied een van de regio’s met de snelste stijging van het aantal hiv-infecties. Dat leidde tot de oprichting van PanCab, een samenwerkingsverband van verschillende eilanden die zelf niet de infrastructuur hebben voor een goede aidsbestrijding. Moerkerk: ‘Het zou voor de Antillen ideaal zijn daaraan mee te doen, maar dat is nauwelijks gebeurd. Zoals ze ook niet meedoen aan de Caricom, de organisatie voor economische samenwerking in die regio. De van oorsprong Britse eilanden in deze regio doen wel bijna allemaal mee. Maar op Curaçao heerst lamlendigheid. Men denkt: “het geld komt wel uit Nederland”. En Den Haag heeft hier ook geen vinger voor uitgestoken. PanCab heeft bijvoorbeeld een deal gesloten met Brazilië, zodat de deelnemende landen goedkoop generieke middelen tegen hiv kunnen inkopen. In plaats van 1.500 kosten de medicijnen dan nog maar 300 dollar per patiënt per jaar. Dat is natuurlijk nog steeds te duur voor de arme illegalen die nergens voor in aanmerking komen, de helft van het aantal mensen met hiv is namelijk niet verzekerd. Maar het zou de toegankelijkheid in ieder geval vergroten. In het verleden konden illegalen nog worden geholpen met medicijnen van in het westen overleden mensen met hiv, die werden opgestuurd. Nu overlijden er hier nauwelijks meer mensen en is die bron opgedroogd.’

Na twintig jaar is er al met al nog maar weinig bereikt, stelt Moerkerk vast. ‘Op veel eilanden is wel wat tot stand gekomen, maar met name op Curaçao hebben we tot mijn frustratie geen poot aan de grond gekregen. Er bestaat de laatste tien jaar wel een Nationale Aidscoördinator, maar die heeft alleen wat conferenties bezocht. Geld van de Europese Unie komt er niet vanwege de incompetentie en de onwil op de Antillen. Ik hoop echt dat de Antillen opgesplitst worden, want dan kan het geld voor Sint Maarten, waar men wel wat wil doen, rechtstreeks worden gestuurd. Dat zal zeker kwaad bloed zetten op Curaçao. Dat eiland blijft toch het grote probleem. Als de eilanden uit elkaar gaan zal het moeilijk voor hen worden. Het is wel een goed moment voor de Nederlandse regering om zich meer in te zetten voor de ondersteuning van hiv-gerelateerde activiteiten op de eilanden.’
top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 4 december 2008
Nummer 3 oktober 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Een hiv-test bij een verstuikte enkel? - Jan van Bergen
   
Thuistesten op hiv en soa - Paul Peerbooms
   
OraQuick®Advance™, een nieuwe hiv-sneltest…? - S. van Loon, W. Koevoets
   
Serie soa: Gonorroe - F. Jongen, P. van Voorst Vader
   
Toename ciprofloxacine-resistentie
   
Nieuwe soa-richtlijn NVDV - J. van Bergen, E. van Leent
   
Trend in Chlamydia trachomatis - I. de Boer e.a.
   
Boekbespreking: Vulvapathologie
   
Soa en internet: gebruik en misbruik
   
Dwangmatige seks en grotere kansen op soa - Peter Leusink
   
Gebrek aan psychoseksuele vaardigheden in artsenpraktijk: interview met Jan Moors - Matthieu klein Tank
   
Aidsbeleid op de Antillen; een interview met Hans Moerkerk - Matthieu klein Tank