Jaargang 4, nummer 4 - oktober 2007 Terug naar home
Print versie
Werken met aids in Mali: ‘Een houten penis schrikt moslims af, katholieken niet’


Judith Jansen, Freelance journalist 
Foto's: Roel Burgler

  • Voorlichting overgelaten aan mensen midden in de maatschappij. 
  • Mensen met hiv aangespoord om zelf voorlichting te geven. 
  • Hiv-status vaak verzwegen door angst voor verbanning.

Elke bevolkingsgroep zijn eigen aanpak. Dat is het credo van de Malinese organisatie Wale Ségou. Ze laat kappers andere kappers en klanten voorlichten en pakt voorlichting onder moslims anders aan dan onder katholieken. Ook met de etnische diversiteit van Mali wordt rekening gehouden.

Waar je ook kijkt in de straten van Ségou, je ziet geen enkele Malinese man met lang haar. Overal zie je kortgeschoren koppen. In de vele kapperszaken die het stadje rijk is, hangen vergeelde posters met foto’s van zwarte mensen. Will Smith, Tupac Shakur, maar ook variaties van de Malinese Jan Modaal, met een heel scala aan kapsels. ‘Malinese mannen gaan wel twee of drie keer per maand naar de kapper’, vertelt Vincent Konaté. Hij werkt in het provinciestadje Ségou, 230 kilometer ten oosten van Bamako, bij de organisatie Wale Ségou. Die houdt zich bezig met aidsvoorlichting en met de behandeling van hiv- en aidspatienten. Met de kappers bereikt de organisatie voornamelijk mannen, want ze richt zich op zogenoemde barbiers, waar alleen mannen geschoren en geknipt worden.

Konaté: ‘Het werkt op twee manieren: ten eerste leren de kappers om goed uit te kijken met de mesjes die ze gebruiken. Onze kappers scheren, dus daar ligt een groot risico voor besmetting. Ze leren om bij elke nieuwe klant een nieuw mesje te gebruiken, en de rest van de materialen grondig te ontsmetten voordat ze ze hergebruiken. En we stimuleren de kappers ook om het met hun klanten over aids en de gevaren daarvan te hebben.’

Zo min mogelijk zelf voorlichting geven, maar die overlaten aan mensen die midden in de maatschappij staan, zoals de kappers. Een groep kappers is opgeleid tot voorlichters, en die voorlichters gaan zelf weer bij hun collega’s langs om hen te vertellen over de gevaren van hiv en aids. Zo bereiken ze 300 kappers in de stad en haar omstreken. En die kappers spelen dan weer een voorlichtersrol bij hun klanten.

andere intermediairs De organisatie werkt ook nauw samen met leraren op scholen, zowel de reguliere als de religieuze Koran-scholen. Maar ook met handelsreizigers en lokale bierproducenten en -verkopers. Die worden gestimuleerd om aidsvoorlichting te geven, want zij komen het meest in aanraking met risicogroepen. De organisatie wordt ondersteund door ICCO, een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie. ‘Wat Wale bijzonder maakt is de persoonlijke betrokkenheid en gedrevenheid van de medewerkers. Zij benaderen mensen met hiv niet als slachtoffers die hulp nodig hebben, maar geven hen de mogelijkheid zelf hun leven en toekomst vorm te geven. Ook motiveren de medewerkers mensen met hiv om zelf voorlichting te geven over preventie van hiv/aids’, zegt Corita Corbijn, bij ICCO verantwoordelijk voor Mali-programma’s.

taboes Het grootste probleem bij het werk met betrekking tot aids in Mali is onwetendheid en de taboesfeer waarin het onderwerp is gehuld. ‘Vooral bij met hiv besmette vrouwen is het moeilijk’, vertelt dokter Ba Madina Kouyaté. Mali is een land waar polygamie de meest voorkomende samenlevingsvorm is. Mannen hebben vaak meerdere vrouwen, en tussen die vrouwen heerst nagenoeg altijd rivaliteit. Als een vrouw besmet is met het aidsvirus, zal ze het daarom niet snel vertellen aan haar man en de andere vrouwen, omdat het risico groot is dat zij dan voor altijd met de vinger wordt nagewezen als degene die aids in het huishouden heeft gebracht, ook al is het waarschijnlijker dat de man dat gedaan heeft en dat hij en de andere vrouwen ook besmet zijn. De kans is ook groot dat een vrouw verstoten wordt op het moment dat bekend wordt dat ze besmet is, ook dat kan een reden zijn om het stil te houden. Maar niet vertellen vergroot de gezondheidsrisico’s voor anderen, zoals die van de co-vrouwen. Want ongeacht hoe de besmetting binnen het gezin is gekomen, is het belangrijk dat ook de andere leden medisch behandeld worden.

de aidskliniek Wale doet niet alleen aan voorlichting. De organisatie leidt ook een aidskliniek. Bij de receptie hangt een groot bord waarop geïnventariseerd wordt hoeveel patiënten er in behandeling zijn: 690, waarvan 323 patienten ARV krijgen. Een van hen komt binnen, een jong meisje van zeven. De arts onderzoekt haar. Het gaat goed met haar, zegt hij. Het meisje is er met haar grootmoeder, die ook hiv-positief is. Haar ouders zijn allebei aan aids overleden. Het meisje en haar oma worden beiden sinds 2004 behandeld in de kliniek. Voor 2004 waren hiv-behandelingen alleen maar mogelijk in Bamako, de hoofdstad van Mali, een land dat 33 keer zo groot is als Nederland. Veel patiënten vielen dus buiten de boot omdat ze de middelen niet hadden om regelmatig de reis naar de hoofdstad te maken. Maar zelfs nu de behandeling van hiv en aids in de verschillende regio’s plaatsvindt, is er nog een groot deel van de Malinese bevolking dat niet bereikt wordt. Door armoede, het gebrek aan transport en onwetendheid.

bezoeken Dus gaat Wale er regelmatig zelf op uit. ‘Dat regelen we dan met de chefs du village’, vertelt Aly Soumountera, directeur van Wale. ‘De traditionele dorpshoofden. Met hen organiseren we dat we een hele dag, meestal op een zondag, langs kunnen komen. Iedereen die wil, kan zich dan gratis laten testen. Na tien à vijftien minuten is het resultaat van de test bekend, dus de mensen weten dezelfde dag nog waar ze aan toe zijn. Laatst waren we in een dorp in de buurt van Ségou, in Sébougou. Van de 50 mensen die zich lieten testen, waren er 17 positief. Als we niet naar hen toegegaan waren, hadden ze het niet eens geweten!’
Bij dit soort bezoeken probeert Wale ook zoveel mogelijk mensen voor te lichten over hiv en aids. Afhankelijk van de religie verschilt de aanpak. ‘Als ik bij moslims een houten penis boven haal om condoomgebruik voor te doen, dan ben ik ze kwijt. Daar moet het veel subtieler. Bij katholieken kan het weer wel’, vertelt Konaté. En dan heb je nog het verschil tussen de verschillende bevolkingsgroepen die Mali rijk is. Touareg, Peul en Bambara bijvoorbeeld, die kennen allemaal hun eigen gebruiken. Ook daar moet de voorlichting op toegespitst worden. Konaté: ‘Bij de Bambara is het bijvoorbeeld gebruikelijk dat vrouwen tijdens de oogsstijd teruggaan naar hun dorp van afkomst. Als een getrouwde vrouw daar haar jeugdvriendje tegenkomt, mogen ze seks hebben. Daar hebben ze recht op, ook al zijn ze allebei met een ander getrouwd. Het is belangrijk dat je hier rekening mee houdt in je voorlichtingsactiviteiten. Wij hebben bijvoorbeeld een .lm gemaakt in de Bambarataal. Daarin laten we zien dat het ook in dit soort situaties belangrijk is om veilig te vrijen.‘

aidstelefoon Wale heeft ook een aidshulplijn waar mensen gratis naar kunnen bellen met vragen. Een van de vaak terugkomende vragen is of aids bestaat. Konaté: ‘Mensen kunnen niet vatten dat je wel een ziekte onder de leden kunt hebben, maar je tegelijkertijd niet ziek voelen.. Met malaria is het duidelijk: dat heb je, daar word je ziek van. Koorts-aanvallen, hoofdpijn, kotsen, dat is ziek zijn. Maar dat mensen hiv-positief kunnen zijn en dat je dat niet merkt, daar kunnen veel Malinezen niet bij. Of dat een vrouw wel ge-infecteerd kan zijn en haar man niet, of andersom. Dat een kind van een geïnfecteerde moeder gezond is. Dat soort dingen vereist een bepaald basisbegrip in de biologie, maar dat hebben veel Malinezen niet. Omdat ze het allemaal niet kunnen bolwerken, geloven ze niet dat aids bestaat. Er valt nog heel wat sensibiliseringswerk te verrichten.’
En daar vervullen mensen als de kappers van Ségou een belangrijke rol in. ‘Zij hebben een groot bereik onder de hoofdzakelijk polygame mannelijke bevolking in de stad, en ook een positie waarin het gemakkelijk is een los praatje aan te gaan. Ze kunnen de mannen aanspreken op hun verantwoordelijkheid en de risico´s die ze lopen. Als wij het doen, klinkt het al snel belerend.’


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 4 december 2008
Nummer 3 oktober 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Naar een groter bereik - Rob Vlasblom
   
Huidafwijkingen vagina: Vulvaire vestibulitis syndroom - E. Lanjouw e.a.
   
Stichting Hiv Monitoring - Matthieu klein Tank
   
Aids Fonds-onderzoekssubsidies 2007 - Sam Gobin
   
Impressies van het internationale soa-congres in Seattle - Jan van Bergen
   
Boekbespreking: Jongeren, seks en islam - Rob Vlasblom
   
MAN tot MAN - W. Zuilhof, P. Vriens, W. Koekenbier
   
Nieuw materiaal Aids Soa Infolijn: (On)veilige seks, hiv, soa en de pil
   
King Holmes: vader van de 'soa-kunde' - Marc Vandenbruaene
   
Werken met aids in Mali - Judith Jansen
   
Reactie op artikel ‘Aidsbeleid op de Antillen’ - Mevr. Omayra Leeflang