Reactie op artikel ‘Aidsbeleid op de Antillen’
Mevr. Omayra Leeflang - Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling, Minister van Onderwijs en Cultuur Curaçao
In nummer 3, augustus 2007 van het Soa Aids Magazine is een vraaggesprek afgedrukt met Hans Moerkerk over het aidsbeleid op de Nederlandse Antillen en Aruba. Daarin is nogal wat kritiek geuit op de aanpak door overheidsinstanties op vooral Curaçao. Hieronder een reactie van de betrokken minister op die kritiek.
structurele aanpak hiv-zorg op curaçao In overleg met gerenommeerde instituten heeft het hiv-beleid in de afgelopen jaren zich gericht op het opzetten van een structuur die een garantie kan bieden voor een effectieve aanpak van de hiv-problematiek. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de realisatie van een samenwerking met de Stichting Hiv Monitoring Nederland. Als gevolg van een intensieve samenwerking tussen gerenommeerde hiv-specialisten in Nederland en lokale specialisten op het gebied van hiv is er in 2005 begonnen met dataverzameling en registratie van hiv-patiënten op Curaçao, volgens de richtlijnen van de Stichting Hiv Monitoring. De registratiesystemen van de Afdeling Epidemiologie en Onderzoek van de GGD Curaçao, die data vanaf 1985 bevatten, dienen hierbij als uitgangspunt. Beide registratiesystemen vullen elkaar uitstekend aan.
Uit de analyses van de afdeling Epidemiologie & Onderzoek, blijkt dat de prevalentie van hiv/aids (het aantal gevallen met hiv/aids op een bepaald moment) onder de bevolking van Curaçao in de range van 0.73- 1.22% ligt. Hierbij is al rekening gehouden met het feit dat het werkelijke aantal drie tot vijf maal het bekende aantal personen met hiv/aids is, conform de aanbeveling van onder andere de Caribbean Epidemiology Centre. Deze cijfers, die gebaseerd zijn op verantwoord wetenschappelijk onderzoek, zijn meer dan de helft lager dan wat recent beweerd is door een Nederlandse expert. In de gehele Caribische regio zijn de prevalentie-cijfers voor volwassenen hoog. UNAIDS-cij-fers, bijgewerkt tot en met december 2006, laten zien dat in Barbados, de Dominicaanse Republiek en Jamaica, de prevalentie ligt tussen 1%–2%, terwijl voor de Bahamas, Haïti en Trinidad and Tobago een range van 2%–4% geldt. Cuba is de uitzondering met een prevalentie onder 0.1%. De prevalentie onder de bevolking van (het Nederlands deel van) St. Maarten wordt door de afdeling Epidemiologie & Onderzoek geschat op 1.49-2.49%. Op grond van de eerder vermelde samenwerking is het vanaf 2005 mogelijk om wetenschappelijk onderbouwde conclusies te formuleren betreffende patiëntenkarakteristieken, ziektebeloop en behandelingsresultaten. Deze conclusies vormen essentiële uitgangspunten voor een effectief hiv-beleid. Naast deze samenwerking op het gebied van de epidemiologie en patiëntenbeleid is binnen dit voor de regio unieke samenwerkingsproject een belangrijke plaats inge-bouwd voor nascholing van professionals, werkzaam in de hiv-zorg. Via een jaarlijks terugkerend hiv-symposium worden zowel artsen, verpleegkundigen als andere betrokkenen op interactieve wijze geïnformeerd. Tevens is aangesloten bij het internationaal succesvolle HIV-education program. Deze voortdurende nascholingsactiviteiten dragen bij aan een effectievere benadering van de potentiële hiv-patiënt.
Wereldwijd valt de effectiviteit van preventiecampagnes tegen. Veelal omdat deze onvoldoende gericht zijn op de lokale omstan-digheden. Publieke informatiecampagnes kunnen nu beter worden voorbereid, omdat aan de hand van de gegevens veel gerichter kan worden ingespeeld op onze specifieke situatie.
| Het is het beleid van de overheid om het voor onze gemeenschap belangrijke project, met de Stichting Hiv Monitoring Nederland, te blijven ondersteunen en verder uit te bouwen. |
Naast deze samenwerking bestaat er op het gebied van hiv-onderzoek ook een samenwerking met het Slotervaartziekenhuis. Behalve het wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van onze hiv-patienten en hun problematiek is er een jaarlijks (infectieziekten)symposium georganiseerd ter nascholing van onze lokale specialisten. Binnen de hiv-zorg is er op dit ogenblik uitgebreide aandacht voor betere prijsafspraken voor antiretrovirale middelen. Actief wordt gewerkt aan oplossingen voor dit probleem, dat specifiek is voor Curaçao. Een belangrijke stap is gemaakt door het centraliseren van de hiv-patiëntenzorg, geneesmiddelen-voorziening en diagnostiek.
PS: Moerkerk heeft klaarblijkelijk jarenlang met geen enkele bestuurder op de Antillen gesproken, want de laatste keer dat er een mannelijke bestuurder op de post van de Volksgezondheid zat (de zogenaamde mannelijke ministers met machogedrag waarover Moerkerk zich beklaagde) was ruim zes jaar geleden.
Reactie Hans Moerkerk De minister gaat niet in op mijn kritiek die een tijdspanne van ruim 20 jaar betreft, maar alleen op de situatie na 2005. Over de prevalentie blijven we van mening verschillen. Waarom zou uitgerekend Curaçao een uitzondering zijn als de minister zelf aangeeft dat deze op de rest van de Cariben, inclusief Sint Maarten, veel hoger ligt. Antillianen die zich buiten het eiland laten testen en behandelen worden niet meegeteld. De minister gaat ook niet in op het gegeven dat de registratie op Curaçao onvoldoende is, in verband met het feit dat van veel Antillianen überhaupt de positieve hiv-status niet bekend is. Ook over de onwil om regionaal samen te werken laat ze zich niet uit. Door die weinig coöperatieve houding is EU-.nanciering nog steeds niet rond en komen de Nederlandse Antillen niet in aanmerking om via PANCAP* gebruik te maken van goedkopere generieke medicijnen. Tekenend is de weigering om in september jongstleden een PANCAP-delegatie te ontvangen, omdat NGO’s wilden deelnemen die door de Directeur van het departement van Volksgezondheid niet werden gewenst. Ik geef mevrouw Leeflang de credits niet macho te zijn; het betrof hier een minister uit de jaren 1992-’94 en 1996-’97. Een poging mijnerzijds om haar afgelopen november 2006 te spreken te krijgen is mislukt omdat ik verwezen werd naar haar ambtelijk apparaat.
*Pan Caribbean HIV/AIDS Partnership
Versterking aidsbestrijding op Curaçao Het Aids Fonds versterkt de aidsbestrijding op Curaçao met € 150.000. De GGD op Curaçao en Dokters van de Wereld gaan gezamenlijk informatie verzamelen om de hiv-problematiek inzichtelijk te maken. Daardoor kunnen ze uiteindelijk betere voorlichting aanbieden aan de verschillende doelgroepen en bijdragen tot een aanscherping van het gezondheidsbeleid op het eiland. In Nederland zal nauw worden samengewerkt met Soa Aids Nederland en de Universiteit van Maastricht. Er komt een gratis telefonische hulplijn om informatie aan te bieden over seksuele gezondheid aan de bevolking. Deze lijn zal ook inzicht geven in problemen die leven onder de bevolking. Parallel hieraan wordt het systeem van verwijzing naar testplaatsen en zorginstellingen verbeterd.
top
|