Medeleven en actie
Internationale conferentie over islam en hiv/aids
Bertus Tempert - Programmamedewerker etnische minderheden, Soa Aids Nederland
- Seks voor het huwelijk is een beetje zondig, maar homoseksualiteit is extra ‘haram’
- Uiteindelijk werd ook de groep ‘mannelijken die seks hebben met mannelijken’ besproken
- Het condoom is een noodzakelijk kwaad, maar wel effectief tegen hiv/aids
|
In Johannesburg werd eind november 2007 de eerste conferentie gehouden over Islam en hiv/aids, gesponsord door diverse islamitische organisaties. Een week lang discussieerden 225 deelnemers uit voornamelijk Afrika, het Midden Oosten en Azië over islam en hiv/aids. Grofweg waren er drie groepen deelnemers: islamitische religieuze leiders, hiv-positieve mensen met een moslimachtergrond en gezondheidswerkers. Doel van de conferentie was om hiv/ aids vanuit een islamitisch perspectief te benaderen om antwoorden te vinden voor overheden, non-gouvernementele organisaties en betrokken bevolkingsgroepen. Vrijwel alle aanwezigen waren moslim en de religieuze leiders vertegenwoordigden verschillende stromingen binnen de islam.
mensen met hiv Volgens UNAIDS is de hiv-prevalentie in moslimlanden relatief laag, maar gestaag stijgend in landen als Algerije, Libië, Marokko en Iran. In Marokko is de hiv-prevalentie in 2006 lager dan 1%, maar worden nieuwe infecties met name gevonden onder sekswerkers. In Mozambique (gegevens 2006), waar een kwart van de bevolking moslim is, leeft ruim 16% van de volwassen bevolking met hiv. Slechts een klein deel van de hiv-positieve mensen in moslimlanden heeft toegang tot antiretrovirale medicatie.
In sommige presentaties werd het beeld geschetst dat hiv/aids in eerste instantie iets was van de westerse wereld. Het duurde dan ook enige tijd voordat duidelijk werd dat het virus geen onderscheid maakte tussen bevolkingsgroepen en dat ook de islamitische wereld werd getroffen door de epidemie. ‘Wij, moslims verschenen laat ten tonele, maar we halen de schade snel in’, werd een aantal keren gezegd. Deze conferentie is daar een mooi voorbeeld van; 25 jaar na het begin van de hiv-epidemie realiseert de moslimgemeenschap zich dat zij niet immuun is voor hiv en onderneemt ze actie.
Ieder dagdeel werd geopend met tenminste één presentatie van een man of vrouw met hiv. De belangrijkste vraag voor de buitenwereld was meestal: Hoe ben je hiv-geïnfecteerd geraakt? Kinderen en vrouwen worden doorgaans gezien als onschuldige slachtoffers; over sekswerkers, druggebruikers of mannen die vreemdgaan bestaat het idee dat ze een hiv-infectie aan zichzelf te wijten hebben.
van een beetje tot extra haram Stigma en discriminatie zijn belangrijke obstakels in de strijd tegen hiv/aids. Uit vrijwel iedere persoonlijke presentatie kwam het zich gediscrimineerd, achtergesteld of geïsoleerd voelen en worden naar voren. Vrouwen worden uit hun familie of gemeenschap gestoten en soms de moskee uitgezet. Zo vertelde een Egyptische vrouw met hiv dat ze de deur gewezen werd, toen ze bij haar moskee aanklopte voor hulp. Een imam van een andere islamitische stroming hoorde hiervan en juist hij zorgde er voor dat deze vrouw wel werd opgevangen. Volgens de Koran en de islamitische wetgeving zijn seks voor het huwelijk, prostitutiebezoek, vreemdgaan en homoseksualiteit allemaal ‘haram’, oftewel zondig. In de praktijk echter maken veel mensen een onderscheid tussen daden die een beetje haram zijn – zoals seks voor het huwelijk - en extra haram, zoals homoseksueel contact. Benadrukt werd dat dit onderscheid is gemaakt door mensen en niet door Allah. Condoomgebruik werd door sommige religieuze leiders gezien als een westerse uitvinding en ‘haram’. Een noodzakelijk kwaad. Toch was de algemene consensus dat het condoom een effectief middel is in de strijd tegen hiv/aids. Zo is het zeer positief te noemen dat een vooraanstaand leider uit Egypte een protocol heeft geschreven voor condoomgebruik speciaal voor heteroseksuele mannen.
positie van religieuze leiders Het trainen van imams over hiv/aids wordt als essentieel gezien. Imams hebben een invloedrijke en belangrijke positie binnen de moslimwereld. De gemeenschap zal eerder geneigd zijn opener en toleranter te zijn, als imams uitdragen dat mensen met hiv ondersteuning en aandacht verdienen. Ik sprak met Sjeik Mohamed Bashir Joaque, oorspronkelijk uit Sierra Leone en nu wonend en werkzaam in Londen. Hij maakt deel uit van de Campagnes tegen hiv/aids voor de Afrikaanse Moslim Gemeenschappen. Zijn cursussen hebben geresulteerd in een handboek over hiv/aids voor religieuze leiders. Volgens hem ligt het succes in het geleidelijk aan geven van informatie vanuit een islamitisch perspectief. ‘We praten niet meteen over condooms, maar passen ons langzaam aan. We benadrukken dat de beste preventie is om geen seks te hebben voor het huwelijk en trouw te zijn wanneer je getrouwd bent. Het is echter ook duidelijk dat we allemaal mensen zijn en dat we misstappen begaan. In die gevallen is het raadzaam condooms te gebruiken. Als we te direct zijn, haken mensen af’. Of zoals Dr. Hany El Bana, voorzitter van Islamic Relief Worldwide zei: ‘Stel je eens voor hoeveel impact het zou hebben, wanneer alle imams in hun preken aandacht zouden besteden aan hiv/aids’.
|
Positive Muslims Zeer inspirerend was ook mijn ontmoeting met Fatima Noordien, directeur van Positive Muslims, Zuid Afrika. Deze organisatie werd opgericht in 2000 en richt zich op drie hoofdzaken: het vergroten van kennis en bewustzijn van hiv/aids (educatie), het ondersteunen van mensen met hiv/aids (support) en onderzoek. Ze houden workshops en presentaties op scholen, in moskeeën en fabrieken om kennis van en de bewustwording over hiv/aids te vergroten. Inmiddels zijn het programma etnische minderheden van Soa Aids Nederland en Positive Muslims een samenwerking begonnen. Op uitnodiging van Soa Aids Nederland en gesubsidieerd door Oxfam/Novib komen in juni drie medewerkers uit Kaapstad naar Nederland om trainingen te geven. Positive Muslims benaderen hiv/aids vanuit een islamitisch perspectief en gezondheidswerkers wordt een ‘moslimvriendelijke’ aanpak geleerd. Daarnaast worden mensen vanuit de moslimgemeenschap ondersteund in het beter bespreekbaar maken van hiv/aids en soa binnen de eigen gemeenschap. Tijdens deze training wordt een aantal kandidaten geselecteerd om in oktober 2008 twee weken stage te lopen bij Positive Muslims, met als doel de opgedane praktijkervaring te gebruiken voor voorlichtingsactiviteiten in Nederland. | | positie van de vrouw Volgens de islam zijn man en vrouw gelijk aan elkaar. Toch is de werkelijkheid anders en werd er veel gesproken over de kwetsbare positie van de vrouw. Volgens een imam bestaat er onder een aanzienlijk gedeelte van de moslimgemeenschap de misconceptie dat religie mannen het recht geeft vrouwen te onderdrukken en misbruiken. De vrouw heeft wel degelijk het recht om haar echtgenoot te kiezen, ‘nee’ te zeggen, wanneer ze geen zin heeft in seks, of het recht om haar man te vragen of hij buiten de deur seks heeft gehad en daarom een condoom te gebruiken. Bij een vermoeden van een hiv-infectie mag de vrouw volgens de islamitische wetgeving weigeren seks te hebben met haar man en vragen om een hiv-test. Een andere religieuze leider bracht daartegenin dat een vrouw wel moet toegeven aan de seksuele wensen van de man, maar dat dit andersom ook geldt. Er zou zelfs een wet bestaan die vrouwen het recht geeft te scheiden van hun man, wanneer deze langer dan zes maanden van huis is. Echtelieden mogen elkaar geen aanleiding geven om eventuele seksuele wensen buitenshuis te vervullen. Bovendien werd nog eens extra benadrukt dat vrouwenbesnijdenis niets te maken heeft met islam, maar dat dit diepgeworteld zit in sommige culturen. Helaas bestaat nog in te veel culturen de overtuiging dat een man niet wil trouwen met een onbesneden vrouw. In Egypte, bijvoorbeeld, is meer dan 80% van de vrouwen besneden. Gedurende de conferentie werd gesteld dat emancipatie van vrouwen zowel economisch, sociaal als cultureel essentieel is, zodat ze niet langer afhankelijk zijn van mannen. De nadruk moet liggen op educatie, bewustwording en verandering in denken en handelen. Dit werd vrijwel unaniem beaamd. Aan de andere kant was het illustratief dat een mannelijke deelnemer van een workshop protesteerde toen een vrouw als voorzitter werd aangewezen. Deze man werd door de aanwezigen fijntjes terechtgewezen.
‘males having sex with males’ Gedurende de conferentie werd regelmatig gepraat over ‘the lost ones’ of ‘the unknown’, wanneer het om homoseksuele mannen ging. Een uitzondering was een vrouwelijke professor uit Bangladesh die bij de cijfers uit haar land het percentage homoseksuelen noemde en opriep om deze groep toch vooral te benoemen. Tijdens de laatste workshop kwam de groep ‘mannelijken die seks hebben met mannelijken’ alsnog aan bod. Uit een rondgang langs de deelnemers bleek dat homoseksualiteit in de meeste landen bijna het grootste taboe is. In sommige landen (Oeganda) is homoseksualiteit bij wet verboden en riskeren mensen lijf- of celstraffen, uitsluiting en onderdrukking. Men was het erover eens dat het in zo’n klimaat moeilijk of zelfs gevaarlijk is, openlijk homoseksueel te zijn en je eventuele hiv-status bekend te maken. Het is dubbel moeilijk voor deze groep hulp te vragen, omdat ze een dubbel stigma vrezen.
| ‘Wanneer we spreken over verandering aangaande aids richten we ons op verandering van gedrag en gewoontes. Maar onze ervaring in Afrika heeft ons geleerd dat de meest fundamentele verandering moet plaatsvinden in onze eigen houding. Het is niet die ander, die moet veranderen, maar het zijn u en ik die na moeten denken over onze diepgewortelde vooroordelen.’ (Aidsactivist Dr. Noerine Kaleeba) |
Vanuit een islamitisch perspectief wordt seks tussen mensen van hetzelfde geslacht afgekeurd; vanuit een humanitair en preventieperspectief was er consensus dat men deze groep niet in de kou kon laten staan. ‘Hoewel ik het moeilijk vind, wanneer een homoseksuele patiënt bij mij komt, zal ik hem toch helpen. In de Koran staat dat alle mensen ondersteuning en zorg verdienen’, zei een hulpverlener uit Oeganda. Omdat een deel van de mannen die seks hebben met mannen ook seks heeft met vrouwen, werd voorgesteld dat het voor deze groep extra belangrijk is om condooms te gebruiken. ‘Dan infecteren ze in ieder geval niet de vrouwen’, zo werd geredeneerd. Hoewel het een lastig onderwerp werd gevonden en sommigen duidelijk moeite hadden het over de ‘lost ones’ te hebben, vond ik het positief en bemoedigend dat ruim twintig moslimvrouwen en -mannen uit diverse landen samen spraken over homoseksualiteit. Een andere positieve uitkomst van deze workshop was dat de term ‘males having sex with males’ veranderd werd in ‘men having sex with men’. Sommige deelnemers zeiden dat ‘mannelijken’ van alles kon betekenen, van kamelen tot varkens en apen. Praten over ‘mannen’ getuigt van meer respect en in de ogen van Allah verdienen alle mensen dit. |
fatwa’s In het overvolle programma werden ’s avonds fatwabijeenkomsten over hiv/ aids georganiseerd. Een fatwa is een door een islamitische rechtsgeleerde geformuleerd decreet of vonnis. Hierin kwamen vragen aan bod als ‘Mag de wijze waarop we tegen aidspatiënten aankijken, afhangen van de manier waarop iemand het virus heeft opgelopen?’ en ‘Is het toegestaan om aidspatiënten te vervloeken of te stigmatiseren, ook als ze geen zondige daden hebben begaan?’ Elk decreet werd door een moefti, een islamitische rechtsgeleerde, toegelicht, waarbij nauwelijks ruimte was voor discussie. Ik kreeg de indruk dat de stappen die overdag waren gezet, ‘s avonds door de fatwa’s weer werden tenietgedaan. Als niet-moslim viel het mij op hoe diep het moslimgeloof geworteld is in het denken en doen van de meeste deelnemers. Het deed mij denken aan mijn protestants-christelijke opvoeding.
tot slot Voor mij was deze conferentie een boeiende ervaring. Ik was onder de indruk van de betrokkenheid, het medeleven en de overtuiging waarmee deelnemers zich wilden inzetten voor de strijd tegen hiv/aids. Strijden tegen stigma en onderdrukking, het doorbreken van taboes en vooroordelen. Men zag het belang van het opkomen voor de rechten van hiv-positieve mensen, de emancipatie van vrouwen en het recht op behandeling. Het herinnerde mij aan vroegere tijden, toen de solidariteit en verbondenheid van mensen in de strijd tegen aids sterk was in Nederland en de westerse wereld.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|