Behandeling van hiv-infectie
'state of the ART'
Luc Gelinck, internist-infectioloog, aidsbehandelaar, Leids Universitair Medisch Centrum
Acht jaar geleden is de ‘highly active antiretroviral therapy’
(HAART) ingevoerd. Dit betekent dat mensen met hiv nu een effectieve behandeling
kunnen krijgen. Waar vroeger therapie vooral was gericht op de klachten die kunnen
ontstaan door een verminderde afweer is het nu mogelijk dit soort klachten te
voorkomen door het virus volledig te onderdrukken.
De therapie is niet altijd even eenvoudig. Trouw aan de voorschriften is moeilijk
en er is de dreiging van resistentie en van bijwerkingen. Wel is er onmiskenbaar
sprake van een belangrijke doorbraak. Voor veel met hiv geïnfecteerde mensen
betekenen de nieuwe behandelingsmogelijkheden een aanzienlijke verlenging van
hun leven. Ook de kwaliteit van leven is er na 1996 op vooruit gegaan.
Doorbraak
Sinds het beschikbaar komen van een effectieve behandeling tegen hiv, HAART,
in 1996, is er veel veranderd voor zowel de met hiv geïnfecteerden als
hun behandelaren. Vóór 1996 zagen we het aantal CD4-lymfocyten
onomkeerbaar dalen door de aanwezigheid van het virus in het bloed, representatief
voor de verslechterende afweer en de toegenomen kans op (vaak levensbedreigende)
infecties. De nadruk lag op het voorkómen en het behandelen van die opportunistische
infecties.
De effectiviteit van de nieuwe therapie, HAART, meten we af aan de hoeveelheid
virus in het bloed; succes wordt gedefinieerd door het in het bloed onmeetbaar
laag worden (en blijven) van het virus. Dit gebeurt bij de meerderheid van de
hiv-geïnfecteerden binnen 3 maanden na het starten met HAART. Hierdoor
krijgt ook de afweer weer de ruimte om zich te herstellen: het aantal CD4-lymfocyten
neemt toe bij deze effectieve behandeling. Uit grote studies weten we dat we
meer doen dan alleen deze getallen beïnvloeden: hiv-geïnfecteerden
leven langer en zijn minder vaak ziek dankzij HAART.
Hindernissen en bijwerkingen
Toch is het er niet eenvoudiger op geworden na 1996. Er moeten verschillende
hiv-remmers gecombineerd worden in een ‘HAART-cocktail’ om effectief
te zijn. Frequent treden er bijwerkingen op. Sommige zijn mild en gaan snel
weer over, andere ontstaan juist pas bij langdurig gebruik en kunnen grote gevolgen
hebben, zoals het optreden van diabetes, een hoog vetgehalte in het bloed en
een veranderde vetverdeling in het lichaam (‘lipodystrofie’). Ook
weten we dat alleen bij een extreem nauwgezette inname (juiste regelmaat, precies
volgens voorschriften) de medicijnen werkzaam zijn. Als dit niet gebeurt zal
het virus zich snel niets meer van de behandeling aantrekken: het wordt resistent.
Zo kan het een paar keer niet of verkeerd innemen van deze medicatie desastreuze
gevolgen hebben. Hierin wijkt hiv-behandeling nog het meest af van medicamenteuze
behandelingen bij andere ziekten.
Voorwaarden voor effectiviteit
Eén van de belangrijkste punten is dan ook dat HAART alleen wordt gestart
bij mensen die voldoende gemotiveerd zijn en in een omgeving verkeren die het
mogelijk maakt om met regelmaat de medicatie te nemen. Vóór het
starten met HAART moeten de consequenties van het niet juist nemen van de medicatie
duidelijk zijn. Overigens zal de behandelende arts altijd op medicatiegebruik
(HAART) aandringen als de afweer duidelijk verminderd is (CD4-aantal onder de
200 cellen per microliter), als dit aantal boven de 350 ligt is behandeling
zelden geïndiceerd.
Nieuwe mogelijkheden
Het goede nieuws is dat er nog jaarlijks nieuwe middelen bijkomen. Hierdoor
zijn er meer opties. Een aantal medicijnen hoeft nog maar 1 maal per dag te
worden ingenomen (in plaats van precies iedere 12 of zelfs 8 uur); ook het aantal
in te nemen capsules per dag neemt af: er is een groep die nog maar 2 of 3 capsules
per dag gebruikt.
De middelen die de meest uitgesproken bijwerkingen geven worden nog maar zelden
voorgeschreven, daar zijn inmiddels alternatieven voor; die alternatieven zijn
er ook – tot op zekere hoogte – voor resistent virus. Al met al
komt het er op neer dat hiv-behandeling steeds meer aan het individu wordt aangepast.
Door HAART kunnen hiv-geïnfecteerden langdurig (voor zover we dat nu kunnen
overzien) effectief worden behandeld, waarmee de afweer intact blijft en opportunistische
infecties (en dus aids) voorkomen kunnen worden.
Richtlijnen
Om hiv-behandelaren te helpen bij de veelheid aan keuzes die er zijn ontstaan zijn er richtlijnen ontwikkeld. Deze beschrijven wat wel en wat niet bewezen is en geven richting aan de keuzes die gemaakt kunnen worden. Door de hiv-zorg dan ook nog te concentreren in een aantal gespecialiseerde centra moet iedereen toegang kunnen krijgen tot de (voor hem of haar) beste hiv-behandeling: 'state of the art' dus.
Afgelopen zomer verschenen al de Amerikaanse richtlijnen van de IAS (International AIDS Society)1 en van de IDSA (Infectious Diseases Society of America).2 Hierin wordt behalve aan hiv en de behandeling hiervan ook aandacht besteed aan andere medische zaken die een rol kunnen spelen bij deze patiëntengroep, zoals vaccinaties, soa, co-infecties met hepatitis-B en/of C, verslaving en counseling van partners.
De Nederlandse richtlijn is in de maak, en is in zijn voorlopige versie terug te vinden via de website van de Nederlandse Vereniging van AIDS behandelaren (NVAB) op www.NVAB.org
Referenties
- Yeni PG, Hammer SM, Hirsch MS, et al. Treatment for adult HIV infection: 2004 recommendations of the International AIDS Society-USA Panel.
- Aberg JA, Gallant JE, Anderson J, et al. Primary care guidelines for the management of persons infected with human immunodeficiency virus: recommendations of the HIV Medicine Association of the Infectious Diseases Society of America. Clin Infect Dis. 2004 Sep 1;39(5):609-29.
top
|