Jaargang 5, nummer 4 - december 2008 Terug naar home
Print versie
Groepsconsult voor mensen met hiv: een nieuwe impuls voor arts en patiënt


Eric Kollen - Senior communicatieadviseurBureau Volle Maan

Het groepsconsult is nieuw in de patiëntenzorg in Nederland. Hierbij voert één arts meerdere individuele consulten achter elkaar uit in aanwezigheid van alle betrokken patiënten, samen met een groepsbegeleider. In 2006 hebben Karin Schurink en Sigrid Vervoort in het UMC Utrecht voor het eerst een groepsconsult met hiv-patiënten uitgevoerd. In 2007 zijn de Hiv Vereniging Nederland en bureau Volle Maan een proef begonnen met deze methodiek met drie hiv-behandelteams. Deze werd geëvalueerd door de afdeling Medische Psychologie van het AMC Amsterdam. Daaruit blijkt dat een groepsconsult – volgens behandelaars én patiënten – medisch gezien niet onderdoet voor het individuele consult, maar wel iets extra’s biedt: het voorziet in de behoefte van patiënten om onderling informatie uit te wisselen, zowel psycho-sociaal als biomedisch; voor zorgverleners levert het groepsconsult nieuwe informatie op over hun patiënten, ook als ze die al jarenlang kennen. Voor de Hiv Vereniging Nederland reden om een tweede proefproject te beginnen in het voorjaar van 2009.

meerwaarde Sommige behandelaars, consulenten en patiënten meenden in 2007 dat er onder hiv-patiënten wegens de behoefte aan privacy geen animo zou zijn voor het groepsconsult (ook wel Gemeenschappelijk Medisch Consult genoemd). Anderen gingen ervan uit dat de methodiek alleen succesvol zou kunnen zijn bij de groep hoger opgeleide homomannen. Maar het overgrote deel van de deelnemende patiënten was erg enthousiast, en juist de diverse samenstelling van de groepen blijkt een zinvolle interactie tussen patiënten op te leveren, blijkt uit de evaluatie van de Afdeling Medische Psychologie van het Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam. Voor de evaluatie interviewden de onderzoekers een aantal deelnemers aan het proefproject in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam, het Academisch Ziekenhuis Maastricht en het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Drie artsen, drie hiv-consulenten en een externe groepsbegeleider vertelden hoe zij als zorgverleners de groepsconsulten hadden ervaren. Daarnaast zijn er zeventien patiënten geïnterviewd en gaven 45 patiënten hun mening via vragenlijsten, die voor en na het consult werden toegestuurd.

Eric van Gorperic van gorp, internist in het slotervaartziekenhuis in amsterdam:
‘Het groepsconsult kan een al jaren bestaande arts-patiëntrelatie een verfrissende nieuwe impuls geven. Een impuls om anders tegen zaken aan te kijken, of om ervaringen te delen zodat soms nieuwe gezichtspunten ontstaan. Door de andere context en door de groepsinteractie gebeurt het regelmatig dat ik nieuwe dingen hoor van mijn patiënten. Het groepsconsult is een middel om de arts-patiëntrelatie scherp
te houden. Voor mij heeft het een belangrijke meerwaarde.’







behandelaars
De teamleden zijn enthousiast over deze nieuwe werkvorm. Het groepsconsult vereist weliswaar een intensieve voorbereiding, maar ze krijgen relevante nieuwe informatie en het groepsconsult biedt een zinvolle en welkome afwisseling van het individueel consult. Verder vertellen veel zorgverleners dat patiënten in het groepsgesprek vaker blijk geven van onjuiste ideeën en opvattingen – over bijvoorbeeld hepatitisvaccinatie, atrofie of tijdstip van innemen van medicijnen – die ze nu kunnen corrigeren. En dat een deel van de informatie die ze in het verleden aan patiënten hebben gegeven blijkbaar niet is overgekomen of niet is blijven hangen; het groepsconsult biedt hun de gelegenheid om ‘in één keer tien patiënten weer even op het goede spoor te zetten’.

hiv-consulenten Als de rol van de groepsbegeleider wordt vervuld door de hiv-consulent, heeft dat het voordeel dat de patiënten haar of hem al goed kennen. Dat geeft snel een sfeer van vertrouwdheid. Verder kan de consulent later, in een eigen consult, nog eens terugkomen op iets wat de patiënt in de groep had gezegd of gevraagd. De taak van de groepsbegeleider ligt in het stellen van verdiepende vragen, het scheiden van onderwerpen die in combinatie worden aangekaart, het samenvatten, en het begeleiden van de groepsdynamiek. De meer ervaren groepsbegeleiders hebben het hiermee gemakkelijker dan degenen die daar nog niet veel ervaring mee hebben. In de proef van 2009 wordt daarom een aanvullende training ‘groepsbegeleiding’ van een dag aangeboden aan de groepsbegeleiders in spee.

samenstelling De onderlinge uitwisseling van informatie werd gestimuleerd door de heterogene samenstelling van de groepen (in duur van ervaring met hiv, seksuele geaardheid, opleidingsniveau, etniciteit). Een van de hiv-consulenten: ‘Het is heel leuk om te zien dat heteromannen, autochtone en Afrikaanse vrouwen, homo’s, druggebruikers en ex-druggebruikers op de een of andere manier elkaar kunnen steunen, en oprecht geïnteresseerd zijn in elkaars verhaal.’ Een andere stimulans was de groepsgrootte: in kleine groepen (zes of minder deelnemers) vond minder interactie plaats. Opvallend was dat de patiënten in het verleden weinig informatie of lotgenotencontact hadden gezocht: 53% van de 45 deelnemers aan de schriftelijke evaluatie had nog nooit informatie gezocht bij de patiëntenvereniging, en 63% had zich nog nooit geïnformeerd door een voorlichtings- of informatiebijeenkomst. Er waren enkele patiënten bij die nu voor het eerst met iemand anders dan de behandelaar of de consulent over hun hiv spraken.

behandelaar krijgt bijval In veel gevallen krijgen de behandelaars bijval van medepatiënten, waardoor hun argumenten meer overtuigingskracht krijgen. ‘Je kunt tien keer tegen iemand iets zeggen, maar als er iemand bij zit en die doet het al, en die zegt: Ach, dat is helemaal geen probleem, dan heeft het veel meer waarde dan als ik het zeg. Want ik zit niet in die situatie.’ Patiënten trekken zich ook aan elkaar op. ‘Als andere mensen er “slecht aan toe zijn”, dan voelen ze zich heel gezond, en als anderen heel gezond zijn, dan zien ze een aantrekkelijk perspectief, dus het gaat beide kanten op.’ Verder worden veel praktische tips uitgewisseld.

reacties van patiënten Uit de antwoorden in de vragenlijsten blijkt dat de deelnemende patiënten over het algemeen positief zijn over het groepsconsult. Een meerderheid zou het groepsconsult bij anderen aanbevelen en er zelf een volgende keer ook weer voor kiezen, respectievelijk 63% en 61%. Slechts één patiënt zou anderen het groepsconsult afraden. Patiënten krijgen in hun beleving over “lichamelijke klachten” en “behandeling en medicatie” evenveel (respectievelijk 54% en 63%) tot meer informatie (respectievelijk 21% en 24%) dan in een standaard individueel consult. Men vond de aanwezigheid van andere patiënten plezierig (58%) of zelfs heel plezierig (18%). Drie kwart van de patiënten gaf aan wat opgestoken te hebben van de ervaringen van andere patiënten. De meerderheid (82%) heeft aangegeven dat de medische zorg niet beter, maar ook niet slechter was, 15% van de patiënten vond de medische zorg zelfs beter, en één patiënt vond die zorg slechter dan een individueel consult. Patiënten maken zich voorafgaand aan het groepsconsult vooral zorgen over de privacy; achteraf blijkt hen dit mee te vallen. Wel geven enkele geïnterviewde patiënten aan sommige zaken niet in het groepsconsult besproken te hebben. conclusie De belangrijkste beperking van deze evaluatie betreft de beperkte omvang van de steekproef. Toch lijkt het gerechtvaardigd te concluderen dat vanuit het perspectief van betrokkenen een groepsconsult zowel medisch als psychosociaal toegevoegde waarde heeft. Dit kan voor patiënten een kwaliteitsverbetering betekenen in de zorg die zij binnen het ziekenhuis ontvangen.

Het complete rapport van AMC/UvA kunt u opvragen bij Eric Kollen van Volle Maan: 020 – 520 46 93 of via eric@volle-maan.nl. Bij hem kunt u zich ook opgeven voor het tweede proefproject, dat start in het voorjaar van 2009. De proef en de evaluatie zijn financieel mogelijk gemaakt door Aids Fonds, Boehringer Ingelheim en Gilead.


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 3 oktober 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Virale soa in een ander perspectief - Jan van Bergen
   
Serie soa: hiv-infectie - J.M. Prins
   
De kans op hiv-transmissie per seksueel contact - J. van Bergen, J. Prins
   
Het Zwitserse standpunt - E. Hassink, C. Blom
   
Groepsconsult voor mensen met hiv - Eric Kollen
   
Foutnegatieve meldingen OraQuick®Advance™ Hiv 1/2 - Checkpoint
   
Belemmeringen bij hiv-behandeling van allochtone mensen in Nederland - J. Nellen
   
Therapietrouw bij etnische minderheden in Nederland - I. Shiripinda
   
Hiv leidt ook in Nederland tot stigmatiserende reacties - S. Stutterheim, R. Berends, A. Bos
   
Het bevorderen van hiv-testen: Queermasters - J. Mikolajczak
   
Soa- en hiv-preventie binnen de gevangenis - Matthieu klein Tank
   
‘Veiliger Sekslocaties’ - Bouko Bakker
   
Hiv/aidsvoorlichting in China - Babs Verblackt