'Het soa-consult' de nieuwe NHG-Standaard
Michou Mastboom, huisarts, tevens werkzaam bij het Nederlands Huisartsen Genootschap
Bij welke klachten en bij welke patiënten moet ik aan soa denken?
Hoe schat ik het soa-risico in?
Welk onderzoek heeft de voorkeur?
Hoe bespreek ik veilig vrijen met de patiënt?
De gedachte aan een soa-consult roept bovenstaande vragen op bij de
huisarts. In december 2004 verschijnt de NHG-standaard ‘Het soa-consult’,
waar veel behandelaren in de eerste lijn verlangend naar hebben uitgekeken;
het aantal soa is immers de afgelopen jaren sterk toegenomen en de aangewezen
diagnostiek en behandeling veranderen voortdurend.
Alle soa bij elkaar In de nieuwe standaard staan de symptomatologie,
de diagnostiek en de behandeling van de veelvoorkomende soa overzichtelijk bij
elkaar en is er ook aandacht voor de risico-inschatting van soa, het soa-gesprek
en partnerwaarschuwing.
Besproken worden chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv, herpes genitalis en condylomata
acuminata. De oude standaarden Herpes genitalis, Condylomata acuminata en Urethritis
bij mannen komen hiermee te vervallen. De standaarden Fluor vaginalis en PID
blijven bestaan, omdat de oorzaak van fluor vaginalis vaak geen soa is en PID
een andere diagnostische route volgt; zij worden op dit moment herzien. Voor
hepatitis-B, dat een bloedoverdraagbare aandoening is en vaak door seksueel
contact wordt overgedragen, wordt verwezen naar de standaard virushepatitis.
PCR of kweek Op diagnostisch gebied is de laatste tijd meer
consensus ontstaan over het te gebruiken materiaal voor de afname van soa (kweek,
PCR-diagnostiek, bloedafname) en hoe deze uit te voeren en te verzenden naar
het regionale laboratorium.
De voordelen van PCR-diagnostiek zijn de toegenomen betrouwbaarheid van de testen
en de eenvoud in afnametechniek, het nadeel is dat geen resistentiebepaling
mogelijk is.
De standaard maakt voor chlamydia-diagnostiek bij vrouwen onderscheid in afnametechniek
afhankelijk van het soa-risico van de patiënt en de betrouwbaarheid van
de desbetreffende test: voor het uitsluiten van chlamydia, bijvoorbeeld bij
het aangaan van een nieuwe relatie, is PCR-diagnostiek uit de eerstestraals-urine
voldoende; voor het aantonen van chlamydia bij een vrouw met klachten is afname
uit cervix en urethra nodig.
Door de toenemende resistentie die bij de behandeling van gonorroe optreedt,
blijven kweek en resistentiebepalingen op indicatie nodig, namelijk bij aanhoudende
klachten na behandeling, bij zwangeren en bij een PID.
Medicamenteuze behandeling Het antibioticabeleid voor gonorroe
wordt door deze resistentieontwikkeling dan ook regelmatig herzien; op dit moment
is de behandeling van eerste keuze weer een injectie, namelijk cefotaxim 1 gram
intramusculair. Daarnaast zijn er verschuivingen in toenemend gebruik van eenhaps-
in plaats van meerdaagse behandelingen.
Risico-inschatting De standaard besteedt speciaal aandacht
aan het schatten van het soa-risico door de huisarts. Het gaat hier om patiënten
met klachten, vragen en/of ongerustheid en patiënten zonder klachten bij
wie de huisarts een hoog risico vermoedt. Door gerichter en actiever testen
kan de huisarts een efficiënte bijdrage leveren aan vroegopsporing van
het toenemende aantal soa. Zo komt chlamydia veel voor onder heteroseksuele
jongeren tussen 18 en 24 jaar, die vaker van relatie veranderen of wisselende
partners hebben en mensen die eerder een chlamydia-infectie doormaakten. Syfilis,
hepatitis-B en hiv komen meer voor onder mannen die seks hebben met mannen (MSM),
mensen uit hepatitis-B en hiv-endemische gebieden en drugsgebruikers.
Counseling Hoewel onder artsen en patiënten zo langzamerhand
algemeen bekend is dat veilig vrijen en condoomgebruik belangrijk zijn om geen
soa te krijgen, neemt het aantal soa nog steeds niet af, integendeel. In het
soa-gesprek kan doorvragen daarom nuttig zijn: informeren naar de motivatie
voor veilig vrijen en de belemmeringen om de eigen plannen te volgen. Een dergelijk
gesprek draagt bij aan de bewustwording van de patiënt over zijn of haar
gedrag en leidt mogelijk tot ander gedrag in de toekomst.
Bij patiënten met een soa wordt het consult afgesloten met het bespreken
van partnerwaarschuwing en contactopsporing. De patiënt draagt over het
algemeen zelf bij aan ideeën hoe de partner te benaderen (telefoon, brief,
sms, e-mail). De huisarts kan daarbij zo nodig altijd gebruik maken van de hulp
van ervaren sociaalverpleegkundigen van de regionale GGD.
top
|