‘Dokter, ik heb het nog steeds…’
Meer aandacht voor vroegtijdig hulpzoekgedrag bij soa gewenst
J.E.A.M. van Bergen, huisarts Amsterdam, programmaleider Soa Aids Nederland
Op het huisartsspreekuur verschijnt Damian A, een 17-jarige Surinaamse jongen. Hij heeft ‘het’ nog steeds, en ‘het’ gaat maar niet weg. Hij heeft sinds kort een oogje op een nieuwe vriendin. Zijn moeder heeft gezegd dat hij dan nu toch echt naar de dokter moet gaan. ‘Het’ is een verkoudheid ‘van onder’. Afscheiding uit de plasbuis van de penis beaamt hij. Op mijn volgende vraag hoe lang die snotneus dan al opspeelt, antwoordt hij: vier maanden. Daar schrik ik wel van. Een beetje lange verkoudheid. ‘Heb je er nu ook nog last van?’ ‘Ja’. Op mijn vraag of hij al seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn nieuwe vriendin antwoordt hij ontkennend. Tegen alle regels in besluit ik in plaats van de anamnese gewoon af te maken, eerst maar eens te kijken, want als ‘het’ er al vier maanden zit zal ‘het’ toch wel meevallen. Dat blijkt geenszins het geval. Als hij zijn geslachtsdeel tevoorschijn tovert zijn de natte plekken in de onderbroek al te zien. De loopneus van de 4-jarige met een chronische neusamandelontsteking in het consult ervoor valt erbij in het niet. Nu ben ik toch wel echt verbaasd. ‘Is het al die tijd al zo erg?’ ‘Ja, ik dacht dat het wel vanzelf weg zou gaan, net als een verkoudheid.’ Ik pak de spullen voor microbiologisch onderzoek, bedenk dat ik het hele consult achterstevoren doe, en realiseer me vooral dat in ons laatste wijkkrantje staat dat je een verkoudheid best even kunt aanzien en er niet meteen mee naar de dokter hoeft.
Hulpzoekgedrag bij soa Over hulpzoekgedrag bij soa in Nederland is relatief weinig bekend. In het kader van de tweede nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk (NIVEL 2001) zijn gegevens verzameld over hulpzoekgedrag bij soa. Onder 18-24-jarigen bleek 5% het afgelopen jaar klachten te hebben gehad die volgens de betrokken persoon toegeschreven konden worden aan soa. Hiermee ging tweederde naar hun huisarts, 20% naar de GGD/soa-poli, 9% gaf aan ‘niets’ gedaan te hebben.1 Over de mate van ‘patient-delay’ bij soa is beperkt onderzoek verricht. Begin jaren negentig werden 585 personen met soa-klachten die hiervoor hulp hadden gezocht bij soa-poli’s of huisartsen ondervraagd. Van hen bleek 27% meer dan 4 weken gewacht te hebben alvorens medische hulp te zoeken.2 Onlangs werd deze vraag toegevoegd aan de jaarlijks evaluatiemeting van de vrij veilig campagnes, waarbij bijna 1.200 mensen (15-35 jaar) via internet benaderd worden met vragen rondom soa en veilig vrijen. Van hen had 21% zich ooit op soa laten testen en bij 9% hiervan werd een soa vastgesteld. Meer dan 20% van de ondervraagde personen bleek bij klachten al langer dan twee maanden last te hebben. Eenderde rapporteerde als reden voor afwachten ‘kijken of het vanzelf over zou gaan’.3
Vroege opsporing en tijdige behandeling Naast primaire preventie zijn vroege opsporing van soa en tijdige behandeling de belangrijkste peilers van de soa-bestrijding. Uitstel van behandeling leidt tot meer kans op complicaties en draagt bij aan verdere verspreiding in de populatie. Gezien bovenstaande gegevens is meer aandacht in de voorlichting voor tijdig hulpzoekgedrag bij soa en het terugbrengen van het ‘patient-delay’ gewenst. Daarnaast dient ook ‘dokters-delay’ zo laag mogelijk te zijn. De nieuwe NHG SOA Standaard ‘Het soa-consult’ adviseert bij urethritis directe (syndroom-)behandeling na afname van materiaal voor microbiologische diagnostiek, zonder eerst nog een week de uitslagen af te wachten. Hetzelfde geldt voor PID. Vroegbehandeling geschiedt ook bij screening en via actieve opsporing van vaak asymptomatische of subklinisch verlopende soa (chlamydia bij jongeren, maar ook van andere soa zoals hiv-infectie bij specifieke doelgroepen op basis van een risicoanamnese). Ook hiervoor geeft de NHG SOA Standaard professionele richtlijnen.4 Zowel voor de dokter als voor de patiënt geldt: de ene verkoudheid is de andere niet.
Referenties:
- Bergen J.E.A.M. van. Stijging aantal hiv-infecties en soa vragen om een actieve rol van de ‘eerstelijn’. Themabijlage Medisch Contact: Actieve opsporing hiv en andere soa. Elsevier Gezondheidszorg. Maarssen, 2003.
- Leenaarts PEM, Rombouts R, Kok G. Seeking medical care for a sexually transmitted disease: determinants of delay-behavior. Psychology and Health 1993;8:17-32.
- Kuyper L, Bakker F, Zimbile F. Veilig vrijen en condoomgebruik bij jongeren en jongvolwassenen. Stand van zaken september 2004 en ontwikkelingen sinds september 1987. Rutgers Nisso Groep, Utrecht, 2005.
- Bergen JEAM van, Dekker J, Boeke AJP, et al. NHG SOA Standaard Het SOA Consult. Huisarts en Wetenschap 2004; 47(13):636-51.
top
|