Jaargang 2, nummer 5 - december 2005 Terug naar home
Print versie
Vragen aan de huisarts over hiv en aids 1988 - 2004


J.J. Kerssens, Senior onderzoeker, Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg

Sinds 1988 worden er door de Continue Morbiditeits Registratie Peilstations Nederland, een landelijk netwerk van huisartsen, gegevens verzameld over contacten tussen huisartsen en patiënten waarbij vragen over aids of bezorgdheid over besmetting met hiv zijn besproken. De registratie wil inzicht verschaffen in de hiv/aids-gerelateerde hulpvragen bij huisartsen van patiënten die niet aan aids lijden en niet (bewezen) seropositief zijn.

gunstige positie Behalve enkele uitzonderingen, in steden zoals Amsterdam en Rotterdam, worden Nederlandse huisartsen slechts in beperkte mate geconfronteerd met aidspatiënten en hiv-seropositiviteit. De ervaring van huisartsen met zorg voor hiv-seropositieve patiënten en patiënten die aan aids lijden is daarom beperkt. Toch bevindt de huisarts zich in principe in een gunstige positie om een bijdrage te leveren aan de preventie en voorlichting op het gebied van hiv. In een persoonlijk contact tussen arts en patiënt, kan hij of zij inspelen op individuele vragen en op ongerustheid met betrekking tot aids en seropositiviteit. Een huisarts is immers veelal bekend met de achtergronden van een patiënt en vaak is er sprake van een vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt.
Met name voor de vragen en ongerustheid van de niet als hiv-seropositief bekend staande patiënten, de zogenaamde ‘worried well’ zou de huisarts een rol van betekenis kunnen spelen. Daarnaast zijn, sinds een aantal jaren, bij vroegbehandeling de resultaten van therapie verbeterd, reden waarom het belangrijk is dat de huisarts een goede inschatting maakt van de noodzaak om te laten testen.

aantallen hiv/aids-gerelateerde contacten Uit de resultaten van ons onderzoek blijkt het volgende:
Het aantal geregistreerde contacten vertoont een groei tot en met 1994. Daarna worden de aantallen weer kleiner. In het begin van de registratieperiode (1988) waren er tien aids-gerelateerde contacten per 10.000 patiënten; in 1994 was dit opgelopen tot zevenentwintig contacten. Daarna treedt er eerst een daling op, in 1999 bedroeg het aantal zeventien, en daarna weer een stijging. Anno 2004 bedraagt het aantal vijfentwintig contacten per 10.000 ingeschreven patiënten.
Het aantal contacten in de stad was al vanaf het begin duidelijk hoger dan elders en ook de groei is hier het grootst geweest. In de stad zijn de getallen nooit zo hoog geweest als in 2004. Dit geldt ook voor het platteland. In de verstedelijkte gemeenten nam het aantal aidsgerelateerde contacten sinds 1994 weer af.

Tabel 1. Het aantal hiv/aids-gerelateerde contacten per 10.000 patiënten per jaar, onderscheiden naar urbanisatiegraad, in de periode 1988-2004

veranderende groepssamenstelling
De patiëntengroep die bij de huisarts komt met vragen over hiv/aids is gedurende de onderzochte periode van 1988 tot en met 2004, veranderd van samenstelling. De gemiddelde leeftijd van de patiënt is afgenomen. Aanvankelijk kwamen er meer mannen dan vrouwen. Sinds 1991 is het aantal mannen en vrouwen ongeveer gelijk.
De huisarts ziet minder hulpvragen van de traditionele risicogroep, bestaande uit patiënten met homo- en/of biseksuele contacten en de intraveneus druggebruikers. Hun aandeel is gedaald van 23% van het totale aantal contacten in het begin, tot 9% in 2004. Hun risico van een besmetting is echter weinig veranderd. In de totale registratieperiode komt tweederde van de positieve testuitslagen op rekening van patiënten uit de traditionele risicogroepen. Er zijn hierin geen noemenswaardige veranderingen in de tijd waar te nemen.In 2004 bleek één patiënt hiv-seropositief, een man uit de traditionele risicogroep.

ter sprake brengen Het initiatief om het onderwerp hiv/aids ter sprake te brengen, ligt hoofdzakelijk bij de patiënt. Aanvankelijk leek de huisarts wat meer het initiatief te gaan nemen (van 10% in 1988 naar 14% in 1990), maar de laatste jaren is het vrij constant op een niveau van 8%.

testverzoeken Onder consulten met vragen over hiv/aids is het aantal verzoeken om een test gestegen. Van ongeveer zestig procent aan het begin van de registratieperiode tot 84% in 2004. De aanvankelijke toename van het aantal contacten is te verklaren uit de toename van het aantal testverzoeken. Ook worden er nu meer testverzoeken ingewilligd: in 1988 leidde 74% van de verzoeken tot een afspraak en in 2004 is dat 95%. Bij zestien procent van de consulten wordt door de patiënt in eerste instantie niet om een test verzocht. Steeds vaker worden deze consulten toch afgesloten met een testafspraak (driekwart in 2004), hetgeen duidt op een actievere testhouding van de huisartsen.

Het jaar 2004 sluit in de meeste opzichten aan bij de voorgaande jaren. Er is wel sprake van een toename in de stad en verschuivingen binnen de patiëntenpopulatie, maar geen sprongsgewijze verandering in het aantal contacten, noch in het aantal afspraken voor een test. De meeste onderzochte kenmerken van de patiënten, van hun hulpvragen en van het daaropvolgend handelen van de huisarts ontwikkelden zich gelijk-matig, ook in het jaar 2004.
top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Een nieuw record … ? - Peter van Rooijen
   
‘Spermawassen’ - E. van Leeuwen
   
Vragen aan de huisarts over hiv en aids - J.J. Kerssens
   
Toegekende onderzoeksprojecten subsidieronde 2005 - Sam Gobin
   
Op angst gebaseerde voorlichting - Matthieu klein Tank
   
Referaat: Testen = veiliger? - J. Mikolajczak
   
‘Ik had nooit gedacht dat in Nederland regeltjes vóór mensen zouden komen’, interview Marion Kreyenbroek - Matthieu klein Tank
   
Congres Wereld Aids Dag drukker dan ooit