Jaargang 3, nummer 2 - juni 2006 Terug naar home
Print versie
Huidafwijkingen aan de vulva en vagina: wel of geen soa? Lichen sclerosus van de vulva


R.R. van den Bos, Arts-assistent dermatovenereologie, Erasmus MC Rotterdam
W.I. van der Meijden, Dermato-venereoloog, Afd. Dermatologie en Venereologie, Erasmus MC Rotterdam


Eerder is in het Soa Aids Magazine en daarvoor in het SOA-bulletin een artikelenreeks gepubliceerd over huidaandoeningen aan de penis, die niet het gevolg zijn van seksueel contact. Dit is – als een vervolg daarop - de eerste aflevering van een serie over huidaandoeningen aan de vulva en vagina die geen soa zijn. De betrokken vrouw consulteert een arts voor haar huidaandoening; deze gaat ook na of er mogelijk van een soa sprake is. Bij Lichen sclerosus is dat niet het geval.

algemeen Lichen sclerosus is een chronische inflammatoire huidaandoening die in elk huidgebied gelokaliseerd kan zijn, maar als voorkeurslokalisatie de anogenitale regio heeft. De huidaandoening wordt 5-10 keer vaker bij vrouwen gezien dan bij mannen. Lichen sclerosus kan op iedere leeftijd beginnen en kan ook bij jonge meisjes en adolescenten aanwezig zijn. Lichen sclerosus wordt echter het meest gezien bij postmenopausale vrouwen.

symptomen De meest voorkomende klachten bij lichen sclerosus zijn jeuk, een schraal gevoel en irritatie van de vulva. Tevens worden vaak anale jeuk en pijnlijke defecatie gemeld. Dyspareunie is een laat symptoom van de huidaandoening en is geassocieerd met fissuurvorming, stenosering van de introïtus en verkleving van de labia. Bij veel postmenopausale vrouwen is een verlaagd oestrogeengehalte een additionele factor bij het optreden van dyspareunie.

lichamelijk onderzoek Bij inspectie van de anogenitale regio valt vaak op dat de huid ter plaatse van de labia minora en/of majora wit verkleurd en verdikt is. Tevens kunnen atrofie van de huid (‘sigarettenpapier’), erythemateuze maculae, papels, plaques en ecchymosen waargenomen worden. Het veelvuldig krabben van de aangedane huid veroorzaakt vaak excoriaties, lichenificatie en oedeem.

diagnostiek De klachten en huidafwijkingen van lichen sclerosus zijn vrij specifiek voor het ziektebeeld; door middel van een biopt kan de diagnose histopathologisch bevestigd worden. Kenmerkend zijn o.a. de verdunning van de epidermis, hyperkeratotische haarfollikels, acanthosis, verdikking en homogenisatie van de collagene vezels, sclerotische vaatjes en in.ltratie van de epidermis door lymfocyten.

etiologie De precieze oorzaak van lichen sclerosus is niet bekend. Wel wordt in de literatuur gesuggereerd dat genetische, immunologische, infectieuze en hormonale factoren een rol kunnen spelen. De aandoening wordt vaker familiaal en bij bij auto-immuunziekten gezien.

lichen sclerosus en het plaveiselcelcarcinoom Er is een verhoogd risico van het ontstaan van een plaveiselcelcarcinoom van de vulva bij vrouwen met lichen sclerosus. Er wordt uitgegaan van een kans van 4-6% op het ontstaan van dit carcinoom.

therapie De voorkeursbehandeling bestaat uit sterk werkende topicale steroïden; met name clobetasolpropionaat zalf (2dd) geeft vaak een goede verbetering van de klachten. De therapie dient enige weken te worden voortgezet, daarna dient de behandeling afgebouwd te worden. De meeste vrouwen zullen nooit helemaal van de klachten afkomen; het geven van een onderhoudsbehandeling is daarom aan te raden. Inmiddels zijn ook diverse casus beschreven van succesvolle behandeling van lichen sclerosus met lokaal tacrolimus 0,1% zalf (Protopic®) en pimecrolimus 1% crème (Elidel®). Bij milde jeukklachten kan het regelmatige gebruik van een emolliens, zoals vaseline 20% in cetomacrogolcrème, verlichting geven. Lokale oestrogenen zijn weliswaar een goede therapie voor postmenopausale vaginale atrofie, maar spelen géén rol bij de behandeling van lichen sclerosus. Het is dus belangrijk deze ziektebeelden van elkaar te onderscheiden.
Het is overigens niet nodig patiënten levenslang te volgen voor het verhoogde risico van het ontstaan van een plaveiselcelcarcinoom; natuurlijk dient de patiënt goed geïnstrueerd te worden om tijdig een arts te raadplegen, indien zij vermoedt dat een afwijking of tumor ontstaat.

Literatuur:

  1. Ginarte M, Toribio J. Vulvar lichen sclerosus successfully treated with topical tacrolimus. Eur J Obstet
    Gynecol Reprod Biol. 2005;123(1):123-4.
  2. Goldstein AT, Marinoff SC, Christopher K. Pimecrolimus
    for the treatment of vulvar lichen sclerosus: a
    report of 4 cases. J Reprod Med. 2004;49(10):778-80.
  3. Neill SM, Tatnall FM, Cox NH. Guidelines for the
    management of lichen sclerosus. Br J Dermatol
    2002;147:640-9.
  4. Regauer S, Liegl B, Reich O. Early vulvar lichen sclerosus:
    a histopathological challenge. Histopathology
    2005;340-7.
  5. Renaud-Vilmer C,Cavelier-Balloy B, Porcher R, Dubertret
    L. Vulvar lichen sclerosus: effect of long-term
    topical application of a potent steroid on the course
    of the disease. Arch Dermatol 2004;140:709-12.
  6. Val I, Almeida G. An overview of lichen sclerosus. Clin
    Obstet Gynecol 2005;48:808-17.

top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Redactioneel - Jan van Bergen, Cor Blom
   
Lezersonderzoek Soa Aids Magazine
   
PEP na een prikaccident - Nori Jorna, Rolf Appels
   
Huidafwijkingen aan de vulva en vagina: Lichen sclerosus van de vulva - R. van den Bos, W. van der Meijden
   
Soa/hiv-preventie door huisartsen in achterstandswijken - Eva de Feijter
   
Voorlopige cijfers 2005 van het SOA Peilstation - M. de Boer, M. van de Laar
   
Vuistregels bij risico-inschatting - Fraukje Mevissen
   
Vrouwenverhalen als preventiemethode
   
Safesex.nl – boekje voor jongeren in buitenschoolse situaties - H. Roosjen
   
Sociaalverpleegkundige Inge de Castro over voorlichting aan prostituees - Matthieu klein Tank
   
Nieuwe soa-polikliniek GGD Amsterdam - M. Kolader, H. Thiesbrummel, E. van Leent
   
Veilig bloed: een voetnoot in aidsbestrijding! - Cees Smit
   
Hiv/aidsbeleid op de werkvloer - Yvette Fleming