Actualisatie NVDV Soa Richtlijnen: herziene richtlijn 2006
Pieter van Voorst Vader – dermatovenereoloog, namens de SOA Commissie van de NVDV
In 2006 is de NVDV Richtlijn Gonorroe & Syndromic Management Urethritis bij Mannen herzien, omdat in Nederland ceftriaxon vials à 500 mg verkrijgbaar werden en dit cefalosporine de voorkeur heeft (zie commentaar bij de herziening Richtlijnen).
Soa Aids Nederland heeft de SOA-Commissie/ SOA-Kernwerkgroep NVDV gevraagd naast de herziening van de Richtlijn Gonorroe & Syndromic Management Urethritis bij Mannen ook de overige items van de Korte Samenvatting NVDV SOA Richtlijnen 2004 kritisch te bekijken en indien nodig te herzien. Deze geactualiseerde Korte Samenvatting met up-to-date informatie over diagnostiek en therapie is nu gereed.
Naast de wijziging in de eerste keus therapie voor gonorroe (en bij syndromic management van urethritis) is een belangrijk item de diagnostiek bij infecties met Chlamydia trachomatis en Neisseria gonorrhoeae. Indien een NAAT, bijvoorbeeld PCR, voor de diagnostiek wordt gebruikt, wordt de diagnostiek op C. trachomatis en N. gonorrhoeae meestal gecombineerd. Bij diagnostiek van C. trachomatis bij de man is eerste straals urine een gelijkwaardig alternatief voor een urethra-uitstrijk, maar het is niet zeker of dat ook bij N. gonorrhoeae het geval is. Bij vrouwen staat de validatie van de diep vaginale wattenstok versus uitstrijken van cervix en urethra en eerste straals urine nog in de kinderschoenen wat betreft diagnostiek van C. trachomatis (lijkt even goed als alleen de cervixuitstrijk en beter dan de eerste straals urine, maar is niet vergeleken met de uitstrijk van cervix plus urethra), terwijl de validatie ten aanzien van diagnostiek van N. gonorrhoeae in urine ook bij vrouwen nog onvoldoende is.
Er is dus duidelijke twijfel of een gecombineerde NAAT op C. trachomatis en N. gonorrhoeae in eerste straals urine van voldoende kwaliteit is om acceptabel te zijn voor standaarddiagnostiek. Bij gonorroediagnostiek wordt een NAAT, bijvoorbeeld PCR, thans over het algemeen beoordeeld als sensitiever dan de kweek in uitstrijken van de urethra bij de man en cervix bij de vrouw, meer bij asymptomatische dan symptomatische patiënten (patiënten met exsudaat), zoals is toegelicht in de Herziening anno 2006 van de NVDV Richtlijn Gonorroe & Syndromic Management Urethritis bij de Man. De kweek is echter noodzakelijk voor resistentiebepaling. Bij gebruik van standaardtherapie volgens de NVDV Richtlijn Gonorroe is resistentiebepaling niet noodzakelijk. In 2006 heeft het RIVM een project (GRAS) opgezet, waarbij een aantal soa-centra in Nederland participeren in het monitoren van resistentie van N. gonorrhoeae voor enkele relevante antibiotica. Indien bij een bewezen gonorroe behandeling met ceftriaxon i.m. – het middel van eerste keuze – niet mogelijk is, wordt verwijzing naar of telefonisch overleg met een soa-polikliniek aangeraden.
Syfilis komt anno 2006 vooral voor bij mannen die seks hebben met mannen. Het verdient aanbeveling elke syfilispatiënt te verwijzen naar een soa-polikliniek, om verschillende redenen, vermeld in de Korte Samenvatting NVDV SOA Richtlijn 2006. Hetzelfde geldt voor een patiënt verdacht van Lymfogranuloma venereum (zie de NVDV Richtlijn LGV).
Geactualiseerde richtlijnen van de NVDV
top
|