Sterke toename ciprofloxacine-resistentie in 2006/2007
Femke Koedijk - Epidemioloog, Centrum Infectieziekte-bestrijding, RIVM
De resistentie bij gonokokken tegen chinolonen steeg explosief van 7% in 2002 naar 26% in 2005.1 De eerste voorlopige gegevens uit de resistentie-surveillance van het RIVM (GRAS-project) van juni 2006 tot en met december 2006 laten een voortgaande stijging van chinolonen-resistentie zien tot zelfs 38%: 45% onder homoseksuele mannen; 29% onder heteroseksuele mannen en 21% onder heteroseksuele vrouwen.2 Dit maakt cipro.oxacine ongeschikt als voorkeursmedicatie. In de NHG-standaard het Soa-consult (december 2004) wordt ciprofloxacine nog als tweede keus geadviseerd. De nieuwe en herziene richtlijn van de domeingroep SOA van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV, augustus 2007) adviseert als eerste keus intramusculair ceftriaxon (eventueel cefotaxim conform NHG-standaard) en als tweede keus oraal cefuroxim axetil 2x1 gram.

Quinolonen resistente N. gonorrhoeae in Nederland Bron: GRAS 2007 RIVM (gegevens soa-centra)
Referenties
- Koedijk FDH, Borgen K, Loo IHM van, et al. Verdere toename in chinolonresistentie van gonokokken in Nederland en voorstel voor hernieuwde surveillance. Ned Tijdschr Geneeskd 2007;151:142-3.
- Koedijk FDH, Borgen K, Laar MJW van de. GRAS: a new national surveillance of gonococcal resistance in the Netherlands. Abstract 17th ISSTDR Conference Seattle July 2007.
top
|