Dubbelinfecties met hiv
Sam Gobin, beleidsmedewerker wetenschappelijk onderzoek Soa Aids Nederland
Hiv kan na infectie spontaan of onder de druk van medicijnen snel veranderingen ondergaan. Dat maakt het moeilijk om te onderscheiden of de verschillende varianten van het virus in het lichaam zijn ontstaan of afkomstig zijn van afzonderlijke infectie. De laatste jaren heeft men kunnen aantonen dat sommige personen dubbel geïnfecteerd zijn met hiv.1,2 Dit kan het gevolg zijn van een gelijktijdige infectie (co-infectie) of opeenvolgende infecties (superinfectie). Het onderscheid tussen co-infectie en superinfectie is niet altijd goed te maken door het gebrek aan gegevens van verschillende tijdstippen.
Bij dierproeven vond men aanwijzingen dat na een eerste infectie bescherming wordt opgebouwd, waardoor een tweede infectie moeilijker plaatsvindt. Gevallen van co- en superinfecties zijn tot nu toe maar weinig geconstateerd bij mensen. In een studie met 15 hiv-positieve koppels en een met 3.155 patiënten met combinatietherapie konden geen superinfecties worden gevonden op basis van genetische analyse van hiv.3,4 Er zijn personen beschreven die twee subtypen hebben, of een virus dat gerecombineerd is uit twee subtypen.5-7 Dit moet het resultaat zijn van een dubbelinfectie. Bij een recente studie van 78 recent geïnfecteerde personen zonder hiv-medicatie vond men drie gevallen van superinfectie.8
Het is nog niet mogelijk om een schatting te maken van de prevalentie van superinfectie, hoewel superinfectie vaker lijkt voor te komen bij therapienaïeve hiv-positieve personen dan bij mensen met hiv-medicatie. Superinfecties brengen extra risico’s met zich mee. Zowel co-infectie als superinfectie resulteert in een sterke toename van de viral load, afname van CD4-cellen en versnelling van het ziekteverloop.9-12Omdat het kan gaan om een infectie met wild type (het oorspronkelijke hiv) en een drugresistente vorm is bij superinfecties de kans groot op therapiefalen; zo komen ze vaak aan het licht. Dubbelinfectie bemoeilijkt de strategiebepaling van medicatie, omdat met beide virussen rekening gehouden moet worden en de infectie van de een de ander kan maskeren. Recombinatie compliceert dit alleen nog maar.13,14 Dit bemoeilijkt de analyse van vaccinstudies en stelt extra eisen aan een toekomstig effectief vaccin.15 De consequenties voor behandeling en ziekteverloop maken het noodzakelijk om zelfs bij concordante koppels, waarvan beide partners hiv-positief zijn, beschermde seks te adviseren.16 Tenslotte is het ook belangrijk als bescherming tegen overdracht van andere soa. Juist bij hiv-positieve mensen verlopen soa gecompliceerder en zijn ze moeilijker te behandelen.
Referenties
- Allen TM, Altfeld M. HIV-1 superinfection. J Allergy Clin Immunol. 2003;112:829-35.
- Gross KL, et al. HIV-1 superinfection and viral diversity. AIDS. 2004;18:1513-20.
- Chakraborty B, et al. Failure to detect human immunodeficiency virus type 1 superinfection in 28 HIV-seroconcordant individuals with high risk of reexposure to the virus. AIDS Res Hum Retroviruses. 2004;20:1026-31.
- Gonzales MJ, et al. Lack of detectable human immunodeficiency virus type 1 superinfection during 1072 person-years of observation. J Infect Dis. 2003;188:397-405.
- Yerly S, et al. HIV-1 co/super-infection in intravenous drug users. AIDS. 2004;18:1413-21.
- Fang G, et al. Recombination following superinfection by HIV-1. AIDS. 2004;18:153-9.
- Yang OO, et al. Human immunodeficiency virus type 1 clade B superinfection: evidence for differential immune containment of distinct clade B strains. J Virol. 2005;79:860-8.
- Smith DM, et al. Incidence of HIV superinfection following primary infection. JAMA. 2004;292:1177-8.
- Grobler J, et al. Incidence of HIV-1 dual infection and its association with increased viral load set point in a cohort of HIV-1 subtype C-infected female sex workers. J Infect Dis. 2004;190:1355-1359.
- Van Damme L, et al. Effectiveness of COL-1492, a nonxynol-9 vaginal gel, on HIV-1 transmission in female sex workers: a randomised controlled trial. Lancet. 2002;360:971-977.
- Gottlieb GS, et al. Dual HIV-1 infection associated with rapid disease progression. Lancet 2004;363:619-22.
- Grobler J, et al. Incidence of HIV-1 dual infection and its association with increased viral load set point in a cohort of HIV-1 subtype C-infected female sex workers. J Infect Dis. 2004;190:1355-9.
- Chan DJ. HIV-1 superinfection: evidence and impact. Curr HIV Res. 2004;2:271-4.
- Chakraborty B, et al. Can HIV-1 superinfection compromise antiviral therapy? AIDS 2004;18: 132-4.
- Fultz PN. HIV-1 superinfections: omens for vaccine efficacy? AIDS. 2004;18:115-9.
- Blackard JT, Mayer KH. HIV superinfection in the era of increased sexual risk-taking. Sex Transm Dis. 2004;31:201-4.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|