Jaargang 2, nummer 1 - maart 2005 Terug naar home
Print versie
Dubbelinfecties met hiv


Sam Gobin, beleidsmedewerker wetenschappelijk onderzoek Soa Aids Nederland

Hiv kan na infectie spontaan of onder de druk van medicijnen snel veranderingen ondergaan. Dat maakt het moeilijk om te onderscheiden of de verschillende varianten van het virus in het lichaam zijn ontstaan of afkomstig zijn van afzonderlijke infectie. De laatste jaren heeft men kunnen aantonen dat sommige personen dubbel geïnfecteerd zijn met hiv.1,2 Dit kan het gevolg zijn van een gelijktijdige infectie (co-infectie) of opeenvolgende infecties (superinfectie). Het onderscheid tussen co-infectie en superinfectie is niet altijd goed te maken door het gebrek aan gegevens van verschillende tijdstippen.

Bij dierproeven vond men aanwijzingen dat na een eerste infectie bescherming wordt opgebouwd, waardoor een tweede infectie moeilijker plaatsvindt. Gevallen van co- en superinfecties zijn tot nu toe maar weinig geconstateerd bij mensen. In een studie met 15 hiv-positieve koppels en een met 3.155 patiënten met combinatietherapie konden geen superinfecties worden gevonden op basis van genetische analyse van hiv.3,4 Er zijn personen beschreven die twee subtypen hebben, of een virus dat gerecombineerd is uit twee subtypen.5-7 Dit moet het resultaat zijn van een dubbelinfectie. Bij een recente studie van 78 recent geïnfecteerde personen zonder hiv-medicatie vond men drie gevallen van superinfectie.8

Het is nog niet mogelijk om een schatting te maken van de prevalentie van superinfectie, hoewel superinfectie vaker lijkt voor te komen bij therapienaïeve hiv-positieve personen dan bij mensen met hiv-medicatie.
Superinfecties brengen extra risico’s met zich mee. Zowel co-infectie als superinfectie resulteert in een sterke toename van de viral load, afname van CD4-cellen en versnelling van het ziekteverloop.9-12Omdat het kan gaan om een infectie met wild type (het oorspronkelijke hiv) en een drugresistente vorm is bij superinfecties de kans groot op therapiefalen; zo komen ze vaak aan het licht. Dubbelinfectie bemoeilijkt de strategiebepaling van medicatie, omdat met beide virussen rekening gehouden moet worden en de infectie van de een de ander kan maskeren. Recombinatie compliceert dit alleen nog maar.13,14 Dit bemoeilijkt de analyse van vaccinstudies en stelt extra eisen aan een toekomstig effectief vaccin.15
De consequenties voor behandeling en ziekteverloop maken het noodzakelijk om zelfs bij concordante koppels, waarvan beide partners hiv-positief zijn, beschermde seks te adviseren.16
Tenslotte is het ook belangrijk als bescherming tegen overdracht van andere soa. Juist bij hiv-positieve mensen verlopen soa gecompliceerder en zijn ze moeilijker te behandelen.

Referenties

  1. Allen TM, Altfeld M. HIV-1 superinfection. J Allergy Clin Immunol. 2003;112:829-35.
  2. Gross KL, et al. HIV-1 superinfection and viral diversity. AIDS. 2004;18:1513-20.
  3. Chakraborty B, et al. Failure to detect human immunodeficiency virus type 1 superinfection in 28 HIV-seroconcordant individuals with high risk of reexposure to the virus. AIDS Res Hum Retroviruses. 2004;20:1026-31.
  4. Gonzales MJ, et al. Lack of detectable human immunodeficiency virus type 1 superinfection during 1072 person-years of observation. J Infect Dis. 2003;188:397-405.
  5. Yerly S, et al. HIV-1 co/super-infection in intravenous drug users. AIDS. 2004;18:1413-21.
  6. Fang G, et al. Recombination following superinfection by HIV-1. AIDS. 2004;18:153-9.
  7. Yang OO, et al. Human immunodeficiency virus type 1 clade B superinfection: evidence for differential immune containment of distinct clade B strains. J Virol. 2005;79:860-8.
  8. Smith DM, et al. Incidence of HIV superinfection following primary infection. JAMA. 2004;292:1177-8.
  9. Grobler J, et al. Incidence of HIV-1 dual infection and its association with increased viral load set point in a cohort of HIV-1 subtype C-infected female sex workers. J Infect Dis. 2004;190:1355-1359.
  10. Van Damme L, et al. Effectiveness of COL-1492, a nonxynol-9 vaginal gel, on HIV-1 transmission in female sex workers: a randomised controlled trial. Lancet. 2002;360:971-977.
  11. Gottlieb GS, et al. Dual HIV-1 infection associated with rapid disease progression. Lancet 2004;363:619-22.
  12. Grobler J, et al. Incidence of HIV-1 dual infection and its association with increased viral load set point in a cohort of HIV-1 subtype C-infected female sex workers. J Infect Dis. 2004;190:1355-9.
  13. Chan DJ. HIV-1 superinfection: evidence and impact. Curr HIV Res. 2004;2:271-4.
  14. Chakraborty B, et al. Can HIV-1 superinfection compromise antiviral therapy? AIDS 2004;18: 132-4.
  15. Fultz PN. HIV-1 superinfections: omens for vaccine efficacy? AIDS. 2004;18:115-9.
  16. Blackard JT, Mayer KH. HIV superinfection in the era of increased sexual risk-taking. Sex Transm Dis. 2004;31:201-4.

top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
De hypes en de feiten - Cor Blom
   
Dubbelinfecties met hiv - Sam Gobin
   
Verspreiding van hiv in Afrika: naalden of seks? - Sam Gobin
   
Beschermt besnijdenis tegen hiv-infectie? - Sam Gobin
   
Kunnen statines meer dan alleen cholesterol verlagen? - Sam Gobin
   
DDX3, een lichaamseiwit dat de aanmaak van hiv helpt - Sam Gobin
   
GBV-C: onschuldig virus remt hiv-infectie - Sam Gobin
   
Je lust of je leven Balans van 20 jaar homo-hiv-preventie - Cor Blom
   
Nieuwe opzet soa/hiv-preventie in Nederland - Cor Blom
   
Nieuwe krasloten voor voorlichting
   
Geen penitentie maar preventie - Ronald Brands
   
Congres Soa - Hiv - Aids op Wereld Aids Dag - Matthieu klein Tank
   
Hiv/aidspreventie in Rusland - NGO's in de voorhoede - Ivo Pertijs
   
De strijd tegen hiv en aids binnen Europa - Martine de Schutter