Samenvatting ‘Thermometer 2008’
Bron: RIVM
Het aantal mensen dat zich vorig jaar liet testen op een soa bij een van de soa-centra nam met 13% toe ten opzichte van 2006 tot ruim 78.000. Ruim 14% van de bezoekers betrof mannen die seks hadden met mannen, en 40% van de bezoekers was jonger dan 25 jaar. Het percentage bezoekers dat (naast de standaardtesten op chlamydia, gonorroe en syfilis) ook op hiv werd getest nam toe tot 86 (2006: 72%).
chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv Bij 21% van de mannen die seks hebben met mannen (MSM) en bij 11% van de heteroseksuele mensen werden één of meer soa vastgesteld. Dit is vergelijkbaar met de cijfers van 2006. Het absolute aantal opgespoorde gevallen van chlamydia, gonorroe en hiv steeg opnieuw. Het percentage mensen dat positief getest werd op gonorroe en hiv daalde licht; het percentage positief bleef bij chlamydia gelijk. Het aantal MSM met infectieuze syfilis blijft hoog. Er is wel een licht dalende trend zichtbaar in zowel absolute aantallen als in het percentage positieve testen.
heteroseksuelen Bij heteroseksuelen blijft chlamydia de meest gevonden soa: bij 10% van zowel de geteste mannen als vrouwen (2006: 11%). Daarnaast werd bij ruim 1% gonorroe (2006: 2%), bij 0,2% syfilis en bij 0,1% hiv vastgesteld. Het percentage positieve soa-testen was hoger onder heteroseksuelen met een niet-Nederlandse etniciteit (14%) dan onder de heteroseksuelen met een Nederlandse etniciteit (10%).
msm Bij MSM werd chlamydia, vergelijkbaar met 2006, bij ongeveer 10% van de geteste personen vastgesteld, voor gonorroe was dit 9% (2006: 10%). Daarnaast werd bij ruim 4% syfilis (2006: 5%) gediagnosticeerd en bij 3% hiv. Het percentage positieve soatesten was aanzienlijk hoger onder de hivpositieve MSM (39%) dan onder de totale groep MSM (21%).
top
|