Kwaliteitsprofiel en visitatiereglement GGD-soa poliklinieken vastgesteld: elkaar aanspreken op kwaliteit
Maja de Ree - freelance journalist
- Kwaliteit soa-zorg enorm verbeterd
- Visitatie komt als GGD’en er klaar voor zijn
- Indicering vindt nog niet overal plaats
|
De nieuwe regeling voor de aanvullende curatieve soa-zorg stelt bijzondere eisen aan de GGD-soa poliklinieken. De regeling koppelde de bekostiging van de zorg aan het aantal gevonden soa, bracht preventie en curatie samen en bepaalde dat er één coördinerende GGD per regio moest zijn. In opdracht van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM stelde de werkgroep kwaliteitssysteem een kwaliteitsprofiel en visitatiereglement op. Carola Koornneef, beleidsmedewerker Soa/Hiv bij het CIb: ‘De visitatie is een intercollegiale toetsing: GGD’en spreken elkaar aan op kwaliteit.’
De GGD-soa poliklinieken moeten laagdrempelige en continue zorg bieden aan groepen met een verhoogd risico en mensen die niet bij de huisarts terecht kunnen of willen. Om deze groepen goed te bedienen is voldoende ervaring en expertise met soa vereist. Dit laat zich vertalen in een aantal kwaliteitseisen. De werkgroep kwaliteitssysteem – een subwerkgroep van de landelijke kwaliteitswerkgroep aanvullende curatieve soa-zorg – heeft een kwaliteitsprofiel en visitatiereglement opgesteld. In het kwaliteitsprofiel wordt veel waarde gehecht aan een goede samenwerking tussen de coördinerende GGD, de verschillende GGDsoa poliklinieken en de ketenpartners zoals de huisarts en de dermatoloog. Bovendien is het leveren van snelle zorg van belang. Tijdige behandeling vermindert verdere verspreiding en verlaagt de kans op vervelende complicaties zoals onvruchtbaarheid. In het kwaliteitsprofiel worden kwaliteitsindicatoren geformuleerd op vijf gebieden: organisatorische kwaliteit, randvoorwaarden voor de zorg, patiëntenpopulatie, medewerkers en het consult zelf. Alle GGD’en hebben het kwaliteitsprofiel en het visitatiereglement gezien en hebben er commentaar op mogen leveren.
|
uit het veld In het visitatiereglement staan de algemene regels voor de intercollegiale visitatie, die iedere vijf jaar moet gaan plaatsvinden. Carola Koornneef: ‘De volgende stap was het samenstellen van een plenaire visitatiecommissie, met mensen uit de betrokken beroepsverenigingen (de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie, de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie, de Vereniging voor infectieziekten van het RIVM, en de Vereniging Sociaal Verpleegkundigen), Soa Aids Nederland, GGD Nederland en het Centrum voor Infectieziektebestrijding/ CIb) Deze brede commissie is op 21 mei voor het eerst samengekomen. Toen is onder andere gesproken over de oprichting van de zogenoemde ad hoc visitatiecommissie: In tegenstelling tot de plenaire commissie, zal deze commissie bestaan uit mensen uit het veld. De ad hoc visitatiecommissie gaat de visitaties daadwerkelijk uitvoeren. Het CBO (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg) heeft inmiddels een programma opgesteld om de auditoren op te leiden.’ De opleiding van de auditoren begint waarschijnlijk in het najaar. In de loop van 2009 vinden de eerste visitaties plaats. Koornneef: ‘De visitatiecommissie zal prioriteiten moeten stellen en speerpunten bepalen. Ze kunnen niet alles onderzoeken en bevragen. De plenaire visitatiecommissie bewaakt het proces zowel wat betreft timing als resultaten. Zonodig adviseren ze het CIb over bijstelling van de kwaliteitsindicatoren.’
zwaarwegend advies In het veld zijn veel vragen over de gevolgen van de uitkomst van de visitatie. De ad hoc commissie zal na de visitatie een beoordeling opstellen, die bestaat uit aanbevelingen en eventuele “zwaarwegende adviezen”. De plenaire commissie krijgt daarvan een rapport en samenvatting. In het visitatiereglement staat dat adviezen binnen twee jaar moeten zijn opgevolgd. Het kwaliteitsdocument is echter geen wetgeving. Uiteindelijk mag alleen de Inspectie voor Gezondheidszorg definitieve conclusies verbinden aan de kwaliteit van zorg in een Nederlandse zorginstelling. Het CIb – dat de subsidie voor de soa-poliklinieken beheert en uitdeelt – zou deelname aan de visitatie echter graag als voorwaarde stellen voor subsidie. ‘De visitatiecommissie komt langs op uitnodiging van de directeur van de GGD: Als ze er klaar voor zijn dus’, zegt Koornneef. Op dit moment heeft zij nog weinig zicht op heikele punten binnen de aanvullende curatieve soa-zorg: ‘Ik weet alleen dat de indicering nog niet overal plaatsvindt. Bij sommige poli’s is iedereen welkom, ook als iemand niet tot een risicogroep behoort. Verder hebben kleine GGD’en moeite om de vereiste vierhonderd nieuwe verpleegkundige consulten per jaar te halen. Ook is het voor de sociaalverpleegkundigen nog wennen de curatie en de preventie te combineren. Vroeger was dat meer uitgesplitst en had iedereen zijn specialisme.’ |
|
voorbeelden kwaliteitsindicatoren
- De coördinerende GGD heeft een objectief meetbaar meerjarenplan met een actueel implementatieplan voor de aanvullende curatieve zorg. (organisatie)
- De richtlijn soa-consult verbindt curatie- met preventieactiviteiten op niveau van het individuele patiëntencontact. (organisatie)
- Een sociaalverpleegkundige werkzaam bij een soa-polikliniek dient per jaar minimaal vierhonderd nieuwe consulten uit te voeren. (randvoorwaarden)
- Patiënten met soa-gerelateerde klachten en gewaarschuwde contacten van indexpatiënten met een bewezen soa, kunnen uiterlijk de volgende werkdag in een soa-polikliniek worden gezien. (randvoorwaarden)
- Tijdens een volwaardig soa-spreekuur dienen de volgende personeelsleden aanwezig te zijn: een sociaalverpleegkundige, een arts en bij voorkeur ook een doktersassistente of administratief medewerker. (randvoorwaarden)
- De GGD-soa polikliniek heeft een lokale richtlijn voor zorg aan minderjarige patiënten. (patiëntenpopulatie)
- Voor elke medewerker is een nascholingstrajectplan opgesteld aansluitend bij het functieprofiel en de concrete taakomschrijving. (medewerkers)
- De patiënt ontvangt voor het consult duidelijke informatie over de procedure en uit te voeren testen. (consult)
|
nieuwe regeling Omdat het aantal (nieuwe) gevallen van soa in Nederland de afgelopen jaren sterk toeneemt, heeft het ministerie van VWS besloten de organisatie en financiering van de aanvullende curatieve soa-bestrijding aan te passen. Tot 2006 was die financiering niet eenduidig geregeld en konden risicogroepen niet in heel Nederland terecht voor een gratis soa- en hiv-test. Sinds 1 januari 2006 is Nederland verdeeld in acht regio’s. In elke regio bevinden zich GGD-soa poliklinieken én een coördinerende GGD die de curatieve soa-bestrijding, in samenwerking met andere organisaties, organiseert. De hoogte van de rijkssubsidie is afhankelijk gemaakt van het aantal gevonden soa en het aantal uitgevoerde consulten. Meer informatie | |
| veel geld De nieuwe rijksregeling voor aanvullende curatieve soa-zorg kost de overheid veel geld. Carola Koornneef: ‘Het aantal consulten is gestegen van ruim 20.000 in 1995 naar ruim 78.000 in 2007 en er is geen grens gesteld aan het subsidiebedrag.’ Los van het kwaliteitsprofiel en de visitaties is het CIb nu bezig de nieuwe regeling te evalueren. ‘We stellen vragen als: Hoeveel soa-poli’s zijn er in Nederland die onder de aanvullende curatieve soa-zorg vallen? Wat is de capaciteit van deze poli’s en is die voldoende? Vallen de cliënten die de GGD-soa poliklinieken bezoeken binnen de indicatiestelling van de aanvullende curatieve soa-zorg, zoals beschreven in het kwaliteitsprofiel? Zijn de juiste groepen aangegeven als risicogroepen? Hoe is de samenwerking tussen de GGD’en? Wat vinden de GGD’en van het principe “beloning na prestatie”?’ Het CIb onderzoekt welke soa bij welke risicogroepen vaker voorkomen. Ook wordt gevraagd naar de samenwerkingsconstructies tussen een coördinerende GGD en de GGD-soa poliklinieken in de regio. ‘We bekijken of het nodig is de regeling aan te passen’, zegt Koornneef. ‘Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet elke patiënt nu bijvoorbeeld op drie soa getest worden. Maar we weten dat syfilis bij jongeren weinig wordt aangetroffen. De vraag is dan hoe je het verstandigst omgaat met je budget.’ De evaluatie wordt in december afgerond en hoewel hij los staat van het kwaliteitsprofiel, kan de uitkomst er wel op van invloed zijn.
Zie: www.soaaids-professionals.nl/soahiv_bestrijding/wet_regelgeving, onder 1. Kwaliteitsprofiel GGD-soa poliklinieken maart 2008 en 2. Visitatiereglement GGD-soa poliklinieken www.rivm.nl/cib/themas/soa/index.jsp, met Kwaliteitsprofiel GGD-soa poliklinieken en Visitatiereglement GGD-soa poliklinieken van maart 2008. |
kwaliteitsprofiel lastig voor kleine poli’s Al tijdens de totstandkoming van het kwaliteitsprofiel heeft de regio Oost onderzocht in hoeverre de praktijk in de soa-poli’s aldaar overeenkomt met de indicatoren. ‘We zijn heel blij met het kwaliteitsprofiel’, zegt Hanna Bos, soaarts en projectcoördinator in regio Oost. ‘Het kan de kwaliteit een impuls geven. Maar we hebben ook aangegeven dat er een aantal punten binnen het profiel is, waaraan wij niet kunnen of willen voldoen. Die punten zijn teveel gericht op de situatie in grote steden.’
Hanna Bos doelt vooral op de eis dat sociaalverpleegkundigen vierhonderd nieuwe consulten per jaar moeten doen. ‘De regio Oost is een heel groot gebied. En vooral jongeren willen niet ver reizen voor een consult. Om de zorg laagdrempelig te houden, hebben we dus op verschillende plaatsen kleine poli’s nodig om de doelgroep te bedienen. Dat vinden we extra belangrijk omdat juist in deze gebieden de huisarts vaak niet benaderbaar is voor soa.’ Bos verwacht dat door aanpassingen in de organisatie – en de uitwisselbaarheid van medewerkers – een deel van dit probleem in de toekomst is op te lossen. ‘Over vijf jaar halen we misschien 350 consulten per jaar. Maar niet nu meteen.’ In de regio Oost is ook niet bij elk spreekuur een arts beschikbaar. Dat is financieel niet haalbaar op de kleinere poli’s. ‘Wij lossen dat op door een goede soa-consultdifferentiatie’, legt Bos uit. ‘Als het nodig is, bezoekt iemand een spreekuur mét arts, als het niet nodig is, niet.’ Ook de eis dat patiënten met soa-gerelateerde klachten uiterlijk de volgende dag gezien moeten worden, wordt in de praktijk niet gehaald. Bos: ‘Ik kan niet in elke GGD-soa polikliniek elke dag een spreekuur organiseren. Daar hebben we het geld niet voor. Wij bieden iedereen de mogelijkheid ergens in de regio de volgende dag langs te komen. Maar veel mensen kiezen er zelf voor te wachten totdat de poli bij hen in de buurt spreekuur heeft.’ Ondanks deze lastige punten kijkt Hanna Bos uit naar een vruchtbare visitatie. ‘Ik verwacht dat we ervan kunnen leren en dat over de genoemde punten een leuke discussie ontstaat. Het gaat namelijk goed in onze regio sinds de nieuwe regeling. De kwaliteit van de soa-zorg is enorm verbeterd.’ | |
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|