Jaargang 1, nummer 2 - juli 2010 Terug naar home
Print versie
‘Had u onveilige seks met een man of met een vrouw?’


Huisartsen leren praten over seksualiteit

Jolanda aan de Stegge - freelance journalist

  • ‘Zodra het over seks gaat noemen we dat bemoeizucht’
  • ‘De patiënt legt zijn informatie niet zomaar op tafel, hij wacht tot ik doorvraag’
  • ‘Dit taboe zat in mij, niet bij de patiënt’

Huisartsen missen veel seksueel gerelateerde problemen in hun spreekkamer. Daarom leren ze praten over seksualiteit. Organisatoren en huisartsopleiders over hun ervaringen.
Van alle patiënten met vragen over soa’s klopt tweederde bij de huisarts aan. Cijfers tonen aan dat deze relatief weinig soa’s opmerkt en een actiever testbeleid zou moeten voeren (zie kader). Volgens Jan van Bergen valt er veel gezondheidswinst te behalen wanneer huisartsen seksualiteit gemakkelijker met hun patiënten zouden bespreken. Als arts-epidemioloog, onder meer werkzaam bij Soa Aids Nederland, was hij medeverantwoordelijk voor het onderdeel Seksualiteit en Soa tijdens de eind 2009 afgesloten Beekbergencursus ‘Diversiteit’. Het idee voor dit onderwerp en het opnemen van het thema Seksualiteit en Soa is afkomstig van voormalig huisarts Gerard Benthem, verbonden aan het huisartseninstuut in Maastricht. Beekbergencursussen zijn uitsluitend bedoeld voor de doorgewinterde huisartsopleider. Lang niet elke huisarts vindt het gemakkelijk om seks en emoties ter sprake te brengen. Maar als huisartsopleiders dit lastig vinden, werkt dat verder door, omdat de kans groot is dat hij het dan ook laat liggen in gesprekken met zijn aios (huisarts in opleiding).

overvoorzichtig Tijdens de cursus werd huisartsopleiders het belang bijgebracht van het bespreken van seksualiteit in de spreekkamer. Enerzijds door opfrissing van medisch-inhoudelijke kennis, anderzijds door discussies over seksgerelateerde consulten. Eén van die consulten betreft een aios met hoofddoek die de positieve herpesuitslag bespreekt met een jonge vrouw. In ijltempo stevent de aios af op het uitschrijven van een recept, waardoor alle cursisten het een beroerd consult vinden. Maar tijdens de rollenspelen na afloop blijkt dat veel huisartsopleiders zich laten intimideren door het hoofddoekje van de aios. Ze veronderstellen dat seksualiteit niet in haar cultuur past. De oefengesprekken met haar verlopen stroef omdat datgene waarover het zou moeten gaan niet wordt besproken.

Volgens de nieuwe soa-richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) moeten huisartsen een actiever testbeleid voeren. Want:

  • 40 procent van de mensen met hiv weet niet dat zij hiermee besmet zijn;
  • Van de homoseksuele mannen is 30 tot 40 procent nooit op hiv getest;
  • Een groot deel van de homoseksuele mannen is niet gevaccineerd tegen Hepatitis B;
  • Een kwart van de mannen had ooit seks met een prostituee;
  • Een op de twintig mannen bezocht het afgelopen jaar een prostituee;
  • Tien procent van de mensen heeft homoseksuele gevoelens;
  • In 30 tot 40 procent van de losse seksuele contacten worden geen condooms gebruikt.

bemoeizucht? In een rollenspel speelt Stefan Stappers de hoofdrol. Als huisarts weet je dat hij homo is. Dit keer komt hij vanwege een gekneusde enkel. Grijp je als arts de gelegenheid aan het met hem te hebben over zijn hiv- en hepatitisstatus? Die vraag leidt tot een pittige discussie. Veel cursisten vinden het bemoeizuchtig Stappers daarmee lastig te vallen. Anderen zeggen: Als het gaat om stoppen met roken en meer bewegen, begin je daar wel over, maar zodra het over seks gaat, noemen we dat bemoeizucht.
Huisartsopleider Rianne Termeer kan zich deze discussie, ruim een jaar na de cursus, nog levendig voor de geest halen. Het groepsstandpunt dat destijds werd ingenomen, ging haar te ver. ‘Als hier een homoseksuele patiënt komt met een griepje, ga ik hem niet doorzagen over zijn hiv- of hepatitisstatus.’ Wel is haar van de cursus bijgebleven dat er veel te winnen valt wanneer je als huisarts open bent over seksualiteit en stevig doorvraagt.

‘hetero’s’ met homocontacten Om tussen neus en lippen door te informeren naar iemands hiv-status, lag buiten mijn blikveld, zegt Hilde van Meer. ‘Maar als je het respectvol doet, mag je als huisarts best veel.’ Vóór de cursus had zij er niet over gepeinsd ‘zomaar’ te informeren of een homoseksuele patiënt zich had laten vaccineren tegen hepatitis B. ‘Opmerkelijk, want bij een patiënt die eerder vertelde over problemen op zijn werk, vraag ik gerust hoe het daarmee staat als hij voor iets anders komt.’

Toen er na de cursus een getrouwde, mannelijke patiënt met een druiper op het spreekuur van Hanneke Chardon kwam, besloot ze te informeren naar zijn seksuele contacten. Heeft u seks met mannen?, vroeg ze. Ja, luidde zijn antwoord. ‘Vroeger had ik die vraag nooit gesteld, de man was immers getrouwd. Nu verliep de diagnostiek anders, want ik nam ook anale monsters en er volgde een gesprek over partnerwaarschuwing.’

Iets soortgelijks overkwam Frans Boonekamp die vóór de cursus niet op het idee was gekomen de vraag ‘Had u onveilige seks met een man of met een vrouw?’ te stellen aan heteroseksuele patiënten. Nu hij de vraag wel stelt en met enige regelmaat wordt verrast door het antwoord, kijkt hij daar anders tegenaan. ‘Vroeger zou ik hier nooit naar gevraagd hebben, terwijl deze informatie essentieel is voor de diagnose en behandeling. De patiënt legt zijn informatie niet zomaar op tafel: hij wacht tot ik doorvraag.’

hinderlijke projecties Seksuele onderwerpen met haar aios of met een patiënt bespreken vindt Petra van der Pas best lastig. Zelf deelt ze dergelijke intimiteiten namelijk niet graag met een buitenstaander en dat projecteert ze op de ander. ‘Het zijn mijn eigen opvattingen die mij in de weg zitten.’ Dat het háár schroom is en niet per se die van de ander, maakt het wel iets gemakkelijker om bepaalde vragen toch te stellen.

gewoon proberen Ook cursuscoördinator Bavo van der Poel vond het zomaar informeren naar iemands hiv- of hepatitis-status maar een aanmatigend soort bemoeizucht. Tot hij na de cursus een homoseksuele man met griepklachten op zijn spreekuur kreeg en dacht: ik probeer het gewoon. Ik vind dit een lastige vraag, had hij gezegd, maar ik wil het je toch graag voorleggen, want dat wordt ons als huisarts tegenwoordig aangeraden. Wanneer heb jij je voor het laatst laten testen op hiv? Goh dokter, had de man gereageerd, wat leuk dat u daarnaar vraagt. ‘Ik vond dat een mooie gebeurtenis,’ zegt Van der Poel nu. ‘Dit taboe zat in mij, niet bij de patiënt. Hij prees mij zelfs voor het feit dat ik het vroeg.’

Jan van Bergen leert zijn cursisten dat je als arts bepaalde informatie nodig hebt om professioneel te kunnen handelen, niet om voyeuristische redenen. ‘Je móet weten wat iemands seksuele voorkeur is, of hij beschermd of onbeschermd vrijt, anaal of vaginaal, actief of passief, met vrouwen of (ook) met mannen. Zonder deze medisch relevante informatie weet je niet welke testen je moet doen en is de kans groot dat je een fors deel van de infecties mist.’

emotionele betekenis centraal Maar veel belangrijker dan de medische kennis acht hij de attitude van de arts. Want wie zich als een betweter opstelt, komt niets van zijn patiënt te weten. ‘Als de patiënt het gevoel heeft dat hij geen contact met jou heeft, vertelt hij niets over zijn diepere beweegredenen. Richt je daarom op de emotionele significantie en niet op kennisoverdracht.’

De meningen lopen uiteen over de vraag of de cursisten het geleerde blijvend in stelling zullen brengen. ‘Al was de cursus nog zo indringend, mensen eens iets laten doen en denken dat je daarmee iets wezenlijks hebt veranderd, daar geloof ik niet in,’ zegt een van de organisatoren. ‘Het is het belangrijkst dat de cursist zelf daadwerkelijk iets wil veranderen aan zijn aanpak.’ Maar een van de huisartsopleiders roept enthousiast: ‘Verandering begint met bewustwording. Dit was een uitstekende cursus, dus het kan niet anders dan dat mensen aan het denken zijn gezet.’


top


zoeken
  Zoeken
SEKSOA
Nummer 1 april 2010
inhoudsopgave
Plushuisarts - Rob Vlasblom
   
Huisartsen leren praten over seksualiteit - Jolanda aan de Stegge
   
'Geef huisartsen een grotere rol bij behandeling hiv' - Matthieu klein Tank
   
Overzicht landelijke soa-gegevens 2009 - H.J. Vriend e.a.
   
Moeder-kindoverdracht hepatitis B - Lennie van Hanegem, Kees Boer
   
Vrouwencondoom
   
Ton Coenen, directeur Soa Aids Nederland en Aids Fonds - Jolanda aan de Stegge