Hiv-specialist Kees Brinkman:
'Geef huisartsen een grotere rol bij behandeling hiv'
Matthieu klein Tank - freelance journalist Foto: Jan Carel Warffemius
- Behandeling is nu zo eenvoudig dat we de huisarts er weer bij kunnen betrekken
- We gaan er niet naar toe dat een huisarts iemand op therapie gaat zetten
- Centrumziekenhuizen zullen voorlopig nog nodig blijven
| Sinds 1996 is de zorg van mensen met hiv exclusief voorbehouden aan vijfentwintig ziekenhuizen met een hiv-behandelcentrum. Kees Brinkman, bijzonder hoogleraar in de kwaliteit van hiv-zorg, denkt dat het tijd wordt huisartsen weer een grotere rol te geven. Het OLVG in Amsterdam begon een proefproject om de mogelijkheden hiervoor te onderzoeken.
Totdat in 1996 de combinatietherapie beschikbaar kwam hadden huisartsen een grote rol bij de zorg voor mensen met hiv. Op dat moment vond het Ministerie van VWS het echter verstandiger eerst in gespecialiseerde centra, de centrumziekenhuizen, ervaring op te doen met de nieuwe medicatie.
toename patiëntenpopulatie Dankzij het succes van de therapie leven mensen met hiv steeds langer en alleen al daardoor neemt de totale patiëntenpopulatie toe. Brinkman: ‘Momenteel zijn er in Nederland 13.000 mensen die gezien worden in de centrumziekenhuizen. In totaal zijn er naar schatting 20.000 tot 25.000 mensen met hiv in ons land. Met nieuwe gevallen erbij gaat het straks misschien om 40.000 mensen. Het is de vraag of de centrumziekenhuizen het kunnen volhouden al deze patiënten te blijven zien en ook of dat wel noodzakelijk is. De behandeling is nu zo eenvoudig dat het volgens mij goed is de huisarts er weer bij te betrekken. Vergelijk het met diabetes. Als een patiënt het trucje van het insuline spuiten doorheeft, kan deze beter terecht bij de huisarts. Die zit voor de patiënt meestal dichterbij en een huisarts kan gemakkelijker contact opnemen als iemand bijvoorbeeld niet op komt dagen. Bovendien krijgen mensen met hiv, nu ze langer leven, te maken met andere gezondheidsklachten, die niet door een hiv-specialist behandeld hoeven te worden.’
aantal bezoeken en therapietrouw Aanvankelijk kwamen patiënten vier keer per jaar bij de hiv-specialist, inmiddels is die frequentie in veel ziekenhuizen gedaald naar twee. Daar zit een risico in, stelt Brinkman. ‘Je kunt je afvragen of twee bezoeken niet te weinig zijn om de therapietrouw hoog te houden. Als iemand gaat rommelen met zijn medicijninname en hij komt pas na een half jaar bij de specialist, dan zit je met superresistent virus.’
proef Kortom, reden genoeg voor het opnieuw inschakelen van de huisarts. Bij zorgverzekeraar Agis werd een aanvraag voor een onderzoek naar de haalbaarheid ingediend. Want er moet in eerste instantie wel geïnvesteerd worden. Huisartsen moeten bijgeschoold worden en eventueel ook een hogere vergoeding krijgen als het extra spreekuurtijd vergt. Aan het drie jaar durende onderzoek, dat vorig jaar van start ging nemen inmiddels tachtig patiënten van in totaal vijftien huisartsen deel. Ook de Jan van Goyenkliniek in Amsterdam, die al een vergelijkbare samenwerking met huisartsen had, heeft zich bij het proefproject aangesloten. Tachtig procent van de patiënten is tevreden met de nieuwe opzet. Brinkman: ‘Maar er zijn er ook die aangeven dat ze zich niet op hun gemak voelen bij hun huisarts. Na een jaar of twee, drie zullen we toetsen of iedereen tevreden is met deze aanpak.’
plushuisarts Aanvankelijk kreeg Brinkman bij de huisartsen met wie hij in gesprek ging te maken met enige weerstand. ‘We zochten naar artsen met minstens tien mensen met hiv in hun praktijk. Vaak waren dat mensen die in 1996 ook al betrokken waren. Er bleek nog steeds veel oud zeer te zijn omdat ze destijds ineens buiten de deur werden gezet. Gelukkig was ik er destijds nog niet bij betrokken en dat maakte het gemakkelijker vooruit te kijken. Ik denk dat het voor huisartsen een mooie mogelijkheid biedt zich te profileren. Vergelijk het met de in COPD gespecialiseerde huisartsen die we al hebben. Bij de apothekers kennen we nu ook al de Plus-apotheek, die gegarandeerd altijd alle hiv-medicatie en gespecialiseerde kennis in huis heeft. Zo zou er ook een Plushuisarts kunnen komen. Er is in Amsterdam al een huisarts met wel 300 mensen met hiv in zijn praktijk. De doelgroep voelt zich door hem begrepen. Als zich bij ons patiënten melden die nog geen goede huisarts hebben, beschikken we nu ook over een netwerk om hen gericht door te verwijzen. We hebben bovendien gemerkt dat als huisartsen meer met hiv bezig zijn, ze er ook eerder aan denken iemand te laten testen. Dat is nodig, want zo’n veertig procent van de mensen met hiv is niet op de hoogte van de eigen status. In ziekenhuizen wordt nu gewerkt met de sneltest, waarbij je binnen een kwartier de uitslag weet. Dat willen huisartsen nu ook. Zo kan hiv in de spreekkamer een veel gewoner onderwerp worden.’ Buiten Amsterdam zullen er niet veel huisartsen zijn met veel hiv-patiënten in hun praktijk. Voor hen is het natuurlijk minder zinvol om zich te specialiseren. Brinkman: ‘Maar voor een patiënt in pakweg Den Helder is het wel geweldig als hij voortaan nog maar één keer de reis naar het centrumziekenhuis hoeft te maken en hij verder bij zijn huisarts terecht kan. Als die huisarts mij kan bellen indien hij vragen heeft, is het wellicht toch haalbaar.’ De proef is niet bedoeld voor patiënten met complicaties of een laag aantal CD4-cellen. En in het geval van bijwerkingen of het veranderen van therapie wordt hij of zij weer terugverwezen naar de specialist. Brinkman: ‘Het is nu nog te vroeg om te oordelen of dat goed loopt. Dat moet nog verder worden onderzocht. Er komt bijvoorbeeld veel acute hepatitis C voor onder homomannen, dus het is belangrijk om op de leverwaarden te letten. We moeten kijken of wat daarover in het protocol staat goed wordt opgevolgd.’
samenwerken van ziekenhuizen Toch zullen de centrumziekenhuizen voorlopig nodig blijven, denkt Brinkman. ‘We zijn nog maar relatief kort bezig met deze medicijnen waar je mensen langdurig mee moet behandelen. Als je het fout doet, dan kun je het echt voor iemand verknallen. Dus we zullen er niet naartoe gaan dat een huisarts iemand op een therapie gaat zetten. Maar het is misschien wel wenselijk dat ieder ziekenhuis hiv-behandeling kan faciliteren. In de opleiding voor internistinfectioloog wordt veel aandacht gegeven aan hiv. Als een ziekenhuis over twee van dergelijke specialisten beschikt, zouden ze mensen met hiv kunnen behandelen. Natuurlijk heeft een centrumziekenhuis niet alleen de hiv-specialist in huis, maar ook de hiv-consulent. Voor die expertise zouden ziekenhuizen kunnen samenwerken. Wij doen dat nu met het Flevoziekenhuis in Almere. Dat is de vijfde stad van Nederland met veel allochtonen en dus ook veel mensen met hiv. Het Flevoziekenhuis is inmiddels, onder onze supervisie, een sub-centrumziekenhuis en dat loopt goed.’ De hiv-consulent krijgt in de proef een nieuwe taak. Brinkman: ‘Hij of zij gaat als een transmurale zorgmanager fungeren die ook bij de huisarts in de praktijk komt. Arbeidstechnisch ligt dat nog wel lastig, want ze zijn momenteel in dienst bij het ziekenhuis.’
spreiding hiv-centra Ook enkele andere grote steden als Breda en Amersfoort hebben momenteel nog geen centrumziekenhuis. Brinkman denkt dat het wenselijk is dat die ook een hiv-centrum krijgen. ‘Nu komt het voor dat iemand met hiv die zijn heup breekt naar een centrumziekenhuis in een andere stad wordt gestuurd. Dat is onwenselijk. Als ziekenhuizen meer ervaring krijgen met het behandelen van mensen met hiv zal er veel normaler over worden gedaan. Ook patiënten krijgen de indruk dat ze wel een heel bijzondere ziekte hebben als ze ervoor naar een speciale kliniek worden gestuurd. Het is goed die bijzondere status te beëindigen. Ik denk dat het kan bijdragen aan het verminderen van het stigma.’
top
|
| zoeken |
|
|
| SEKSOA |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|