Jaargang 1, nummer 2 - juli 2010 Terug naar home
Print versie
Nog steeds stijging aantal soa-consulten


Overzicht landelijke soa-gegevens 2009

H.J. Vriend,
F.D.H. Koedijk,
I.V.F. van den Broek,
M.A.B. van der Sande
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
(RIVM), Centrum Infectieziektebestrijding, afd. Epidemiologie en Surveillance, Bilthoven

Ieder jaar geeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een overzicht van trends in het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland1. Hierbij wordt gebruik gemaakt van vele beschikbare bronnen. De voornaamste zijn de landelijke surveillancedata onder hoogrisicogroepen verkregen uit de GGD-soa poliklinieken, de surveillancedata van hiv-behandelcentra via de Stichting Hiv Monitoring (SHM) en de huisartsendata verkregen via het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH).

In 2009 werden er alleen al binnen de GGD-soa poliklinieken 93.331 consulten uitgevoerd; een stijging van 6% ten opzichte van 2008. Dit is een minder grote stijging dan in voorgaande jaren. Van de huisartsenpraktijken zijn de cijfers van 2009 nog niet beschikbaar, maar in 2008 zijn naar schatting 224.000 (95% BI 169.000 – 273.000) soa-gerelateerde episodes bij de huisarts gezien. Daarvan waren er 131.000 vragen over soa’s en 93.000 soa-diagnoses, in totaal een toename van 57% ten opzichte van 2007. Dit is een aanzienlijke stijging in vergelijking met voorgaande jaren, waarin het aantal episodes in de eerstelijnszorg beperkt toenam. In de periode 2004 tot 2008 steeg tevens het aantal cliënten met een positieve soa-diagnose binnen de huisartsenpraktijk met 43% ten opzichte van 52% binnen de GGD-soa polikliniek (soa-diagnoses omvatten: chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv-infectie, trichomoniasis, genitale herpes, genitale wratten en niet-specifieke urethritis) (Figuur 1)2. Het percentage positieve soatesten bleef binnen de GGD-soa poliklinieken stabiel; 16% werd gediagnosticeerd met een of meer van deze acht soa’s, 13% met een van de zogenaamde “Big 5” (chlamydia, gonorroe, syfilis, hepatitis B, hiv-infectie).

gonorroe Wanneer binnen de GGD-soa poliklieken per soa wordt gekeken, valt vooral de stijging in zowel aantal diagnoses als positieve testen van gonorroe op. Binnen de GGD-soa poliklinieken is een stijging van het percentage positieve testen te zien van 2,2 in 2008 naar 2,6 in 2009. Vooral het percentage positieve orale gonorroetesten onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) nam toe (van 3,3 in 2008 naar 4,8 in 2009). Dit kan duiden op een verandering in risicogedrag. Daarnaast is de verandering in testbeleid een mogelijke verklaring voor de stijging. In voorgaande jaren werd orale gonorroe veelal getest met een kweek, tegenwoordig wordt er steeds meer gebruik gemaakt van een moleculaire test (PCR), een sensitievere testmethode waardoor meer positieve diagnoses worden gesteld.

syfilis en hiv Syfilis en hiv-infectie komen vooral onder MSM voor. Syfilis vertoont de afgelopen jaren een dalende trend die zich in 2009 voortzet. Ook hiv bij MSM toont een afname in percentage positieve testen van 3,0 in 2008 naar 2,4 in 2009. Het aandeel van zowel hiv als syfilis onder heteroseksuele mannen en vrouwen is klein en het percentage positieve testen bij deze groep blijft laag.

chlamydia Onder jongeren is chlamydia een blijvend probleem. Binnen de GGDsoa poliklinieken worden hoge percentages positieve testen gevonden bij heteroseksuele mannen en vrouwen in de leeftijd van 15-24 jaar, respectievelijk 15 en 14. Deze hoge percentages zijn de afgelopen jaren vrijwel constant gebleven. Op dit moment wordt geëvalueerd of invoering van een systematische chlamydiascreening onder jongeren kan bijdragen aan de opsporing en behandeling van chlamydia.

Figuur 1
Figuur 1: Aantal negatieve soa-gerelateerde consulten en aantal soa-diagnoses (nl. chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hiv-infectie, trichomoniasis, genitale herpes, genitale wratten, niet-specifieke urethritis) in de nationale soa-surveillance en het huisartsennetwerk, 2004–2009.
(Bron: RIVM-SOAP en LINH)
Voetnoot: De data van het huisartsennetwerk (LINH) zijn voor 2009 nog niet beschikbaar.

genitale wratten en herpes Genitale wratten worden veel gezien onder heteroseksuele mannen en vrouwen in de leeftijd 20-29 jaar. In 2009 werden er 11% meer diagnoses gesteld dan in 2008. Genitale herpes wordt ook vooral onder jonge heteroseksuele mannen en vrouwen gediagnosticeerd. Het aantal diagnoses is over het geheel gezien met 10% afgenomen ten opzichte van 2008.

conclusies Concluderend kan worden gesteld dat dankzij een uitgebreid surveillancenetwerk en de samenwerking tussen de verschillende instanties, het mogelijk is een goede weergave te bieden van het vóórkomen van soa’s in Nederland en de trends door de jaren heen. Er zijn veel soa’s opgespoord en behandeld; soa’s blijven echter veel voorkomen. Het blijft daarom essentieel om een goed geïntegreerd soa-preventiebeleid te voeren, inclusief partnerwaarschuwing. Daarnaast is het belangrijk om inzicht te krijgen in de factoren die mogelijk een rol spelen bij de overdracht van soa’s, bijvoorbeeld de invloed van co-infecties, de afnemende gevoeligheid van gonorroe tegen antibiotica en het aanhoudende hoogrisicogedrag, om zo effectiever preventie en curatie te kunnen ondersteunen.

Referenties

  1. Vriend HJ, Koedijk FDH, van den Broek IVF, van Veen MG, Op de Coul ELM, van Sighem AI, Verheij RA, van
    der Sande MAB. Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2009. RIVM rapport
    210261007. Bilthoven: RIVM 2010. (http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/210261007.html).
  2. van den Broek IVF, Verheij RA, van Dijk CE, Koedijk FDH, van der Sande MAB, van Bergen JEAM. Trends in
    sexually transmitted infections in the Netherlands, combining surveillance data from general practices
    and sexually transmitted infection centers. BMC Family Practice 2010; 11:39. Published: 20 May 2010

Met dank aan GGD’en, medisch microbiologische laboratoria, de Stichting Hiv Monitoring en het Nivel/LINH voor hun input en het verzamelen en genereren van data.


top


zoeken
  Zoeken
SEKSOA
Nummer 1 april 2010
Nummer 4 december 2009
Nummer 3 september 2009
Nummer 2 juli 2009
Nummer 1 maart 2009
Nummer 4 december 2008
Nummer 3 oktober 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
inhoudsopgave
Plushuisarts - Rob Vlasblom
   
Huisartsen leren praten over seksualiteit - Jolanda aan de Stegge
   
'Geef huisartsen een grotere rol bij behandeling hiv' - Matthieu klein Tank
   
Overzicht landelijke soa-gegevens 2009 - H.J. Vriend e.a.
   
Moeder-kindoverdracht hepatitis B - Lennie van Hanegem, Kees Boer
   
Vrouwencondoom
   
Ton Coenen, directeur Soa Aids Nederland en Aids Fonds - Jolanda aan de Stegge