Preventie en Partnerwaarschuwing: een kwestie van consequent redeneren?
Reactie van het CIb/RIVM op Welke seksuele contacten moeten worden gewaarschuwd bij hiv?
Desirée Beaujean - afdelingshoofd Richtlijnontwikkeling CIb/RIVM
Rodriquez en Hendriksen verdienen complimenten voor de heldere uiteenzetting van de discrepantie tussen de richtlijnen Partnerwaarschuwing bij hiv en het vrij-veilig-advies van de GGD-soa centra. Het is voor de opstellers van richtlijnen niet prettig om met dit soort inconsequenties geconfronteerd te worden, maar als verantwoordelijke voor het LCI-draaiboek ben ik het volledig met de auteurs eens dat het advies dat je geeft ter preventie van een infectieziekte (maakt niet uit of het nu gaat om een vrij-veilig-advies in het kader van hiv-preventie of een isolatie-advies voor een ziekenhuispatiënt met MRSA), in lijn moet zijn met het advies dat je geeft ter bestrijding van de verspreiding van die infectieziekte. Immers, een groot deel van de motivatie om de preventieve maatregelen werkelijk elke keer weer te nemen (zoals bij veilig vrijen of bij de isolatie van een ziekenhuispatient met MRSA) haal je uit het feit dat je er dan vanuit kunt gaan dat je de ziekte dan ‘niet’ kunt krijgen (de kans op ziekte is maximaal verkleind, maar niet nul). Zodra aan deze zekerheid wordt getornd, neemt ook de motivatie voor de preventieve maatregelen af. We zien dat ook in het Health Belief Model (HBM) dat zich richt op de attitudes en overtuigingen van individuen en daarbij probeert het gezondheidsgedrag te verklaren en te voorspellen. Kort samengevat richt het HBM zich op twee aspecten van gezondheidsgedrag. Als eerste de perceptie van de ziekte bestaande uit de ervaren gevoeligheid voor de ziekte en de ernst van de consequenties van de ziekte. Daarnaast is er de evaluatie van het aanbevolen gedrag, bestaande uit de voordelen van het aanbevolen gezondheidsgedrag en de barrières die het gedrag moeilijk maken om uit te voeren. Ook in dit theoretisch model wordt al snel duidelijk dat de evaluatie van het aanbevolen gedrag alleen gunstig zal uitvallen als de voordelen opwegen tegen de barrières die er zijn om het gedrag uit te voeren.
Het lijkt mij een goed idee dat professionals in de soa-bestrijding om de tafel gaan om te discussiëren over deze consequente manier van denken en de stelling ‘Alleen “onveilige” contacten van een cliënt met een hiv-infectie dienen gewaarschuwd te worden’, te bespreken.
Als hierover consensus bestaat, kunnen de richtlijnen partnerwaarschuwing worden aangepast.
Het Health Belief Model:

top
|