Jaargang 2, nummer 4 - december 2011 Terug naar home
Print versie
Preventie en Partnerwaarschuwing: een kwestie van consequent redeneren?


Reactie van het CIb/RIVM op Welke seksuele contacten moeten worden gewaarschuwd bij hiv?

Desirée Beaujean - afdelingshoofd Richtlijnontwikkeling CIb/RIVM

Rodriquez en Hendriksen verdienen complimenten voor de heldere uiteenzetting van de discrepantie tussen de richtlijnen Partnerwaarschuwing bij hiv en het vrij-veilig-advies van de GGD-soa centra. Het is voor de opstellers van richtlijnen niet prettig om met dit soort inconsequenties geconfronteerd te worden, maar als verantwoordelijke voor het LCI-draaiboek ben ik het volledig met de auteurs eens dat het advies dat je geeft ter preventie van een infectieziekte (maakt niet uit of het nu gaat om een vrij-veilig-advies in het kader van hiv-preventie of een isolatie-advies voor een ziekenhuispatiënt met MRSA), in lijn moet zijn met het advies dat je geeft ter bestrijding van de verspreiding van die infectieziekte. Immers, een groot deel van de motivatie om de preventieve maatregelen werkelijk elke keer weer te nemen (zoals bij veilig vrijen of bij de isolatie van een ziekenhuispatient met MRSA) haal je uit het feit dat je er dan vanuit kunt gaan dat je de ziekte dan ‘niet’ kunt krijgen (de kans op ziekte is maximaal verkleind, maar niet nul). Zodra aan deze zekerheid wordt getornd, neemt ook de motivatie voor de preventieve maatregelen af. We zien dat ook in het Health Belief Model (HBM) dat zich richt op de attitudes en overtuigingen van individuen en daarbij probeert het gezondheidsgedrag te verklaren en te voorspellen. Kort samengevat richt het HBM zich op twee aspecten van gezondheidsgedrag. Als eerste de perceptie van de ziekte bestaande uit de ervaren gevoeligheid voor de ziekte en de ernst van de consequenties van de ziekte. Daarnaast is er de evaluatie van het aanbevolen gedrag, bestaande uit de voordelen van het aanbevolen gezondheidsgedrag en de barrières die het gedrag moeilijk maken om uit te voeren. Ook in dit theoretisch model wordt al snel duidelijk dat de evaluatie van het aanbevolen gedrag alleen gunstig zal uitvallen als de voordelen opwegen tegen de barrières die er zijn om het gedrag uit te voeren.

Het lijkt mij een goed idee dat professionals in de soa-bestrijding om de tafel gaan om te discussiëren over deze consequente manier van denken en de stelling ‘Alleen “onveilige” contacten van een cliënt met een hiv-infectie dienen gewaarschuwd te worden’, te bespreken.

Als hierover consensus bestaat, kunnen de richtlijnen partnerwaarschuwing worden aangepast.

Het Health Belief Model:

Health Belief model


top


zoeken
  Zoeken
SEKSOA
Nummer 3 september 2011
Nummer 2 juli 2011
Nummer 1 april 2011
Nummer 4 december 2010
Nummer 3 oktober 2010
Nummer 2 juli 2010
Nummer 1 april 2010
Nummer 4 december 2009
Nummer 3 september 2009
Nummer 2 juli 2009
Nummer 1 maart 2009
Nummer 4 december 2008
Nummer 3 oktober 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
inhoudsopgave
Slimmer en beter - Cor Blom
   
Anuskanker, Anale Intraepitheliale Neoplasie en hiv - Olivier Richel
   
Welke seksuele contacten moeten worden gewaarschuwd bij hiv? - J. Rodriquez, E. Hendriksen
   
Preventie en Partnerwaarschuwing - Reactie van het CIb/RIVM - Desirée Beaujean
   
GGD Gezondheidsbus: testen op soa’s op locatie - Rob Vlasblom
   
Praktijk van counseling met motiverende gespreksvoering - R. Spijker, I. Sandstra
   
De rol van de MI-coaches - Ralph Spijker e.a.
   
Rob Vlasblom, een ingewijde buitenstaander - Jolanda aan de Stegge
   
Swaziland omarmt innovatieve aanpak van hiv en aids - Anna Maria Doppenberg