Geen paniek in de polder
Annet Mooij: Geen paniek! Aids in Nederland 1982-2004. Amsterdam 2004, uitgeverij Bert Bakker. 235 p. ISBN 90-351-2690-4
Recensie door Rob Vlasblom
Het begin van de - ons bekende - geschiedenis van aids en haar bestrijding is nog maar kort geleden: in 1981. Dat jaar bereiken ons uit de Verenigde Staten alarmerende berichten over een nieuwe ziekte die alleen bij homoseksuele mannen lijkt voor te komen. Jonge mannen vooral. Een jaar later wordt een vergelijkbare combinatie van symptomen ook in Nederland vastgesteld, eveneens bij een man met homoseksuele contacten. Net als in de VS zal aids in ons land lange tijd vooral slachtoffers maken binnen de groep homoseksuele mannen. De ziekte richt niet alleen veel individueel leed aan binnen deze bevolkingscategorie, maar bedreigt ook de emancipatorische voortgang hiervan; een centraal gegeven binnen de aidsbestrijding in Nederland.
Geschiedenis van een snelle professionalisering Annet Mooij, die eerder een bijna encyclopedische beschrijving gaf van de geschiedenis van geslachtsziekten en de bestrijding daarvan in Nederland(1), is met haar onlangs uitgekomen boek over de aidsbestrijding in ons land weer grondig te werk gegaan. Toch heeft dit nieuwe 'aidsboek' een andere toonzetting dan haar 'soa-voorganger', terwijl de twee boeken qua opzet weinig verschillen. Mooij plaatst de ontwikkelingen in een historisch-chronologisch perspectief, waarbij de professionalisering van de bestrijding goed zichtbaar wordt. In het geval van de aidsbestrijding is die professionalisering verbazingwekkend snel gegaan, anders dan bij die andere ernstige infectieziekte TBC. Al in het beginstadium, in 1982, wordt door enkele pioniers alarm geslagen en voor zover een handjevol pioniers dat kan effectief actie ondernomen. Mooij noemt veel namen van mensen die een sleutelrol hebben gespeeld, maar die van Jan van Wijngaarden en Hans Moerkerk dringen zich steeds weer op. De eerste onderkende als arts al snel de eerder in de VS gesignaleerde combinatie van symptomen, de tweede was als leidinggevend GVO-functionaris in Amsterdam bijzonder alert waar het ging om de wel en niet gewenste voorlichtingsboodschappen. Beiden voelden zich betrokken bij de homo-emancipatie en waren uiterst waakzaam bij de dreigende stigmatisering van de vooralsnog meest getroffen bevolkingsgroep. Daarmee hebben zij een naar het lijkt blijvende trend gezet in de Nederlandse aidsbestrijding.
Botsende visies en gevoelens: net mensen Annet Mooij heeft ervoor gekozen de geschiedenis van de aidsbestrijding vooral te vertellen met de monden van de beroepsmatige beleidsmakers: GVO-voorlichters, artsen, epidemiologen, onderzoekers, ambtenaren en politici. De vele citaten liegen er niet om, ze zijn vaak bijzonder emotioneel en uitgesproken. Mooij maakt hiermee duidelijk dat de strijd niet alleen is gestreden tegen de ziekte, maar ook tussen de bestrijders onderling. Dat is niet zozeer een verwijt aan betrokkenen, maar het toont vooral aan dat er sterk conflicterende visies en gevoelens in het geding waren en zijn. Rode draden in het verhaal zijn de spanning tussen enerzijds de onderzoekers, verantwoordelijke epidemiologen (zoals Roel Coutinho, een derde 'hoofdrolspeler') en andere functionarissen die vooral de volksgezondheidsbelangen vertegenwoordigen en anderzijds de in haar fundamenten bedreigde bevolkingscategorieën zoals de homomannen en individuen wier leven werd verwoest of ontregeld.
Beleidsmakers en getroffenen Met haar kleurrijke beschrijvingen en de keuze van citaten van de betrokken beleidsbepalers maakt Annet Mooij die altijd aanwezige spanning tussen de visie en belangen van de volksgezondheid enerzijds en die van bepaalde groepen en het individu anderzijds, kenmerkend voor de bestrijding van infectieziekten, wel duidelijk. Dat neemt niet weg dat er aan dit verder voortreffelijke en fascinerende boek toch iets ontbreekt: de visie en beleving van de getroffenen, als de meest betrokkenen. Misschien was het voor Mooij niet mogelijk binnen het bestek van een enkel boek te kiezen voor meer gezichtspunten en had een poging daartoe tot een minder geslaagd en hybride product geleid.Toch is het ontbreken van het verhaal van de getroffenen een gemis. Maar dat valt misschien alleen maar op te heffen door een verteller van de eigen levensgeschiedenis.
Geen Paniek! Kwam tot stand dankzij bijdragen van de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en de Stichting Aids Fonds.
Referentie
- A. Mooij. Geslachtsziekten en besmettingsangst: een historisch-sociologische studie, 1850 - 1990. Amsterdam: Boom, 1993, ISBN 90-5352-092-9.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|