Jaargang 2, nummer 2 - juni 2005 Terug naar home
Print versie
Seksueel geweld vaak bodem onder onbegrepen klachten


Interview huisarts Mieke Postma

Matthieu klein Tank, freelance journalist

Eén op de drie vrouwen is ooit slachtoffer geweest van seksueel geweld. De kans dat een huisarts een patiënt tegenover zich krijgt met klachten die te maken hebben met een dergelijke voorgeschiedenis is dus groot. Zijn huisartsen er voldoende op toegerust om dit vaak lang verzwegen trauma boven tafel te krijgen? Huisarts Mieke Postma, die beroepsmatig vaak met slachtoffers van seksueel geweld te maken heeft, denkt van wel.

Vrouwelijke arts
Hoe vaak komt tijdens een consult naar voren dat een patiënt ooit te maken heeft gehad met seksueel geweld? Na enig nadenken komt Postma wat betreft haar eigen praktijk tot één tot twee gevallen per maand. Dat gaat dus om patiënten van wie dit bij haar tot op dat moment nog niet bekend was. Dat zal meer zijn dan in de gemiddelde praktijk omdat Postma in andere functies ook veel met het onderwerp te maken kreeg en zodoende extra alert is op gevallen van seksueel geweld. Zo was ze jarenlang huisarts bij een Blijf van mijn Lijf-huis, waar ze regelmatig met seksueel misbruikte vrouwen te maken kreeg. Daarnaast is ze al twintig jaar lang betrokken bij het forensisch medisch onderzoek na gevallen van acuut seksueel geweld. Eigenlijk is dat een GGD-taak, maar omdat in de regio Nijmegen bij deze instelling voornamelijk mannelijke artsen werkzaam waren, werd besloten hiervoor een apart project met vrouwelijke medici op te zetten. Bovendien zitten onder haar patiënten relatief veel vluchtelingen en in die groep speelt dit probleem meer.

Onveilige eigen omgeving
Ook andere huisartsen doen er volgens Postma goed aan zich bewust te zijn van de mogelijkheid dat er bij een patiënt sprake is van seksueel geweld in de voorgeschiedenis. ‘Bijna veertig procent van de meisjes heeft voor het zestiende jaar één of meer negatieve seksuele ervaringen. Dat is zo’n hoog percentage dat je het bijna niet onder ogen wilt zien. Het betekent wel dat iedere arts dit toch regelmatig tegen zou moeten komen. In de meeste gevallen, 60-70%, gaat het om bekende daders. Dat betekent dus dat die vrouwen in hun eigen omgeving niet veilig waren. Dat maakt de ervaring nog schokkender. Natuurlijk zullen veel slachtoffers het verwerkt hebben en dan word je er als arts niet zo mee geconfronteerd. Maar er zijn ook veel vrouwen die hierdoor met een blijvend trauma zitten. En heel vaak is dat verder bij niemand bekend. Het is belangrijk dat het naar boven komt, want het kan de bodem vormen van veel onbegrepen klachten. Ik vermeld het ook altijd in de historie. En nieuwe patiënten krijgen een lijst voorgelegd met onder andere de vraag of er iets in hun voorgeschiedenis is dat ze willen vertellen. Seksueel misbruik wordt daarop nu nog niet speciaal genoemd; dat zouden we misschien wel moeten doen. Veel artsen vermelden seksueel geweld niet standaard in het dossier, denk ik. Volgens mij is het een belangrijk gegeven.’

Verpakt of rechtstreeks
Omdat veel vrouwen er niet gemakkelijk uit zichzelf over praten is het voor een hulpverlener lastig deze problematiek naar boven te krijgen. Postma: ‘Het gaat erom vrouwen te laten merken dat je er open voor staat om over dit onderwerp te praten. Wanneer ik iets dergelijks signaleer zal ik iets zeggen als: “deze klachten komen ook voor bij vrouwen die seksueel misbruikt zijn. Heb jij daar misschien ook mee te maken gehad?” Je moet het zo open mogelijk brengen, dus vrouwen er niet op vastpinnen door te zeggen: “dit wijst op seksueel misbruik”. Mijn ervaring is dat het meestal wel naar boven komt. Het zal wel lastiger zijn als je het zelf moeilijk vindt om over dit soort dingen te praten. Hoe omzichtig je te werk moet gaan hangt ook van de persoon af. Soms zal ik er meer rechtstreeks naar vragen, bijvoorbeeld bij jongeren. Aan een meisje bij wie je zoiets vermoedt kun je best vragen: “is er iets gebeurd wat je eigenlijk niet wilde?”.’

Signalen
Wat zijn dan die signalen waar je als arts op zou kunnen letten? Postma: ‘Het gaat om een groot aantal dingen, die niet per se op seksueel geweld hoeven te wijzen. Een aantal ligt natuurlijk voor het oprapen: gevallen waar er blijkbaar sprake is geweest van geweld, iemand die met een blauw oog komt of vaak de EHBO bezoekt. De meeste signalen zijn moeilijker te interpreteren: buikpijn, menstruatieklachten, hoofdpijn, obstipatie, psychische klachten, depressie, iemand die gemakkelijk over zijn toeren raakt, slaapproblemen, problemen rondom seksualiteit... Als dergelijke zaken er zijn en ik krijg geen grip op wat er nu precies aan de hand is, dan zal ik hierop doorvragen. En bij een vrouw die bij een inwendig onderzoek heel gespannen is, zal ik dat ook doen. Bijvoorbeeld door te vragen: “heb je er bij het vrijen ook last van?” En als het antwoord daar aanleiding toe geeft, dan vraag je of ze er nog een keer over wil doorpraten. Bij zo‘n vervolggesprek kan er vervolgens ook best uitkomen dat er helemaal geen sprake was van seksueel geweld.’

Doorvragen bij soa-consult
Een gesprek met iemand die op het spreekuur komt met een soa kan ook aanleiding geven door te vragen naar ongewenste seksuele ervaringen. Postma: ‘Als je vraagt hoe het gekomen is dat ze een soa hebben opgelopen hoor je van meisjes geregeld het verhaal: “Eigenlijk was ik helemaal niet van plan seks te hebben, maar hij wilde het zo graag.” Dat is vaak een vervelende ervaring, maar het hoort ook wel bij het volwassen worden, denk ik. Maar er is wel alle reden daar het gesprek over aan te gaan, hen weerbaarder te maken zodat ze een volgende keer wel “nee” kunnen zeggen.’

‘Lastige’ patiënten
Een open opstelling, doorvragen en de tijd nemen. Dat zijn voorwaarden om seksueel geweld boven tafel te krijgen. Maar het kan voorkomen dat zo’n intensieve benadering er juist bij deze categorie patiënten niet gemakkelijk van komt. Postma: Een aantal mensen is zo gekwetst door wat hen in het verleden is overkomen, er is zo enorm over hun grenzen heen gegaan, dat ze anderen niet meer dichtbij laten komen. Er hoeft maar iets te gebeuren en ze beginnen meteen om zich heen te slaan. Om die reden worden ze door andere mensen afgewezen en zo komen ze in een cirkel die maakt dat ze steeds minder vertrouwen in anderen hebben. Dat is een categorie patiënten die je dan al snel als “lastig” beschouwt en die nu niet direct de meeste sympathie oproepen. Bij een aantal van hen kan seksueel misbruik de oorzaak van dit gedrag zijn.’
En dat gedrag maakt nu juist dat dit niet de patiënten zijn waar je in een drukke praktijk automatisch extra tijd aan gaat besteden. Toch hebben juist zij het nodig. Postma: ‘Als professional moet je proberen daar altijd wat van te maken. Hun gedrag roept afwijzing op. Daar moet je doorheen proberen te kijken. Als me dat lukt ga ik er uitgebreid voor zitten om te achterhalen wat er aan de hand is. Wanneer je daar achter komt wil dat nog niet zeggen dat je het op kunt lossen. Bij sommige mensen zit het zo fundamenteel in hun systeem, daar verander je weinig meer aan. Maar je kunt, als je hun geschiedenis kent, in ieder geval gemakkelijker compassie opbrengen. Als je snapt wat er aan de hand is volgt dat gevoel wel. Dergelijke dingen achterhalen, dat vind ik ook juist het leuke van dit beroep. En het is belangrijk als je je werk goed wilt doen.’

Terugverdiende tijdsinvestering
Zijn alle huisartsen er voldoende op toegerust om over dit lastige onderwerp te praten? Postma: ‘Huisartsen hebben het voordeel dat ze hun patiënten in hun context kennen. Dat maakt signaleren van seksueel geweld gemakkelijker. Maar het is soms wel lastig iets aan de orde te stellen. Wat als de patiënt reageert met: “Hoe kom je daar nou bij?” Juist bij een onderwerp als dit kan het vervelend zijn als je er helemaal naast zit. Vaak ben je de huisarts van alle leden van een gezin en dat kan voor een dilemma zorgen. Huisartsen moeten proberen over hun eigen schroom en angst heen te stappen. Maar als je er de tijd voor neemt en je open opstelt lukt het wel, is mijn ervaring. En die tijd, die verdien je uiteindelijk weer terug. Want je hebt dan niet meer telkens diezelfde patiënt op het spreekuur met vage klachten.’

Zie ook het Groningse protocol voor soa na seksueel geweld


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Wind er geen doekjes om - Filippo Zimbile
   
Voorlopige soa-cijfers 2004 - Marita van der Laar
   
‘Dokter, ik heb het nog steeds…' Hulpzoekgedrag bij soa - Jan van Bergen
   
Soa na seksueel geweld en het Groningse protocol - E. C. A. H. Scheers, M. J. E. Mourits
   
Diagnostiek van gonorroe - Paul GH Peerbooms
   
Preventieve HPV-vaccinaties - G.G. Kenter, S.H. van de Burg
   
Hiv veroorzaakt ravage in de darmen - Sam Gobin
   
‘De Waaghals en de Prins’, condoomgebruik homojongens in vaste relaties -
   
Seks onder je 25e - Meer tongzoenen, meer condooms
   
Patiëntenfolder in een nieuw jasje
   
Huisarts Mieke Postma: Seksueel geweld vaak bodem onder onbegrepen klachten - Matthieu klein Tank