Jaargang 2, nummer 4 - november 2005 Terug naar home
Print versie
Deelnemers Amsterdams cohortonderzoek aan het woord


Een stimulans tot veilig vrijen?

Matthieu klein Tank, freelance journalist

Mede dankzij de Amsterdamse Cohortstudies behoort een groot aantal Nederlandse wetenschappers tot de meest geciteerde in hun vakgebied. Een vergelijkbaar onderzoek wordt op slechts enkele andere plaatsen in de wereld gedaan, dus beschikt men in Amsterdam over tamelijk unieke gegevens. Honderden deelnemers geven trouw elk half jaar inzicht in hun seksuele leven. Twee daarvan vertellen wat hen motiveert dit al jarenlang vol te houden. Hun namen zijn gefingeerd. De uitspraken van twee deelnemers anno 2005 van een groep van honderden deelnemers in een periode van twintig jaar kunnen uiteraard niet representatief zijn voor de grote onderzoeksgroep als geheel, maar geven wel enig zicht op de motivatie van deelnemers.

De koe bij de hoorns
Sinds tweeëneenhalf jaar doet Sergio mee aan het Amsterdamse Jongerencohort. De 25-jarige student Stadsgeografie was, toen hij in een discotheek werd benaderd door iemand die deelnemers aan de studie aan het werven was, behoorlijk gespannen. ‘Tijdens de seks was een condoom geknapt. Dat was de eerste en de laatste keer dat me dat is overkomen. En uitgerekend deze jongen had me van tevoren gezegd dat hij hiv had. Daar schrok ik toen wel van, maar ik vond het stom om te zeggen dat ik om die reden geen seks wilde. Maanden ben ik in paniek geweest, ik lag huilend in de armen van vrienden.’
Om duidelijkheid te krijgen wilde Sergio een hiv-test laten doen en het onderzoek gaf een goede gelegenheid die koe maar meteen bij de hoorns te vatten. ‘Ik ging heel angstig naar de GG&GD en werd ontvangen door een vriendelijke vrouw, Helčne. Zij stelde me meteen gerust. Eigenlijk wel gek: ik ben hoog opgeleid en dacht dat ik goed geďnformeerd was, maar hoe riskant een geknapt condoom was wist ik niet precies. Dat valt dus wel mee, weet ik nu. Meteen nadat ik bloed had afgegeven slaakte ik al een zucht van verlichting. Die laatste dagen voor de uitslag werd ik toch weer bang. De eerste keer moet je zelf langskomen voor de uitslag en toen bleek gelukkig dat er niks aan de hand was.’

Meer kennis van risico’s door deelname
Dankzij zijn deelname wordt Sergio nu automatisch elk half jaar getest. ‘Ik vind het goed om dat te doen, maar als ik zelf iedere keer een afspraak zou moeten maken kwam het er vast niet van. Eigenlijk kan ik er helemaal niet tegen, geprikt worden. Toen ik dacht dat ik er ondertussen wel aan gewend was viel ik weer bijna flauw. Maar ondertussen went het wel. Het vervelendst vind ik nu die pleister die als je hem weer wilt verwijderen altijd aan je haren blijft plakken. Over de uitslag maak ik me eigenlijk geen zorgen meer. De eerste paar keren was ik er van tevoren wel erg mee bezig. Ik vrij altijd veilig, maar kleine incidenten die je aan het twijfelen brengen zijn er altijd. Maar ik ben sinds ik aan het onderzoek deelneem veel beter op de hoogte van de risico’s. Bij Helčne kan ik met al mijn vragen terecht, bijvoorbeeld over het risico van pijpen. Met haar heb ik echt een band opgebouwd, je voelt je niet gewoon een nummer als je daar komt. Daarom vind ik dit zo‘n goede manier om me te laten testen, heel wat geruststellender dan een hiv-test van de drogist.’

Stok achter de deur
De 42-jarige Ewoud is naast zijn werk - hij begeleidt jongeren die voortijdig de school verlaten - altijd actief geweest in de hiv-preventie. Zo was hij in Utrecht actief als medewerker van een baanproject. De cohortstudie is al het tweede onderzoek waar hij aan deelneemt. ‘Een paar jaar geleden heb ik meegedaan aan een onderzoek naar een hiv-vaccin. Ik vind het belangrijk dat zulk onderzoek wordt gedaan en ik zag het als mijn plicht mijn steentje bij te dragen. Doordat je een verzwakte vorm van het virus krijgt ingespoten worden antistoffen gevormd. Bij een hiv-test ben je vanaf dat moment dus seropositief. Dat is heel maf. Ik dacht eerst ook wel: “god, wat ga ik doen”. Maar ze hebben me verzekerd dat het ingespoten virus zich niet zou kunnen vermenigvuldigen, dus toen heb ik gezegd: “kom maar op met die rommel”. De werking van het vaccin bleek tegen te vallen. Helaas, maar ik heb er dan toch aan bijgedragen dat ze daar nu achter zijn.’
Ewoud vond het jammer dat het onderzoek afgelopen was. ‘Het was voor mij een mooie stok achter de deur. Al dat gedoe met veilig vrijen vind ik nog steeds een drama. Als deelnemer aan het onderzoek werd ik ieder half jaar getest en vulde ik een vragenlijst in. Zo werd ik gedwongen over mijn vrijgedrag na te denken. En na een negatieve test was ik altijd heel blij dat ik weer een nieuwe start kon maken. Ik had nog contact met medewerkers van dat vaccinonderzoek en ik heb toen gezegd: “Ik vrij vreselijk onveilig, ik heb weer een projectje nodig.” Toen wezen ze me op het jongerencohort. Dat ik al 39 jaar was bleek geen bezwaar te zijn. Nu ik deelneem vrij ik veel veiliger. Dat is mijn winst. Wanneer ik toch eens risico heb genomen krijg ik een uitbrander van die meiden die de vragenlijst afnemen. Als een moeke die tegen je zegt: “denk erom hoor”. Ze zullen zelf ook wel weten dat zo‘n opmerking weinig uithaalt.’
Het onderzoek helpt Ewoud om veiliger te vrijen, maar dat is niet zijn enige motivatie om mee te doen. ‘Aids is iets waar we in de gayscene nu eenmaal mee te maken hebben. Daar moet je je ogen niet voor sluiten. In 1992 is mijn toenmalige vriendje aan aids overleden. Dat is voor mij een extra reden om het onderzoek te steunen.’

De vragenlijst: kan het niet wat creatiever?
Drie kwartier duurt het invullen van de vragenlijst, schat Sergio. ‘Je wordt daardoor veel bewuster van je seksuele gedrag. Als je moet natellen met wie je het halfjaar daarvoor iets gedaan hebt, schrik je wel eens. Daar sta je anders niet zo bij stil. Sommige vragen vind ik wel stom. Vooral die hoe groot je je eigen piemel vindt. Ik kreeg drie modellen te zien en moest vervolgens kiezen welke er het meest op leek. Lijkt me typisch een vraag waarop mensen sociaal wenselijke antwoorden gaan geven.’
Ewoud vindt de lijst vooral te lang. ‘Volgens mij bevat het formulier wel twintig pagina’s! En die zit je dan in een bijzonder onaangenaam kaal hok een uur lang in te vullen. Kan dat niet wat creatiever? Bijvoorbeeld door een basisdeel te maken en supplementen voor mensen met en zonder vaste relatie? Maar het is wel goed dat je zo gedwongen wordt over jezelf na te denken. Als ik daar zit te tellen met hoeveel mensen ik het gedaan heb krijg ik soms wel het idee dat ik de grootste slet van Amsterdam ben.’

Keerpunt 34
Ewoud heeft er wel vertrouwen in dat het onderzoek bij kan dragen aan betere preventie. ‘Begin dit jaar werden de onderzoeksresultaten voor de deelnemers gepresenteerd. Een opmerkelijk gegeven vond ik dat mannen blijkbaar vanaf hun vierendertigste onveiliger gaan vrijen. Dat herkende ik ook bij mezelf. Als je dat weet, dan kun je op basis daarvan een campagne opzetten. Maar er is momenteel sprake van campagnemoeheid, denk ik. Ik kom toch regelmatig op banen en in sauna’s en darkrooms, maar ik merk nooit iets van preventieactiviteiten. Ja, de foldertjes liggen er, altijd keurig op hun stapeltje. Ik denk toch dat er meer zou kunnen gebeuren. Voor een open gesprek in een ongedwongen sfeer staat men best enigszins open. Desnoods doe je dat midden in de darkroom, want er wordt echt ontzettend veel onveilig gevreeën.’

Trots
Voor Sergio was het een schok te ontdekken dat het aantal jongeren met hiv in Amsterdam was toegenomen. ‘De jongens die aan zo’n onderzoek meedoen zijn meestal hoog opgeleid. Hoe moet het dan wel niet zijn bij de rest van de doelgroep? Het lijkt me vreselijk om er zo achter te komen dat je hiv hebt. En dan gaat het niet alleen om de fysieke gevolgen, maar eerder nog om de psychosociale consequenties. Het is nog steeds zo’n taboe, zelfs in de gayscene. Juist daar zou het toch wčl bespreekbaar moeten zijn? Ik denk er wel eens over na wat het voor mezelf zou betekenen. Nooit meer op een normale manier een vriendje krijgen bijvoorbeeld, alleen nog maar via contactadvertenties of zo. Het is zo’n aanslag op je sociale leven.’
Sergio is er trots op dat hij, als onderzoeksdeelnemer, bijdraagt aan betere preventie. ‘Vind ik vanzelfsprekend, net zoiets als gaan stemmen. Als je met zo weinig moeite kunt helpen, dan moet je dat gewoon doen.’


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Acute hiv-infectie, mogelijkheden en moeilijkheden - Jan van Bergen
   
Acute hiv-infectie; het belang van vroege constatering - R. Steingrover, Jan Prins
   
Ivermectine bij de behandeling van scabiës - Remko van der Ham, Henry de Vries
   
Antivirale eiwitten tegen hiv - Sam Gobin
   
Twintig jaar Amsterdamse Cohortstudie homomannen - N. Dukers, M. Prins, H. Schuitemaker
   
Netwerkanalyses en preventieve interventies - Rolf Appels
   
Deelnemers Amsterdams cohortonderzoek - Matthieu klein Tank
   
Preventie onder prostituees in Servië en Bulgarije - Lucie van Mens
   
Mensen met hiv betrekken bij mondiaal beleid - Tanne de Goei