Jaargang 3, nummer 1 - april 2006 Terug naar home
Print versie
Twee pioniers op internet


Samenwerking tussen preventie en onderzoek leidt tot succes

Matthieu klein Tank, Freelance journalist

Paul Harterink (l) en Pjer Vriens. Foto: Jan Carel Warffemius
Paul Harterink en Pjer Vriens‘Cyberseks is toch per definitie veilige seks?!’ Dat was de eerste reactie die Paul Harterink kreeg, toen hij bij de GGD Nijmegen wees op het gebrek aan goede voorlichting over hiv/aids op het internet. Pjer Vriens had een vergelijkbare ervaring bij de Amsterdamse GGD. Het tweetal werkt nu samen aan enkele interventies op internet, onder andere Gay Cruise.

kritische kijk op wetenschappelijk onderzoek
De eerste kennismaking van Paul Harterink met hiv-preventie was niet positief. ‘Ik liep als student van de Hbo-verpleegkunde stage in Kenia. We bezochten onder andere een technische school, waar we met een fraai bewerkt houten model van een penis voorlichting gaven over condooms. “Je kunt er beter twee over elkaar gebruiken, want de kwaliteit van onze gratis condooms is slecht”, vulde de leraar aan. Daar stonden we dan als idealistische studentjes met onze goede bedoelingen. We hebben er nog wel een discussie over gehad, maar ik weet niet of we die in de ogen van de klas gewonnen hebben van de leraar met al zijn autoriteit.’ Omdat hij toch geen verpleegkundige wilde worden ging Paul vervolgens Gezondheidswetenschappen studeren, met als studierichting ethiek/wijsbegeerte. ‘We deden kritisch onderzoek naar de werking van de wetenschap en in het bijzonder de epidemiologie. Er was in dat vakgebied met name veel kritiek op GVO-ers. Wat zij als gezondheidsgedrag voorschrijven is een constructie die je niet zomaar aan iedereen kunt opleggen, was de heersende opvatting. Toen ik bij de GGD Nijmegen ging werken voor het project hiv/aids en homoseksualiteit kwam ik tot de ontdekking dat ik nu precies dat aan het doen was wat we tijdens mijn studie zo sterk bekritiseerden. Ik denk dat ik wel veel bagage van die studie heb meegenomen naar mijn werk. Ik neem niet alle onderzoeken zomaar voor waar aan.’

generatiekloof
Pjer Vriens studeerde biologie in Wageningen, maar vond de opleiding te theoretisch. Daarom ging hij de HBOV doen. Op zijn 22-ste was hij daarnaast actief als buddy. ‘Dat was rond 1985. Had ik net met iemand kennis gemaakt, was hij na een paar weken alweer overleden. Ik had de ene na de andere begrafenis.’ Nadat hij een tijdje in een kinderziekenhuis had gewerkt kreeg Pjer in 1995 een baan bij de GGD Amsterdam als voorlichter voor jongensprostituees. ‘Ik was niet alleen bezig met voorlichting over hiv en soa, maar ook met hun druggebruik en woonsituatie. Mensen informatie geven zodat ze zelf een keuze kunnen maken, dat was het beleid van de GGD. Ik dacht eerst ook dat dit genoeg was, maar ik zag dat die jongens hun gedrag niet veranderden. Ze doen iets anders dan ze eigenlijk zouden willen.’
Ook het bereiken van de jongens was een probleem. ‘Ik ging de bars langs, maar dan zag ik er altijd maar een paar. Maar ik ontdekte dat ze wel heel actief waren op internet. Daar moeten wij dus ook actief zijn, vond ik. Mijn collega’s waren dat meteen met mij eens. Maar bij de leidinggevenden lag dat moeilijker, voor hen was dit een onbekende wereld. Er was wat dat betreft wel een generatiekloof. Ik kreeg toch een klein budget voor een onderzoekje. Dat leidde tot een bewustwording en vervolgens ook een groter budget. Dat is de manier om het aan te pakken: je kunt niet alleen afgaan op je gevoel, je hebt harde cijfers nodig.’

gebrek aan effectonderzoek
Onafhankelijk van Pjer werd Paul in dezelfde periode ook geconfronteerd met een gebrek aan harde gegevens over de rol die internet speelt bij het leggen van contact voor seks. ‘We merkten dat er van alles gebeurde op internet. “Maar cybersex is toch per de.nitie veilige seks?”, was de reactie die ik kreeg toen ik voorstelde daar ook actief te zijn. In werkelijkheid liep de virtuele wereld toen ook al vloeiend over in de echte: er werd volop gedated via internet. Ik hoorde dat ze bij de GGD Rotterdam ook al met dit onderwerp bezig waren en dus heb ik contact gezocht. Samen met Katy van den Hoek van die GGD kreeg ik een subsidie van het Aids Fonds voor een kleine pilot. Toen ze in Rotterdam een grotere subsidie kregen om met internet aan de slag te gaan, in een project samen met Schorer, ben ik naar hen overgestapt. En ik heb er nooit spijt van gehad. Hier leeft het besef dat effectieve preventie meer is dan alleen een leuke voorlichtingsactiviteit verzinnen.
Als je kijkt naar wat er op aidsconferenties wordt gepresenteerd, dan valt op dat er sowieso weinig onderzoek naar preventie wordt gedaan. En van de interventiestudies die er zijn is maar bij enkele procenten effectonderzoek gedaan. Zulk onderzoek is echt noodzakelijk, want er is immers aangetoond dat interventies zelfs een negatief effect op het gedrag kunnen hebben.’

pornoregisseur
Ook Pjer maakte de overstap naar Rotterdam en hij is al even positief over de manier van werken daar. ‘Ik had als preventiewerker de behoefte aan meer onderbouwing van wat ik deed. In Rotterdam is er een goede afstemming tussen preventiewerkers en onderzoekers. Als we een activiteit in een sauna op willen zetten, vragen we vooraf aan onderzoekers op welke manier je een effectmeting zou kunnen doen. Mensen een vragenlijst in laten vullen is op zo’n locatie geen geschikte methode. Samen zijn we tot de slotsom gekomen dat een internetsite de best haalbare optie was. Ik vind het spannend met behulp van de theorie te onderzoeken hoe je het gedrag van mensen daadwerkelijk kunt veranderen. We begeven ons met wat we doen op een nog nauwelijks ontgonnen terrein, en dat is voor mij de helft van de lol om dit werk te doen.’ En wat maakt het nog meer leuk? Vriens: ‘De afwisseling. We hebben bijvoorbeeld ook een instructie voor correct condoomgebruik gemaakt met twee acteurs. Ik moest aanwijzingen geven en voelde me toen net een .lmregisseur op een pornoset.’

voldoende respons
De GGD Rotterdam en Schorer werken bij Gay Cruise samen met onderzoekers van de Universiteit Maastricht. Dankzij die samenwerking hebben Harterink en Vriens inmiddels ook aardig wat publicaties in hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften (onder andere het blad AIDS) op hun naam staan. Daar zijn ze best trots op. Harterink: ‘Toen ik met dit onderwerp begon, werd ook in Engeland door middel van vragenlijsten op internet onderzoek gedaan. Vervolgens was ik er vanwege ziekte een tijd uit en ik dacht toen ik weer begon dat we inmiddels flink achter zouden lopen.
Van de interventie waar een Britse onderzoeker me over verteld had was echter niks terecht gekomen. De uitval bij de deelnemers was te groot, ze hielden maar 12% over. Op basis daarvan kun je geen goede effectmeting doen en de onderzoeker had het vervolgens maar opgegeven. Wij wisten dus dat we alle zeilen bij moesten zetten om een goede respons te krijgen. Van het Fonds Openbare Gezondheidszorg kregen we geld uit een potje om vernieuwende projecten te initiëren. Dat was “risicogeld”, want we wisten van tevoren niet of het zou lukken. Uiteindelijk hielden wij 41% van de deelnemers over en op basis daarvan kun je conclusies trekken. Het is mooi als de inzet van zoveel mensen die hier keihard voor gewerkt hebben inderdaad wat oplevert. De website Gay Cruise was tot nu toe alleen bestemd voor deelnemers aan het onderzoek. Dit voorjaar komt de de.nitieve versie online.’

jongerenproject voor onderhandelingsvaardigheden
Inmiddels werkt het duo aan de opzet van een nieuw project, dit keer gericht op jongeren die steeds meer via MSN met elkaar communiceren. Harterink: ‘Het is een breed project, gericht op soa-preventie in algemene zin. Juist voor jongeren zijn er al wel goede projecten, bijvoorbeeld Lang Leve de Liefde, dat via scholen wordt aangeboden. En ook op internet is wel informatie te vinden. Maar om echt wat te bereiken moet je bijvoorbeeld de onderhandelingsvaardigheden verbeteren. Uit onderzoek weten we dat jongeren via internet veel openlijker met elkaar praten, zeker over een gevoelig onderwerp als seks. Dat is dus een uitgelezen plek om ook dit soort preventie aan te bieden.’


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Een wereld aan mogelijkheden - John de Wit
   
Syfilistest.nl - E. van Leent, U. Davidovich, H. Thiesbrummel, J. Fennema
   
Angst in beeld: webcam-interviews - U. Davidovich, H. Uhr-Daal
   
Referaat Ehud Davidovich: Liaisons Dangereuses
   
Seksueel risicogedrag, internet en preventie - D. van Schaik, K. Rietmeijer
   
Hookers.nl - Frank ten Horn
   
De 'Gay Cruise' - P. Harterink, P. Vriens, O. de Zwart, G. Kok, H. Hospers
   
‘Daten’, ‘chatten’ en interventies - Wim Zuilhof en Stephan Cremer
   
soatest.nl - Daniel van Schaik
   
Werven hepatitis B vaccinatie via internet - M. Heijnen, R. Vet, A. Nijman, E. Siedenburg, Q. Waldhobera
   
Twee pioniers op internet - Matthieu klein Tank
   
Soa-kliniek voor Moskouse prostituees - Ivo Pertijs