Jaargang 3, nummer 2 - juni 2006 Terug naar home
Print versie
‘Ze verdienen hun geld met hun lijf; daar zijn ze zuinig op’


Sociaalverpleegkundige Inge de Castro over voorlichting aan prostituees

Matthieu klein Tank, freelance journalist

Foto: Jan Carel Warffemius
Inge de Castro‘Ik heb echt een topbaan.’ De stralende lach waarmee de 38-jarige Inge de Castro deze woorden uitspreekt onderstreept nog eens haar enthousiasme voor haar werk.
Als soa-verpleegkundige bij de GGD Twente in Enschede, waar ze zich onder andere bezig houdt met voorlichting aan prostituees, krijgt ze natuurlijk ook te maken met de misstanden die deze sector kenmerken. Maar dat wordt voor haar ruimschoots gecompenseerd door het hartelijke contact met de betrokken vrouwen. ‘Merken dat je gewaardeerd wordt om je kennis en dat vrouwen je vertrouwen, dat is heel belonend.’


de aanloop Inge de Castro houdt wel van afwisseling. Na een vijftal jaren als Z-verpleegkundige gewerkt te hebben deed ze de verkorte opleiding van de HBO-V en volgde ze een tropenopleiding. In Pakistan had ze al met verstandelijk gehandicapten gewerkt en in het kader van haar tweede studie liep ze stage in Bolivia en Brazilië. ‘Ik werkte op het gebied van de dermatologie en kreeg dus ook veel met soa te maken. Terug in Nederland dacht ik al snel aan een baan bij de GGD, omdat je daar met dezelfde problematiek te maken krijgt. Ik sprak Portugees en dat kwam voor een voorlichtingsproject voor prostituees goed van pas, omdat hier in Twente destijds veel vrouwen uit Brazilië waren.’

illegaliteit Toen kwam in oktober 2000 de wetswijziging die het ‘bordeelverbod’ ophief. De wet moest vrouwen die in de seksindustrie werken een sterkere positie geven, maar voor de zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijvende prostituees werd de situatie juist veel moeilijker. De Castro: ‘Vrouwen die hier werkten op een toeristenvisum verdwenen naar elders of gingen als escort werken. Voor ons verdwenen ze daarmee uit beeld en het voorlichtingsproject was niet meer zo nodig. Toen kwam er voor mij een plaatsje op de soa-poli.’
Over de wetswijziging is De Castro niet zo positief. ‘De politie houdt razzia’s in de bordelen waarbij alle vrouwen worden gecontroleerd. De consequentie is dat ze massaal in de illegaliteit verdwijnen. Als escort kunnen ze vaak nog wel werken, maar dat is voor henzelf veel gevaarlijker. En wij komen ze niet meer tegen zodat je niet aan voorlichting kunt doen. Maar of we dan maar weer terug moeten naar de tijd dat het nog illegaal was..., dat lijkt me ook niet goed. Ik denk dat je dit niet terug kunt draaien.’
Escorts en thuiswerksters bieden hun diensten via advertenties in kranten aan. Dat biedt in ieder geval nog een opening om contact met hen te zoeken. De Castro: ‘Mijn collega Anja Ros bedacht dat je alle telefoonnummers uit die advertenties in een bestand kunt zetten, zodat je ze gelijktijdig een SMS kunt sturen. Daarmee kun je bijvoorbeeld wijzen op de mogelijkheid dat ze zich gratis tegen hepatitis-B in kunnen laten enten. Als we zo’n SMS verstuurd hebben, krijg je de uren erna meteen wel een aantal vrouwen aan de lijn. Maar het bereik is beperkt. Ik ben dus nog op zoek naar een lumineus idee om ook deze groep te bereiken.’ Hetzelfde probleem speelt in de jongensprostitutie. De Castro: ‘Vorig jaar hebben we met acht mannelijke prostitués contact gehad. In de voorgaande jaren maar met een stuk of vier per jaar. Er moeten er veel meer zijn, maar voor ons zijn ze lastig te bereiken.’

knuffel Bij de vrouwen in de bordelen gaat dat eigenlijk heel gemakkelijk, vindt De Castro. ‘De contacten met de eigenaren zijn heel goed. Ik bel van tevoren even op en dan ben ik altijd meteen welkom.’ De zaak verlaten is soms moeilijker. ‘Tussen de aankondiging dat ik weer vertrek en het moment dat ik daadwerkelijk de deur uit ben zit vaak wel twee uur. Telkens word ik weer aangeklampt door vrouwen die me nog iets willen vertellen. Ze zien je echt als een vertrouwenspersoon. Ik krijg foto’s te zien van hun kinderen en ze komen uithuilen naar aanleiding van verbroken liefdesrelaties. De sfeer in de clubs is vaak heel gezellig, je hebt al snel een knuffel te pakken. we praten met de vrouwen terwijl die gewoon ontspannen op een bed liggen. Is ook handig als er eens eentje flauw valt wanneer we wat bloed afnemen voor onderzoek. Vervelend vind ik wel dat er soms tv’s staan met continu harde porno die je netvlies teistert. Maar ik voel me thuis in deze branche; ik heb niets hoeven overwinnen om daar binnen te stappen. ’
De vrouwen reageren vaak heel direct. En juist dat ligt De Castro wel. Lachend denkt ze terug aan een collega die een injectie wilde geven. ‘Omdat deze tijdelijk tot wat milde klachten kon leiden op de plek waar is geprikt, vroeg mijn collega: schrijf je met links of met rechts? ‘Nou, dit doe ik met rechts‘, verklaarde de vrouw, gelijktijdig het gebaar makend alsof ze een man aan het masturberen was.

Er wordt vaak aangenomen dat er in de prostitutie veel soa voorkomen. Dat valt eigenlijk wel mee, is de ervaring van De Castro. ‘We vergelijken de cijfers ieder jaar met die van het publiek dat op de soa-poli komt, en daar vinden we meer. Bij homo’s komt het zelfs nooit voor dat we niks vinden. De vrouwen moeten natuurlijk ook met hun lijf hun geld verdienen en daar zijn ze dus zuinig op. Condooms gebruiken is voor hen heel gewoon, zelfs bij het pijpen. Daar zetten we ook hoog op in. Bij mannen die seks hebben met mannen ligt dat heel anders. Orale seks gebeurt daar eigenlijk altijd zonder condoom. We zijn allang blij als ze die bij het neuken wel gebruiken.’

weerbaarheid Als het over prostitutie gaat, dan ligt de nadruk vaak op de misstanden in deze sector: vrouwenhandel, meisjes in afhankelijkheidsrelaties die hier tegen hun zin werken, drugsgebruik... Welk beeld heeft De Castro van haar doelgroep? ‘Stel die vraag aan tien mensen die er ervaring mee hebben en je krijgt tien verschillende antwoorden. Sommigen denken dat het vooral vrouwen zijn met haar op hun tanden. Anderen menen dat ze juist helemaal niet weerbaar zijn. De vrouwen in de bordelen worden, denk ik, meestal wel redelijk goed behandeld. Maar ze zijn slecht op de hoogte van hun rechten en plichten. Als ze langdurig ziek zijn hebben ze bijvoorbeeld recht op een uitkering, maar dat weten ze meestal niet. Als je vraagt of ze in loondienst werken of als zelfstandige, blijken ze dat meestal niet eens te weten.
We doen daarom samen met de GGD’en van Rotterdam, Den Haag en Amsterdam een weerbaarheidsproject. Alle vier de GGD’en hebben daarvoor deelprojecten aangeleverd. we geven in een serie bijeenkomsten voorlichting over bijvoorbeeld de rechtspositie en belastingen. Of we besteden aandacht aan het beeld dat er bestaat van de prostitutie en of de vrouwen zich daar zelf in herkennen.’

Werken met prostituees vraagt om creativiteit en improvisatievermogen, stelt De Castro. En die kwaliteiten zijn volgens haar in het team van de GGD Twente volop voorhanden. ‘We vonden zelf dat we nog behoefte hadden aan iemand die heel gestructureerd te werk kan gaan. Daarop hebben we onze laatste collega geselecteerd en ik vind dat we nu echt een heel evenwichtig team hebben. Wij maken met zijn zessen het beleid, dat ontstaat dus op de werkvloer.’
Er werken vooral vrouwelijke soa-verpleegkundigen in Enschede: bij het zestal zit slechts één man. De Castro: ‘We werken allemaal heel breed: van diensten op de soa-poli tot het geven van voorlichting aan prostituees. In de grote steden heb je bij GGD’en mensen die zich alleen met de prostitutie bezig houden, maar ik geef zelf de voorkeur aan de afwisseling die wij in ons werk hebben. Iedereen heeft enkele clubs onder haar hoede, behalve onze mannelijke collega. Ik houd me ook bezig met partnerwaarschuwing, de medische opvang voor asielzoekers en het schrijven van protocollen. Vind ik allemaal leuk om te doen. Alleen het bezoeken van banen waar mannen elkaar ontmoeten liep voor mij moeilijk. Als ze mij daar zien is er ineens niet eentje meer biseksueel, dat wil zeggen: met een vrouw willen ze niet praten.’


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Redactioneel - Jan van Bergen, Cor Blom
   
Lezersonderzoek Soa Aids Magazine
   
PEP na een prikaccident - Nori Jorna, Rolf Appels
   
Huidafwijkingen aan de vulva en vagina: Lichen sclerosus van de vulva - R. van den Bos, W. van der Meijden
   
Soa/hiv-preventie door huisartsen in achterstandswijken - Eva de Feijter
   
Voorlopige cijfers 2005 van het SOA Peilstation - M. de Boer, M. van de Laar
   
Vuistregels bij risico-inschatting - Fraukje Mevissen
   
Vrouwenverhalen als preventiemethode
   
Safesex.nl – boekje voor jongeren in buitenschoolse situaties - H. Roosjen
   
Sociaalverpleegkundige Inge de Castro over voorlichting aan prostituees - Matthieu klein Tank
   
Nieuwe soa-polikliniek GGD Amsterdam - M. Kolader, H. Thiesbrummel, E. van Leent
   
Veilig bloed: een voetnoot in aidsbestrijding! - Cees Smit
   
Hiv/aidsbeleid op de werkvloer - Yvette Fleming