Jaargang 3, nummer 3 - september 2006 Terug naar home
Print versie
Peter van Rooijen - een nieuwe rol voor Mister Aids Fonds


Matthieu klein Tank -  Freelance journalist

Peter van Rooijen. Foto: Jan Carel Warffemius
Peter van RooijenHij werd al ‘Mister Aids Fonds’ genoemd. Dat geeft aan dat het tijd was om op te stappen, zegt Peter van Rooijen zelf. Begin dit jaar nam hij afscheid als directeur van Soa Aids Nederland en STOP AIDS NOW! Maar hij verlaat zijn ‘kindjes’ met pijn in het hart.

In zijn nieuwe kantoor aan de Warmoesstraat, bovenin het pand waar inmiddels ook een deel van Soa Aids Nederland is gehuisvest, staan de wandversieringen nog op de grond. Het illustreert dat de International Civil Society Support, waar hij sinds begin dit jaar als directeur werkt, nog een organisatie in opbouw is. Iets nieuws beginnen in de aidsbestrijding, daar heeft Van Rooijen inmiddels ruime ervaring mee. Hij was in Nijmegen actief in de homobeweging toen aids in 1984 ook in Nederland begon toe te slaan. Er werd een Aidsplatform opgericht, waarin hulpverleners samenkwamen om tot een adequate reactie op deze nieuwe dreiging te komen. Van Rooijen was daarin één van de vertegenwoordigers namens de homobeweging, maar als psycholoog was hij ook betrokken bij de opvang van de eerste mensen met hiv.

Desperaat
Begin 1986 ging hij voor de Schorerstichting in Amsterdam werken. ‘Dat was spannend voor mij; voor het eerst in de grote stad. Elke avond ging ik op stap. Maar door aids was het vooral een rottijd. Sommige collega’s trokken zich terug. Ook privé werden ze getroffen door de ziekte en ze wilden aids niet hun hele leven laten bepalen. Ik draaide mee bij de hulpverlening maar ik was ook supervisor van het buddyproject en ik gaf trainingen. Anderen vertellen wat ze moesten doen, alsof wij dat zelf wisten... Hoe bereid je mensen voor op de dood? Daar waren wel trainingen voor, maar dat ging altijd over ouderen en mensen met kanker. Dus moest je zelf wat bedenken. Met buddies heb ik een geleide fantasie gedaan over sterven. Had ik meteen iedereen aan het janken. Ik ben snel een maand in de VS wezen rondkijken bij projecten, want, zo dachten we, “daar weten ze meer.” We waren desperaat op zoek naar wat houvast.’

Al snel werd Van Rooijen directeur hulpverlening, een functie waarin hij veel te maken had met Riek Stienstra, de algemeen directeur. Van Rooijen: ‘Dat is echt een vrouw waar ik enorm veel waardering voor heb. Maar het was een hele uitdaging om je naast haar staande te houden.’ In 1991 vetrok hij weer bij de Schorerstichting. ‘Ik was daar dus maar vijf jaar, maar voor mijn gevoel leken het er wel twintig. Onlangs verscheen er een boekje over buddies dat ingaat op die tijd. Daarin werd gesteld dat de eerste reactie op aids toch wel overdreven was. Ik ben daar razend over geworden. Dat kun je alleen maar schrijven als je het zelf niet hebt meegemaakt. Veel homo’s waren in die jaren echt wanhopig. Ze zagen vrienden aids krijgen. Wat konden ze voor hen doen? En ondertussen was er bij veel homo’s ook de vraag: hoe zit het met mezelf? Velen leefden met angst. Het was echt een heftige tijd.’

Ander kamp
In 1991 werd Van Rooijen voor een jaar interim-directeur bij de Nationale Commissie Aidsbestrijding (NCAB), die onder andere verantwoordelijk was voor de toekenning van subsidies aan organisaties als de Schorerstichting. ‘Het was bijna of ik overliep van het ene naar het andere kamp’, zegt Van Rooijen. ‘Voor mij was het een heerlijke tijd. Ik kon met wat meer afstand naar alles kijken. En mijn dochter werd geboren: nieuw leven in een tijd die nog steeds vooral in het teken stond van de dood. Toen mijn termijn erop zat kwam net de baan van directeur van het Aids Fonds vrij. Daar ben ik op 1 januari 1993 begonnen. We waren destijds met zeven mensen; inmiddels zijn dat er rond de honderd.’
Dat geeft al aan dat er bij deze instelling in ruim tien jaar veel gebeurd is. In 1994 kreeg het Aids Fonds het beheer over het ontwikkelingsbudget van de overheid. Een jaar later fuseerde het Fonds met de NCAB en de Programma coördinatie commissie Aidsonderzoek. Van Rooijen: ‘Vanaf dat moment hadden we niet alleen het geld, maar ook de staf om ons werk goed te doen. In 1996 kwam de combinatietherapie en een jaar later de eerste kortingen op ons budget, “want het viel immers allemaal wel mee.” Dat jaar hadden we ook de enige dip in het aantal donateurs.’

Tot 2000 hield het Aids Fonds zich voornamelijk bezig met de aidsbestrijding binnen Nederland. Vanaf eind jaren tachtig was echter al duidelijk dat aids met name in Afrika een veel groter probleem was. Van Rooijen: ‘Het is een lang proces geweest om onze internationale rol te ontdekken. Maar in 2000 kwam dan toch Stop Aids Now!. Dat is voor mij een belangrijke stap geweest.’ Nederland speelde mede dankzij deze nieuwe organisatie een voorname rol bij het starten met anti-hiv therapie in ontwikkelingslanden. Van Rooijen: ‘Er werd in het begin heel badinerend over gedaan. Tripeltherapie in ontwikkelingslanden, dat kon natuurlijk niet. Maar we zien nu dat de mensen die daar medicatie krijgen het zeker niet slechter doen dan in het westen.’ Nog steeds krijgt maar een klein percentage van de 40 miljoen mensen met hiv in ontwikkelingslanden daadwerkelijk medicatie. Maar dat is volgens Van Rooijen niet het enige probleem. ‘Voor mensen bij wie de eerste combinatie is uitgewerkt, is er nu vaak geen alternatief. Vervanging door medicijnen die nog wél werken is te duur. Bovendien: je kunt nu wel miljoenen mensen op een therapie zetten, maar je zult dat ook jaren vol moeten houden. Dat mag niet afhankelijk zijn van hoe het westen er economisch voorstaat. Er moet een structurele oplossing komen, je kunt niet eeuwig blijven subsidieren.’ Van Rooijen ziet de oplossing in een zorgverzekering voor Afrika. ‘Dat is nog nooit geprobeerd. Ook mensen die lijden aan andere ziekten kunnen daarvan pro.teren. Zo kan aids, zoals vaker in het verleden gebeurd is, als breekijzer fungeren om verbeteringen te realiseren.’

Volwaardige plaats
Van Rooijen zal daar niet langer namens STOP AIDS NOW! bij betrokken zijn. En dat doet pijn. ‘Ik heb de afgelopen maanden wel vijf infecties gehad. Daar heb ik anders nooit last van. Ik vond het heel moeilijk weg te gaan, maar ik heb toch geen spijt. Het werd tijd voor nieuw leiderschap.’
En Van Rooijen kan zijn energie nu richten op een probleem dat hij in zijn werk regelmatig signaleerde. Beslissingen over de aidsbestrijding in ontwikkelingslanden worden tot nu toe vooral bepaald binnen de grote internationale organisaties. De ngo’s die lokaal het werk uitvoeren kunnen tot nu toe weinig meer doen dan reageren op voorstellen als ze worden uitgenodigd door bijvoorbeeld UNAIDS, stelde Van Rooijen vast. ‘Daarom zijn we begonnen met de ICSS, om die ngo’s een volwaardige plaats te geven. Zij kunnen onder de stoeptegels kijken: wat gebeurt er echt. Neem de preventie. Dat is vaak toch weinig meer dan het uitdelen van condooms. Juist de lokale organisaties weten hoe je effectievere preventie zou kunnen implementeren.’

Buiten de landsgrenzen
Opnieuw neemt Nederland dus het voortouw bij een internationaal initiatief. Die rol past ons goed, constateert Van Rooijen. ‘Juist omdat we zo’n klein land zijn. Als de VS het initiatief tot ICSS genomen zou hebben, was Frankrijk misschien dwars gaan liggen. Nederland is voor niemand bedreigend en we zijn gewend om samen te werken. We hebben op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking sowieso een goede naam. Ze vinden ons vaak wel eigenwijs, maar we kunnen ook wat.’


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Redactioneel - Antony Oomen
   
Herziene richtlijn NVDV Soa - Pieter van Voorst Vader
   
Symposium ‘Tien jaar Combinatietherapie’ - Matthieu klein Tank
   
Vaccin tegen humaan papillomavirus goedgekeurd - Mary Hommes
   
Chlamydia-vaccin laat nog op zich wachten - Jan van Bergen
   
Campagnestrategieën: geen of een ander jasje? - I. Pertijs, F. Zimbile
   
Infolijn in beweging - Marjan Mientjes
   
Partnerruil anno 2006 - Winneke Graat
   
Interview Peter van Rooijen - Matthieu klein Tank
   
Centraal-Azië: grote ellende, kleine successen - Ivo Perijs
   
VN-top hiv/aids: (te) weinig veranderingsgezind