Jaargang 3, nummer 5 - december 2006 Terug naar home
Print versie
Vraaggesprekken met mensen met hiv: Michelle


Bertus Tempert - Soa Aids Nederland

‘Op school weten ze dat ik een auto-immuun ziekte heb, maar ze hoeven niet te weten welke naam deze ziekte heeft. Soms zitten klasgenoten zo’n krantje als Spits of Metro te lezen. Als er iets over ‘aids’ in staat, zeggen ze wel eens tegen mij: ‘Dát heb jij toch niet?’. ’Nee, natuurlijk niet’, antwoord ik dan met een grote glimlach. Er komen best veel vragen van mijn klasgenoten. Ik zit in het laatste jaar van mijn opleiding, loop stage en moet hiervoor veel reizen. Dit is zwaar en maakt dat ik soms erg moe ben en ook vaker afwezig ben dan anderen.

Bijna niemand weet dat ik hiv heb en medi-cijnen slik. Behalve natuurlijk mijn ouders en vriend heb ik het mijn beste vriendin en mijn mentor op school verteld. Alleen met die laatste heb ik negatieve ervaringen. Zelfs na de voorlichting over hiv die door een hiv-consulent gegeven werd, bleef hij erg angstig doen over mogelijke besmettingsrisico’s. Zo van: ‘wat als er ergens een druppel bloed van jou ligt en wat als we aangeklaagd worden?’ In plaats van mij te ondersteunen, heb ik meer last van hem. Daar word ik soms boos en verdrietig om. En dat maakt dat ik mijn mond houd.
Het heeft twee jaar geduurd voordat ik erachter kwam dat ik hiv heb. In die tijd werd ik alsmaar zieker en zieker. In twee maanden viel ik 15 kilo af en kon ik de haren zo uit mijn hoofd trekken. Ernstig verzwakt met een flinke PCP en een viral load van miljoenen copies kwam ik in het ziekenhuis terecht. Achteraf denken de artsen dat ik het zo lang heb volgehouden omdat ik fysiek een bijzonder goede conditie had. In die tijd las ik in de YES een verhaal van een jonge vrouw met hiv. Ik herkende veel van de symptomen die zij beschreef. Toen de artsen vroegen waar ik zelf bang voor was, heb ik dat genoemd. Zij dachten totaal niet aan hiv, want waarom zouden ze: ik kom uit een goed milieu, ben blank en heb maar één vriend gehad. Dan denk je niet zo snel aan hiv. Achteraf gezien naïef natuurlijk. Twee en een half jaar heeft die relatie geduurd. Hij is ‘m gewoon gesmeerd toen ik ziek werd, nog vóór dat duidelijk werd dat ik het om hiv ging. Ik heb ‘m nooit meer gezien.

Toen het eenmaal beter met mij ging, ben ik een hele tijd bang geweest voor seks en relaties. Ik hoef nooit meer een vriend en wil nooit meer seks, dacht ik. Als vriendinnen het over vriendjes en later kinderen krijgen hadden, zweeg ik. Langzaamaan is dat veranderd en het ging een stuk beter toen ik bij ‘The Young Ones’ terechtkwam, een groep van hiv-positieve tieners. (zie kader) Daar kon ik met andere meiden openlijk praten over seksualiteit, relaties en kinde-ren krijgen. Ik heb daar zwangere meiden ontmoet en jonge moeders met kinderen. Ik heb veel aan deze groep gehad. Onderwerpen als seks, relaties en hoe ga je om met hiv zijn heel belangrijk. Zo bespraken we het al dan niet vertellen aan je partner dat je hiv hebt. Bijvoorbeeld, wat als je het niet zegt en het condoom knapt, dan moet je het alsnog opbiechten, dat lijkt mij veel lastiger.
En…. wat geweldig is: ik heb mijn huidige partner ontmoet op een weekend van de jon-gerengroep. We hebben ruim anderhalf jaar een relatie en zijn net gaan samenwonen. Hij leeft al sinds zijn kinderjaren met hiv en hij praat er maar heel weinig over. Het is voor hem een veel minder groot issue dan voor mij. Eigenlijk vind ik dat ik in een luxe positie zit dat mijn vriend ook hiv-positief is. Hij kan zich veel beter in mijn positie ver-plaatsen en ik hoef niets uit te leggen. Ik zou veel banger zijn voor seks als mijn vriend geen hiv zou hebben. Banger dat er iets mis zou gaan met het condoom.

We hebben een goed seksleven. Hiv speelt hierin niet zo’n rol. We proberen er beiden voor te zorgen dat hiv niet de overhand krijgt, ook niet in ons seksleven. Seks is makkelijk bespreekbaar tussen ons. Juist omdat we elkaar goed begrijpen en niet bang zijn voor infectie. In het begin hebben we consequent een condoom gebruikt bij het vrijen, maar dit was voornamelijk om niet zwanger te worden. Sinds ik een spiraaltje heb laten plaatsen, zijn we laks geworden wat condoomgebruik betreft. Ja, ik wil op een gegeven moment heel graag zwanger worden. Met de medicatie die ik nu gebruik, mag je niet zwanger worden. Ik zou dan moeten switchen of tijdelijk geen medicijnen gebruiken, maar dat is van latere zorg.
Ik heb een bijzonder goed contact met mijn hiv-consulent. Ik was 19 toen ik voor het eerst bij haar kwam. Nee, ze vraagt nooit hoe het met mijn seksleven zit. Toen ik pas bij haar kwam vroeg ze wel eens of ik nog leuke jongens had gezien, maar daar bleef het bij. Maar ik heb genoeg vertrouwen in haar om problemen rond seksualiteit te bespreken als ik daar behoefte aan zou hebben.

Voordat ik ziek werd, was ik voornamelijk bezig met mooie spullen en carrière maken. Nu vind ik het belangrijkste dat het goed gaat met onze gezondheid. Ik wil graag iets betekenen voor jongeren met hiv. Ik heb nu eenmaal hiv; laat ik er dan maar iets positiefs mee doen. Je schiet er niks mee op jezelf zielig te vinden. Er heerst nog zo veel onbegrip en taboe. Daar worstel ikzelf ook mee. Aan de ene kant blijft het mijn schaamte, maar anderzijds wil ik er ook mee naar buiten treden. Zo heb ik al een paar keer een interview gegeven en heb ik op de Jongeren Conferentie in Toronto (augustus 2006, BT) gesproken. Ook was ik een van de jongeren die de openingsact hebben gedaan op het Soa Aids Congres in de RAI vorig jaar. En toen ‘The Young Ones’ op het laatste AmsterdamDiner een prijs ontvingen, heb ik gehuild van blijdschap! Dit soort dingen geven mij een kick en doen mij beseffen dat je vanuit een klote situatie ook weer sterk kunt worden.’

The Young Ones
Dankzij HAART hebben ook de meeste jongeren met hiv een redelijk normaal leven met toekomstperspectief. Wel leven ze vaak met een groot geheim. Soms zijn zelfs broers of zussen niet op de hoogte van een hiv-infectie van een familielid. De hiv-consulenten voor jongeren bemerkten dat een groot deel van hun jonge cliën-tèle zich geïsoleerd voelde en behoefte had aan onderling contact en ondersteuning. Daarom werd in 2002 door deze consulenten support-groep ‘The Young Ones’ in het leven geroepen. Speciaal voor tieners tussen 12 en 21 jaar.

Het voornaamste doel van deze jongerengroep is het doorbreken van taboes rond hiv en het tegengaan van discriminatie en uitsluiting. Een drietal keer per jaar wordt een speciale dag of een weekend georganiseerd. Behalve dat hier veel plezier wordt gemaakt, organiseert de groep workshops en discussies rond thema’s als ‘Hoe zie je jezelf?’ ‘Hoe vertel je aan iemand dat je hiv hebt?’ ‘medicatie’ en ‘stigma’. Het fav-riete onderwerp is steevast ‘seksualiteit en relaties’. Binnen deze groep voelen de jongeren zich veilig en hoeven ze hun hiv of medicijnen niet geheim te houden. Ervaringen en ideeën worden gedeeld en uitgewisseld over onderwerpen als ‘vertellen dat je hiv hebt’ en het aangaan van relaties of vriendschappen. Daarnaast is vooral voor de meiden in de groep de mogelijkheid om later eventueel zwanger te worden en kinderen te krijgen een belangrijk punt. Om in de groep hiv-positieve jonge moeders met hiv-negatieve baby’s te ontmoeten, wordt als zeer bemoedigend ervaren.

Ook participeert The Young Ones in (internationale) congressen en symposia. Om hun stem te laten horen en het taboe op jongeren met hiv te doorbreken. Tijdens het laatste Amsterdam Diner in september ontving de jongerengroep een cheque van 25.000 euro voor hun voorlichtingsactiviteiten. The Young Ones is onderdeel van de Hiv Vereniging Nederland.

top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Seksuele gezondheid van mensen met hiv - Jan van Bergen, Cor Blom
   
Hiv en seksualiteit - Rik van Lunsen
   
Huisarts en seksueel actieve hiv-patiënt - Michou Mastboom
   
Commentaar op casus 'Huisarts en seksueel actieve hiv-patiënt' - Marcel Verweij
   
Wettelijke plichten en grenzen hulpverlening mensen met hiv - Ronald Brands
   
Opsporen dubbel- en superinfecties met hiv - S. Jurriaans, M. Cornelissen
   
Soa en hiv Nederland in 2005 - E. Op de Coul, I. de Boer, A. van Sighem
   
Hiv en jongeren - Ard van Sighem
   
Van Care2Talk about Sex?! naar Dare2Talk about Sex!! - I. Shiripinda, B. Tempert
   
Waarom laat men zich al dan niet testen op hiv? - J. de Wit, P. Adam
   
Het antwoord van de preventie op de toename van onveilige seks - Matthieu klein Tank
   
Bouwstenen van preventie voor homomannen met hiv - B. Bakker, N. van Kesteren
   
Mensen met hiv: Erik & Gerard - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Thandiwe - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Steven - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Marleen - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Jurgen - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Michelle - Bertus Tempert
   
‘Positive Prevention’ in West-Europa - Mary Hommes