Jaargang 4, nummer 5 - december 2007 Terug naar home
Print versie
Bart (24) laakt de houding van deskundigen ten aanzien van herpes


'Mijn huisarts vond dat ik zeurde' 

Jolanda aan de Stegge, freelance journalist

Door wie hij precies is besmet met herpes weet Bart niet. Dat het drie jaar geleden gebeurde in een dark room staat voor hem wel vast. De houding van sommige deskundigen ten aanzien van herpes genitalis vindt hij stuitend.

Hij beschouwt zijn herpes genitalisinfectie als een combinatie van domheid en pech. Drie jaar geleden, kort na zijn coming out, stelde zijn toenmalige vriendje hem voor mee te gaan naar een dark room. Die vriend kwam daar vaker en vond dat Bart het als fresh gay ook maar eens mee moest maken.

Stom, zegt Bart achteraf. ‘Natuurlijk was ik er nieuwsgierig naar. In mijn fantasie leek het me geweldig, maar in werkelijkheid stond het me tegen. Ik was nog maar net uit de kast gekomen, wist alles over soa en vond de gedachte dat ik dat ik iets zou kunnen oplopen regelrecht beangstigend. Tegelijkertijd was ik bang dat mijn vriendje me een sukkel zou vinden. Of dat hij het misschien wel uit zou maken als ik niet mee zou gaan. Nu zou ik denken: so what? Maar toen was ik nog niet zo ver.’

Die avond gebeurde er van alles en vooral ook onbeschermd. Niet lang daarna voelde Bart zich niet lekker. Een algeheel gevoel van malaise, lichte koorts en diarree. Griep, dacht hij aanvankelijk, want dat heerste. Maar toen hij een lichte irritatie aan zijn penis voelde, die weer later overging in branderigheid, vervloog die gedachte. Een bezoek aan zijn huisarts bracht geen uitsluitsel. Een soa? Zou kunnen, zei de man, maar evengoed is het niks. Helaas manifesteerde zich twee weken later een aantal blaasjes op Barts penis. Aanvullend bloedonderzoek toonde aan dat het om herpes genitalis ging.

Het was voornamelijk irritant, zegt hij nu. Wel duurde het lang voor de blaasjes weg trokken. Eén blaasje, vlakbij het plasgaatje, bleef zelfs ruim vier maanden zitten. Lichamelijk viel het allemaal wel mee. Psychologisch had hij het er veel zwaarder mee.

‘Ik voelde me onhygiënisch, een vieze vent die niet voor zichzelf kan zorgen. Mijn behoefte aan seks was tot het nulpunt gedaald. De toekomst zag ik somber in. Ik voelde me afschuwelijk. De eerste weken heb ik geen oog dicht gedaan. Mijn familie en vrienden wisten amper een half jaar dat ik homo was, liep ik al rond met een geslachtsziekte. Bovendien een die nooit meer overgaat. Tot overmaat van ramp maakte mijn vriendje het uit. Ik kon het me niet voorstellen dat ik ooit nog een relatie zou krijgen.’

De informatie over herpes die hij aantrof op internet vrolijkte hem ook niet echt op. Op een zeker moment werd hij zo neerslachtig dat hij weer bij zijn huisarts aanklopte. Die zei onomwonden dat hij vond dat Bart zich aanstelde. ‘Man, doe normaal, je hebt toch geen aids,’ zei hij. ‘Je gaat er niet aan dood. D’r zijn wel ergere dingen in de wereld.’
Verbijsterend, vindt Bart. ‘En dat heet dan een deskundige. Zo iemand zou je dan moe-ten steunen. Dat consult heb ik als tamelijk vernederend ervaren. Wat een desinteresse en onbegrip voor het hebben van een soa. Natuurlijk is de afgelopen decennia alle aandacht naar hiv en aids gegaan. Maar er zijn nog meer niet fjjne soa. Daar ga je misschien niet dood aan, maar ze beïnvloeden wel je leven op een nare manier. Bovendien kom je er nooit meer vanaf.’

Via internet chatte Bart met andere mannen en vrouwen met herpes genitalis. Van hen hoorde hij dat deskundigen met enige regelmaat lomp kunnen reageren op herpes genitalis en andere soa. Ook verpleegkundigen bij de GGD komen wel eens bot uit de hoek. Bart doelt op reacties als: ‘Wat een gezeur. Leer er mee leven. Ik vind dat je er nogal kinderachtig mee omgaat.’ En: ‘Ben je er nou nog niet mee klaar?’
‘Van deze mensen verwacht je toch eerder begrip. Meedenken hoe het verder moet. We weten allemaal dat er ergere dingen op de wereld zijn. Maar ik vind het raar dat bij uitstek mensen die op een soa-poli werken zulke uitspraken doen. Via campagnes probeert de GGD mensen aan te sporen tot veiliger vrijen, omdat een soa erg naar is. Als je dan een soa blijkt te hebben, vind ik het een krankzinnige reactie dat je het daarmee dan niet moeilijk zou mogen hebben. Beetje tegenstrijdig is het wel.’

Ondanks alles vindt Bart dat hij zich gelukkig mag prijzen. In totaal heeft hij slechts twee keer een herpesaanval gehad. Hij denkt dat dit komt omdat hij goed voor zichzelf zorgt. ‘Ik was altijd al tamelijk gezond bezig, maar sinds ik weet dat ik herpes genitalis heb ben ik helemaal een sportfreak geworden. Ik hecht eraan dat ik er goed uitzie. Ik eet zo gezond als maar kan en alleen biologisch. Ik rook niet, en drink nauwelijks alcohol. Hiermee hoop ik mijn weerstand hoog te houden, zodat ik niet om de haverklap zo’n uitbarsting krijg. Op fora op internet lees je wel eens over mensen die vaak een aanval krijgen. Maar ja, dan schrijven ze ook dat ze onregelmatig leven, laat naar bed gaan, roken, drinken, dan denk ik: pak het dan ook wat verstandiger aan.’
Sinds een maand heeft hij weer een vriend. Lastig vond hij het moment waarop hij moest vertellen dat hij herpes heeft. Want ja, wanneer zeg je dat? De angst is altijd dat de ander onmiddellijk hard weg rent. Maar het werd hem gemakkelijk gemaakt. Zijn vriend stelde zelf de vraag: ‘Heb je een soa’ en schrok gelukkig niet van het antwoord.

‘Ik zou het verschrikkelijk vinden om hem te besmetten. Dus doen we het alleen met condoom. Maar we weten allebei dat het virus ook aan onze mond en handen kan zitten en dat je het kunt verspreiden terwijl je toch goed oplet.
Op internet zeiden mensen wel eens: “Als de ander niet voorstelt om met condoom te vrijen, nou dan niet. Ik ben niet verantwoordelijk voor hem of haar.” Ook zijn er mensen die boos zijn omdat ze zelf door iemand zijn besmet en daarom zeggen: “Hallo, die ander moet maar opletten.” Strikt genomen is dat misschien zo, maar die houding zou mij zeer bezwaren. Ik zal er alles aan doen om besmetting te voorkomen.’

De naam Bart is gefingeerd.


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 4 december 2008
Nummer 3 oktober 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Chronische soa - Jan van Bergen
   
Seksueel overdraagbare infecties: Herpes genitalis - L. Petersen, W. van der Meijden
   
Seks onder je 25e: homo- en biseksuele jongens - Hanneke de Graaf, e.a.
   
De meerwaarde van theoretische immunologie - Matthieu klein Tank
   
Preventie en curatie in soa-centra - Maja de Ree
   
Voorlichting over veilig vrijen via apotheken - L. van den Berg, M. van Tol
   
Leven met herpes - 'Ik vind het geweldig dat ik straks veertig word' - Jolanda aan de Stegge
   
Leven met herpes: 'Mijn huisarts vond dat ik zeurde' - Jolanda aan de Stegge
   
Leven met herpes: ‘Het condoom beschermt niet zo goed tegen herpes’ - Jolanda aan de Stegge
   
‘Transdnistrië is als Noordwijk in de jaren vijftig’ - Olaf Koens