Hoogleraar Harry Janssen: ‘Risicogroepenbenadering werkt niet bij hepatitis B’
Matthieu klein Tank, freelance journalist
- We moeten universele vaccinatie in Nederland snel invoeren; nu kost de identificatie van risicogroepen miljoenen
- Voor meer inzicht in hepatitis B is een zelfstandige Stichting Hepatitis B Monitoring nodig, vergelijkbaar met de Stichting Hiv Monitoring
|
In weerwil van een advies door de WHO, is in Nederland nooit universele vaccinatie tegen hepatitis B ingevoerd. Volgens Harry Janssen, hoogleraar in de hepatologie bij het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, leidt dat tot veel onnodige infecties. Meer aandacht voor hepatitis B is daarom vereist, want, zo stelt Janssen ‘hepatitis B is een zeer ernstig probleem.’
Als je naar de cijfers kijkt, lijkt hepatitis B op het eerste gezicht niet zo´n omvangrijk risico. Jaarlijks worden er maar een paar honderd acute infecties gemeld. En slechts enkele tientallen mensen overlijden als gevolg van een infectie met het virus, zo suggereren de officiële gegevens. Maar die mortaliteitsstatistieken kloppen niet, denkt Janssen. ‘Het duurt wel dertig jaar voordat je aan een chronische infectie overlijdt. In de gegevens komt dan te staan dat iemand aan leverkanker is overleden. De veroorzaker van die kanker wordt niet genoemd. De sterfte is dus veel hoger dan je op basis van die cijfers zou denken. Dit houdt deze ziekte onbekend.’
onderdiagnose Die onbekendheid leidt ook tot een grote onderdiagnose. Janssen: ‘We denken dat er in Nederland zo’n 65.000 chronische dragers van hepatitis B zijn. De meesten weten zelf niet dat ze geïnfecteerd zijn. Zo’n 25.000 mensen zouden behandeld moeten worden.’ Het testen op hiv wordt in Nederland sterk gestimuleerd om de naar schatting 6.000 mensen die nog niet weten dat ze seropositief zijn te achterhalen. Het aantal niet gediagnosticeerde dragers van hepatitis B is waarschijnlijk dus een stuk groter, veronderstelt Janssen. In zijn oratie stelde hij begin 2007 zelfs dat er meer mensen aan hepatitis B overlijden dan aan aids. Dat gold wellicht voor de eerste jaren na de introductie van de combinatietherapie, maar bekeken over een langere periode eist aids toch wel meer slachtoffers. Maar Janssen blijft erbij dat er met een grotere aandacht voor hepatitis B veel te winnen zou zijn.
risicogroepenbenadering: problematisch De WHO adviseerde al in 1992 aan alle landen om universele vaccinatie tegen hepatitis B in te voeren. De meeste landen doen dat inmiddels ook. In Europa zien behalve Nederland alleen het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen af van het advies. In ons land is gekozen voor een risicogroepenbenadering. ‘Maar dat is een kind met een waterhoofd geworden’, meent Janssen. ‘Het is heel lastig en ook nog eens duur de groepen die risico lopen te pakken te krijgen. Als je allochtonen in het kader van contactopsporing een brief stuurt kunnen ze die vaak niet lezen. Of ze vertrouwen het niet. Daar komt dan nog eens bij dat ze op dat moment zelf helemaal geen klachten hebben. Als ze geïnfecteerd zijn komt de leverkanker twintig jaar later. De respons is dus laag. Bovendien mis je altijd mensen. Vorig jaar hebben we hier bij twee vrouwen een levertransplantatie uit moeten voeren, na een acute hepatitis-B-infectie. Zij behoorden zelf niet tot een risicogroep, maar hadden in landen waar hepatitis endemisch is seksueel contact gehad. Bovendien zijn er in het huidige beleid verschillen die niet uit te leggen zijn. Zo krijgt een twaalfjarige Afrikaanse asielzoeker de vaccinatie aangeboden, maar dat geldt niet voor een kind uit dat continent dat hier komt om bij zijn ouders te gaan wonen. En iedere regionale politiecommandant mag zelf bepalen of zijn personeel wel of niet gevaccineerd wordt.’
lage prioriteit Het feit dat het nu met name om immigranten gaat, is volgens Janssen een belangrijke reden voor de lage prioriteit die hepatitis b momenteel heeft. ‘De hiv-lobby heeft het slim aangepakt, dankzij al die hoog opgeleidde homo’s die de ziekte kregen. Bij hepatitis B gaat het vooral om een populatie die afkomstig is uit het buitenland en niet zo goed voor zichzelf kan opkomen.’ Buiten de risicogroepen is de prevalentie van hepatitis B in Nederland beduidend lager dan in de meeste andere landen. ‘Maar wij zijn geen eiland’, waarschuwt Janssen. ‘Veel immigranten die naar Nederland komen hebben hepatitis B en die mengen zich hier met de rest van de bevolking. Dus zullen we vaker infecties gaan zien bij mensen die niet tot de risicogroepen behoren.’ Janssen hoopt dan ook dat universele vaccinatie in Nederland snel zal worden ingevoerd. ‘Het is een veilig vaccin, waar we inmiddels al twintig jaar ervaring mee hebben. De vaccinatie kan vele levens sparen maar is ook kosteneffectief. Het is namelijk één van de goedkoopste vaccins, in ieder geval als je het op grote schaal in gaat kopen. Een levertransplantatie kost zo twee ton, dus dat heb je snel terugverdiend. Nu kost de identificatie van risicogroepen miljoenen. Dat kan beter en goedkoper.’
compliance De vaccinatie kan volgens Janssen het beste gekoppeld worden aan het bestaande vaccinatieprogramma voor zuigelingen, hoewel kleine kinderen weinig risico lopen op hepatitis B. Janssen: ‘Kinderen kunnen het oplopen als ze met elkaar stoeien, weten we op basis van casussen uit landen waar hepatitis B endemisch is. Maar de belangrijkste reden om al zo jong te vaccineren is de compliance. Je weet dat die baby´s toch wel komen voor de vaccinatie. Dat moet je nog maar afwachten wanneer je tieners voordat ze seksueel actief worden in zou willen enten. Op het moment dat we met die vaccinatie van zuigelingen beginnen zouden we wel twaalf jaar lang alle twaalfjarigen moeten vaccineren, anders duurt het een hele tijd voor we gaan profiteren van een daling van het aantal gevallen van hepatitis B.’
kortere keten Daarnaast moet de contactopsporing beter georganiseerd worden. Dat is op de eerste plaats van belang voor de betrokkenen zelf, die dankzij tijdige behandeling minder gezondheidsschade zullen oplopen. Maar het is ook belangrijk om verdere infecties te voorkomen, aangezien mensen met chronische hepatitis B lange tijd besmettelijk blijven. Janssen: ‘Bij die contactopsporing zijn veel partijen betrokken: de GGD, de huisarts, de specialist… De communicatie tussen die partners verloopt nu niet goed. We moeten die zorgketen dus optimaliseren. In Rotterdam hebben we die keten korter gemaakt. Als de GGD iemand vindt met een acute of chronische infectie, dan is het van belang dat bijvoorbeeld de familie van de betrokkene wordt onderzocht. Standaard wordt daarom de huisarts van mensen die contact hebben met die persoon ingelicht en ze krijgen zelf een brief met het verzoek zelf contact op te nemen. Maar vaak gebeurt er vervolgens niets, omdat deze groep de weg in de zorg niet goed kent. Ook in Rotterdam wordt de huisarts geïnformeerd, maar de betrokkenen worden tevens rechtstreeks naar ons begeleid. Naar ons worden dan ook veel meer mensen verwezen dan in andere steden het geval is.’
monitoring Om meer inzicht te krijgen in hepatitis B zou Janssen graag een Stichting Hepatitis B Monitoring opzetten, vergelijkbaar met de bestaande Stichting Hiv Monitoring (SHM). De plannen ervoor bestaan al. Janssen: ‘Maar ze willen dat initiatief bij SHM aanhaken. Ik vind het jammer dat we het bij een bestaande structuur moeten inpassen, terwijl het bij hepatitis B om veel meer patiënten gaat. Dankzij zo’n organisatie zouden we veel beter in kaart kunnen brengen hoeveel patiënten er zijn. En je kunt gemakkelijker de manco’s in de zorgketen aanpakken. Bovendien krijg je een beeld van bijvoorbeeld de resistentieproblematiek. Daar moet veel geld voor komen.’ En dat zorgt ervoor dat het nog niet zo snel gerealiseerd zal zijn, weet ook Janssen. ‘Als je zegt dat je iets met hiv gaat doen, krijg je meteen geld. Gaat het om hepatitis B, dan is dat ineens een stuk moeilijker.’
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|