Jaargang 5, nummer 3 - oktober 2008 Terug naar home
Print versie
Dermato-venereoloog Henry de Vries: 'Geld moet gaan naar wie dat het hardst nodig heeft'


Jolanda aan de Stegge, freelance journalist

Een gesprek met een bevlogen arts-wetenschapper over zijn zorgen over hepatitis C en het gebrek aan geld voor soa-gerelateerde studies.

De vraag of de soa-aidsbestrijding niet veel aandacht besteedt aan homoseksuele mannen, wordt hem regelmatig gesteld. Zijn antwoord daarop is helder: ‘Hiv en soa komen in Nederland vooral voor bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Op dit moment is hiv-infectie de meest ingrijpende soa die we kennen en geld moet naar wie dat het hardst nodig heeft. Andere groepen worden overigens absoluut niet onderbelicht.’ Daarmee doelt hij onder meer op het omvangrijke chlamydiascreeningsprogramma onder ruim 300.000 jongeren en hij wijst op de beoogde invoering van HPV-vaccins in het Rijksvaccinatieprogramma.

CV Henry de Vries
Geboren 1967, Paramaribo , Suriname
1989: Afgestudeerd geneeskunde
1994: Gepromoveerd
1995: Hippocrates studieprijs
1996: Basisarts
1997: Sandoz Research Prijs
1998-2003: Specialisatie dermatologie bij prof. dr. J.D. Bos
2002-2003: Werkzaam als soa-arts op de avondpolikliniek GGD Amsterdam
2003: Werkzaam als staflid op de afdeling Dermatologie in het AMC en op de GGD soa-polikliniek in Amsterdam

Foto: Jan Carel Warffemius

vervolg niet geslaagde proef Hoezeer hij ook pleit voor projecten die zich richten op de bevordering van de seksuele volksgezondheid, ronduit vreemd vindt hij de voortzetting van het eerstelijns gezondheidsproject Sense. Dit door ZonMw ondersteunde proefproject ging in 2005 van start. Recent verscheen de door TNO uitgevoerde evaluatie. Daaruit blijkt dat de aanvankelijke doelen in de verste verte niet zijn gehaald. Het bleek moeilijk om jongeren onder de twintig te bereiken, evenals migranten en mannen die seks hebben met mannen. Vragen van Sense-bezoekers gingen vooral over soa en hiv en nauwelijks over anticonceptie en seksuele problemen. ‘Kennelijk leent een GGD-polikliniek zich niet voor seksuele hulpverlening. Wat mij verbaast is dat er ondanks alle niet gehaalde doelen toch vervolgfinanciering op tafel komt voor dit project.’
Aan het woord is dermatoloog Henry de Vries (1967). De ene helft van de week is hij werkzaam bij de Amsterdamse soa-polikliniek van de GGD, de andere helft in het Academisch Medisch Centrum (AMC). Op zijn 22ste rondde hij de doctoraalfase van zijn geneeskundestudie af. Daarna besloot hij zich niet direct op de co-schappen te storten, maar eerst onderzoek te doen, al was het maar omdat hij geneeskunde geen bijster wetenschappelijke opleiding vond. ‘Het was vooral rijtjes stampen en feitjes kennen, maar aan zelfstandig kritisch nadenken kwam je niet echt toe. Dat is nu wel verbeterd.’

op de huid gezeten Op de afdeling dermatologie van het AMC deed hij onderzoek naar wondgenezing. ‘De huid heeft mij altijd geboeid. Ieder huidbeeld kan een scala aan verschillende oorzaken hebben. Het is de kunst uit te zoeken wat de specifieke oorzaak is. Ik houd van dat speuren, dat je in een probleem kunt duiken en wordt opgeslokt door graafwerk.’
In het AMC voert De Vries ook een algemene dermatologiepraktijk. Daar ziet hij de jongere die kampt met jeugdpuistjes naast patiënten met psoriasis, eczeem en andere dermatologische klachten. Een dag per week houdt hij, samen met zijn collega Jim Zeegelaar, spreekuur voor mensen met tropische dermatologieproblemen.

soa-fascinatie en de vele facetten Als je hem vraagt wat er zo boeiend is aan seksueel overdraagbare aandoeningen, veert hij op. ‘Infectieziekten zijn razend interessant omdat er zoveel verschillende facetten aan zitten. Vaak hebben mensen meerdere soa tegelijkertijd, die met elkaar interfereren. Het hebben van een soa breekt de weerstand en dat maakt de kans groter dat iemand iets overdraagt of oploopt.’
Alles aan soa vindt hij interessant, of je het nou hebt over de medisch-biologische kant, de microbiologische of de moleculair-biologische. Om nog maar te zwijgen over het volksgezondheidsaspect. Hoe verspreidt zo’n infectieziekte zich onder een groep mensen en wat kun je daartegen doen? En dan heeft hij het nog niet gehad over het politieke tintje. ‘Het blijft een gevoelig onderwerp. In de perceptie van velen is het nog steeds een groot verschil of je een voetschimmelinfectie oploopt of een soa.’
Ook de psychosociale kant fascineert hem. Vroeger waren er mensen met een syfilofobie. Die waren zo panisch om syfilis op te lopen dat ze een psychiatrisch ziektebeeld ontwikkelden. De moderne variant daarop is de hiv-fobie. Mensen die zich al tientallen malen hebben laten testen op hiv, maar niet kunnen geloven dat ze dat niet hebben. De Vries: ‘Al vertel je ze vandaag dat er geen hiv in hun bloed is aangetroffen, toch staan ze morgen weer op de stoep.’
Daar tegenover staan de oudere homomannen van wie sommigen zich pas laten testen wanneer zij klachten krijgen. ‘Dan ben je er laat bij. Sinds de antivirale therapie is er geen reden meer je níet te laten testen op hiv wanneer je risico hebt gelopen. Het opting out-beleid vindt daarom steeds meer ingang.
Dat houdt in dat je, als vast onderdeel van een soa-screening, wordt getest op hiv tenzij je aangeeft dat je dat niet wilt. Een goede zaak, want in Nederland is dat een behandelbare infectieziekte geworden.’

de wereld in de soa-poli Meer dan 150 verschillende nationaliteiten bezoeken jaarlijks de Amsterdamse soa-polikliniek van de GGD, een dwarsdoorsnede van de inwoners van de stad. Daarnaast komen er veel mensen van buiten Amsterdam, die de voorkeur geven aan anonimiteit. Vijftien procent van de bezoekers rapporteert niet in Nederland te wonen: buitenlandse studenten, expats en toeristen. Vanwege het internationale karakter komen er in de hoofdstad ook andere soa voor dan in de rest van Nederland. Zoals Lymphogranuloma Venereum (LGV). In 2003 werd die ziekte als eerste in Rotterdam onderkend, maar daar worden de laatste jaren geen nieuwe gevallen gerapporteerd. In Amsterdam stijgt het aantal LGV-gevallen sinds 2006. Wekelijks worden twee nieuwe infecties gediagnosticeerd. Uit gezamenlijk onderzoek met San Francisco naar oude bloedmonsters bleek dat LGV al 25 jaar onder westerse homomannen voorkomt, vooral bij mensen met hiv. De Vries: ‘In de boeken staat dat LGV heftige klachten geeft, maar mensen met hiv ondervinden niet zoveel klachten. Misschien komt dat door hun afwijkende immuunsysteem, maar daardoor blijft het lang onopgemerkt. Ze gaan er niet mee naar de dokter, maar verspreiden het wel.’

samenwerkende onderzoekers In Amsterdam is de aandacht voor wetenschappelijk onderzoek op het gebied van soa en hiv al vele jaren een speerpunt. Er is betrekkelijk veel expertise opgebouwd, er zijn goede onderzoekers aangetrokken en met het AMC wordt intensief samengewerkt binnen de Academische Werkplaats Infectieziekten. Er wordt ook samengewerkt met andere instellingen. Zoals met de GGD Rotterdam en Schorer in het project ManTotMan. En op het gebied van soa-gerelateerde laboratoriumstudies is er een samenwerkingsverband met onder andere Servaas Morré van de Vrije Universiteit en het Centrum Infectieziektebestrijding.

hpv-vaccinatie Hij zat in de commissie van de Gezondheidsraad die begin dit jaar de minister adviseerde het vaccin tegen het humaan papilomavirus (HPV) op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma. HPV veroorzaakt onder meer baarmoederhalskanker en genitale wratten. Op de vraag waarom de commissie zich niet ook hard heeft gemaakt voor een vaccin dat genitale wratten voorkomt, zegt hij: ‘De opdracht aan ons luidde expliciet dat wij ons moesten buigen over de voors en tegens van het invoeren van een vaccin tegen baarmoederhalskanker. Ons is niet gevraagd een advies te formuleren over genitale wratten.’

nieuw soa-probleem Hepatitis C beschouwt hij op dit moment als een groot en nieuw soa-probleem. Uit recent onderzoek blijkt dat 15% van de hiv-positieve homomannen die de Amsterdamse polikliniek bezoekt hepatitis C heeft. Of dat samenhangt met de hiv-infectie waardoor het immuunsysteem anders reageert, is niet duidelijk. Meer dan 90% van hen wordt chronisch drager en een deel daarvan ontwikkelt levercirrose en leverkanker. Op grond van studies werd lang aangenomen dat het virus alleen werd overgedragen via intraveneus druggebruik en bloedcontact. Nieuw onderzoek, van onder meer moleculair bioloog Thijs van der Laar, laat zien dat het wel degelijk ook seksueel overdraagbaar is. Daarom screent de Amsterdamse soa-polikliniek sinds kort alle hiv-positieve mannen iedere keer ook op hepatitis C als ze zich laten nakijken.

hiv plus oncogeen hpv Een andere zorgwekkende combinatie vormen hiv en oncogeen HPV, het virus dat verantwoordelijk is voor onder meer cervixcarcinoom en anuscarcinoom. Vooral anuscarcinoom bij homomannen neemt toe. ‘Sinds de antivirale therapie blijven mensen met hiv langer leven. Als je maar goed onder zorg blijft, kun je er oud mee worden. Alleen trekken HPV-gerelateerde kankers zich niets aan van die behandeling. Mannen en vrouwen met hiv hebben driehonderd maal meer kans om anuscarcinoom te ontwikkelen dan mensen zonder hiv. Dat is schrikbarend.’
In samenwerking met de internist-infectioloog Jan Prins en arts-onderzoeker Olivier Richel van de afdeling Inwendige ziekten in het AMC doet De Vries onderzoek naar voorstadia van anuskanker bij hiv-positieve mannen en vrouwen. In de helft van de gevallen worden afwijkingen gevonden. ‘De grote vraag is: Hoe gaan we daarmee om? Wachten we af? Gaan we over op agressieve chirurgie? Schrijven we hen een zalf voor om de boel onder controle te houden. We weten nog heel veel niet.’

tekort voor huid en soa Met enige jaloezie ziet hij hoeveel geld organisaties als het Kankerfonds, de Hartstichting en Nierstichting binnenhalen. De resultaten van bijvoorbeeld het Huidfonds steken daar schril bij af. De Vries sluit niet uit dat er wat aan de PR van dermatologen schort. ‘Wellicht brengen wij niet goed over het voetlicht wat we eigenlijk doen. Psoriasis en eczeem zijn niet dodelijk en het aantal mensen dat overlijdt aan een huidziekte is niet zo groot. Alleen hebben huidproblemen wel een enorme psychische impact en is er sprake van een grote economische kostenpost, want mensen met ernstige huidaandoeningen hebben een hoog ziekteverzuim. Als je dat in geld uitdrukt wordt het een hele relevante zaak.’
Hij vindt het jammer dat het ‘zo verdomd moeilijk’ is om geld te krijgen voor soagerelateerd onderzoek. Subsidieverstrekkers beweren met enige regelmaat niet overtuigd te zijn van de relevantie van een onderzoek. ‘Ik vermoed dat dat deels te maken heeft met het taboe dat rondom soa hangt. Tot nu toe komt het meeste geld vanuit de eigen organisaties, zoals het AMC en de GGD. Zodra ik begin over anuskanker, schieten veel mensen in de lach. Terwijl dat een verschrikkelijke ziekte is, waarbij je van binnenuit wordt opgegeten en vijftig procent kans hebt om binnen de eerste twee jaar te overlijden. De teneur ten aanzien van een kanker ten gevolge van een soa lijkt soms toch meer: eigen schuld, dikke bult.’


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 4 december 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
La ‘Grande Simulatrice’ - Jim van Steenbergen
   
Ingezonden reactie: Baarmoederhalskanker, wel of geen soa?
   
Ingezonden reactie: Zweedse chlamydia trachomatis in Nederland
   
Serie soa: Syfilis
   
Risico vroege symptomatische neurosyfilis onderschat - V. Verstappen, P. van Voorst Vader
   
Kwaliteitsprofiel en visitatiereglement GGD-soa poliklinieken - Masja de Ree
   
Het Effectieve Test Counseling project - L. Kuyper, T. Heijman, E. de Feijter
   
Interview dermato-venereoloog Henry de Vries - Jolanda aan de Stegge
   
Interview dermato-venereoloog Wim van der Meijden - Jolanda aan de Stegge