Dermato-venereoloog Wim van der Meijden: 'Laten we soa beschouwen als een gewone kwaal'
Jolanda aan de Stegge, freelance journalist
De Rotterdamse founding father van de vulvapoli over het taboe rondom soa, het vaccin tegen baarmoederhalskanker en betaalde soa-zorg.
Ruim 25 jaar verkeert de Rotterdamse dermatoloog Wim van der Meijden (1949) in ‘het soa-wereldje’. Daar heeft hij zijn sporen verdiend. Sinds een half jaar werkt hij behalve in het Erasmus MC ook enkele dagen per week in het Rotterdamse Havenziekenhuis. Als perifeer dermatoloog ziet hij daar alle mogelijke huidproblemen voorbij komen. Hij ziet uit naar de verhuizing volgend jaar naar een nieuwe locatie en is tevreden over zijn overstap. ‘Dit is een gezellig ziekenhuis dat kwalitatief goede zorg verleent en een leuke directeur heeft.’ Zijn vertrek uit het Erasmus MC hangt onder andere samen met een gebrek aan mogelijkheden om daar de venereologie, en dan vooral de opleiding aan arts-assistenten, voldoende invulling te geven. Tijdens de laatste zes jaar van zijn carrière verlegt hij daarom zijn prioriteiten. In het Havenziekenhuis gaat hij een speerpunt maken van de behandeling van ectopische acne (hidradenitis suppurativa), een problematische huidziekte met ernstige ontstekingen in de oksels en liezen, die gepaard gaat met pijn, zwelling, fistelvorming en pusverlies. Van der Meijden begon in 1982 als gynaecoloog op de soa-poli van het toenmalige Dijkzigtziekenhuis. Vanwege het overschot aan gynaecologen was het destijds vrijwel onmogelijk om een reguliere gynaecologenbaan te bemachtigen. In 1987 promoveerde hij op bacteriële vaginose, een van de meest voorkomende vaginale infecties, overigens geen soa. Hij werkte drie jaar voor het aidsprogramma van de Europese Unie in Papoea Nieuw Guinea en is gespecialiseerd in genitale wratten.

CV Wim van der Meijden Geboren 1949 1982: Afgestudeerd gynaecoloog 1982-1988: Werkzaam op soa-poli van Dijkzigtziekenhuis Rotterdam 1987: Gepromoveerd op bacteriële vaginose 1988-1991: Voor het aidsprogramma van de Europese Unie naar Papoea Nieuw Guinea 1992: Afgestudeerd als dermatoloog 1998: Opening vulvapoli in Dijkzigt ziekenhuis 2008: Stapt gedeeltelijk over naar Havenziekenhuis Rotterdam
Foto: Jan Carel Warffemius
noodzaak aanwezige dermatologische deskundigheid Het baart hem zorgen dat de soa-poli van het Erasmus MC wordt overgeheveld naar de Rotterdamse GGD. ‘De rol van de dermatoloog in de soa-zorg moet behouden blijven, want diens expertise is van groot belang voor de kwaliteit van de zorg. De GGD huurt slechts één dag per week dermatologische expertise in, terwijl artsen in opleiding tot dermatoloog gedurende de volle werkweek supervisie zouden moeten krijgen. Het Erasmus MC heeft een probleem omdat hun artsen in opleiding niet goed worden begeleid en de GGD heeft een probleem omdat de dermatologische supervisie en expertise maar een klein deel van de werkweek is gegarandeerd. Ik vind dat zorgwekkend.’
pioniersplezier Van 1988 tot 1991 verbleef hij met zijn gezin in Papoea Nieuw Guinea, waar hij drie jaar werkte voor het aidsprogramma van de Europese Unie. De meest interessante tijd van zijn carrière, vindt hij, mede omdat alles nieuw was. Van het volksgezondheidsaspect en het opleiden van verpleegkundigen hoe zij een soa-polikliniek moesten runnen tot en met het eigenhandig vervaardigen van richtlijnen en gebruiksaanwijzingen. Hij zette er een surveillanceproject op bij soa-poli’s en zwangerschapsklinieken om te kunnen vaststellen hoe vaak hiv-infecties voorkwamen. ‘De situatie bleek behoorlijk problematisch. Onder de relatief kleine bevolking heersten ook zeer veel soa.’
overstap Terug in Nederland kwam hij tot de conclusie dat het “erg smal” was om als gynaecoloog uitsluitend op een soa-polikliniek te werken, zonder verloskunde en OKwerk. Van der Meijden koos daarom voor de studie dermatologie, ook in het Dijkzigtziekenhuis, onder opleider prof. dr. E. Stolz. Nadat hij zijn opleiding in 1995 afrondde, werd hij automatisch uitgeschreven uit het gynaecologenregister. ‘Je kunt je afvragen of dat terecht is, want wat ik doe op mijn vulvapoli is gynaecologie pur sang. Maar okee, zo is nou eenmaal het Nederlandse systeem.’
meer microscopisch onderzoek bij vaginale klachten In 1998 zette hij de eerste vulvapoli op in Nederland, nadat hij constateerde dat vrouwen met vaginale klachten vaak niet goed werden behandeld en er een grote behoefte bleek te bestaan aan doorverwijsmogelijkheden. Graag zou hij meewerken aan het verbeteren van de expertise van huisartsen met betrekking tot deze problematiek. Maar al te vaak krijgen vrouwen met klachten over vaginale branderigheid en jeuk ongezien een cocktail tegen schimmels en bacteriën voorgeschreven. ‘Ik zou graag zien dat huisartsen weer leren microscopisch onderzoek te doen, want de dames in kwestie hebben recht op goede diagnostiek. Dit voorkomt veel onder- en overbehandeling en onnodig lijden.’
geen twee vliegen in één klap Als het om soa gaat ziet Van der Meijden in het Havenziekenhuis vooral mensen voor screening en patiënten met uitgebreide of moeilijk te behandelen genitale wratten, veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV). Onlangs organiseerde hij een expertmeeting over de therapie en preventie van genitale wratten. Dit kwam voort uit zijn ergernis over het gebrek aan aandacht voor genitale wratten rondom de registratie van twee HPV-vaccins tegen baarmoederhalskanker. Hij vindt het spijtig dat de commissie van de Gezondheidsraad met geen woord heeft gerept over de werkzaamheid van het quadrivalente vaccin tegen genitale wratten. ‘Het kan best zijn dat de commissie de opdracht heeft gekregen zich uitsluitend te buigen over baarmoederhalskanker, maar wanneer je als professional weet welke problemen er nog meer spelen, kun je toch ook ongevraagd advies geven?’
onderschatte soa Genitale wratten komen veel voor, zegt hij. ‘Mensen lijden er vaak ernstig onder, soms moeten ze worden geopereerd, er zijn recidieven, het gaat om een met hoge kosten gepaard gaande morbiditeit. Bovendien hebben we het al gauw over 25.000 nieuwe besmettingen per jaar.’ (Ter vergelijking: Jaarlijks wordt bij 650 vrouwen in Nederland baarmoederhalskanker vastgesteld en sterven gemiddeld 250 vrouwen aan deze ziekte.) Trials laten zien dat inenting met het quadrivalente vaccin in bijna honderd procent van de gevallen bescherming biedt tegen genitale wratten, terwijl het bivalente vaccin uitsluitend baarmoederhalskanker voorkomt. Hij veronderstelt dat het een politieke keuze is om de nadruk te leggen op baarmoederhalskanker en niet op genitale wratten. ‘Ik beschouw dat als een gemiste kans. Overigens vind ik het volkomen vanzelfsprekend dat ook jongens moeten worden gevaccineerd.’
aandacht voor alle soa Tot het begin van de jaren tachtig stonden alle soa om beurten in de belangstelling. Dat veranderde na de uitbraak van hiv. Al het geld en alle aandacht gingen toen uit naar onderzoek naar aids. Van der Meijden vindt het belangrijk dat de aandacht nu weer min of meer gelijk verdeeld wordt onder alle soa. ‘We moeten ze allemaal voldoende aandacht geven, anders worden ze gemakkelijk over het hoofd gezien. Ik vind het niet verstandig om LGV en hiv-infectie er als speciale aandoeningen uit te lichten, ook al zijn de gevolgen daarvan vaak ernstiger. Het zijn gewone soa die je vooral oploopt door risicovol seksueel gedrag.’
gewone kwaal Een soa is ook maar een gewone kwaal, hoor, zegt hij enkele malen tijdens het gesprek. ‘Wanneer iemand met zijn dronken hoofd door een ruit loopt, gaat hij naar de eerste hulp, wordt gehecht en kan daarvoor zijn ziektekostenverzekering aanspreken. Dus waarom doen we nou zo moeilijk als het om soa gaat? Waarom moet die zorg dan ineens drempelvrij zijn?’ Volgens hem hoort net als alle andere zorg ook de soa-zorg thuis in het normale vergoedingensysteem. Nederland heeft een goede infrastructuur voor betaalde zorg en een van de voordelen van betaalde soa-zorg in grote ziekenhuizen is bijvoorbeeld dat er altijd dermatologische expertise voorhanden is.
laagdrempelige zorg versterkt taboe ‘Ik denk dat wij te gemakkelijk aannemen dat soa-zorg anoniem en laagdrempelig moet zijn omdat er anders niets van terecht zou komen. Maar volgens mij appelleer je juist aan dat taboe door drempelvrije soapoli’s te creëren.’ Hij is er niet bang voor dat mensen zich dan niet meer zullen laten testen, bij voorbeeld uit angst voor uitsluiting van hun verzekeringsmaatschappij. ‘Vroeger kon je geen verzekering meer afsluiten als je hiv had, maar dat is voorbij.’
drempelvrij voor beperkte populatie Hij pleit voor een gemêleerd zorgpakket met alleen drempelvrije poli’s voor een klein deel van de populatie om te voorkomen dat zij de zorg zullen vermijden. Jonge mensen willen bijvoorbeeld niet dat hun ouders erachter komen dat zij een soa-poli hebben bezocht. ‘Maar er zijn legio volwassen mensen met wisselende seksuele contacten die het geen biet kan schelen of dit via hun ziektekostenverzekering loopt of niet. Als ze maar goede, snelle zorg krijgen.’
taboe grondiger onderzoeken Als hij het voor het zeggen kreeg, kwam er een onderzoek naar het taboe op geslachtsziekten. ‘Iedereen heeft het maar over dat grote taboe. Mij lijkt het zinvol dat eens gedegen uit te zoeken, want we weten er maar zo weinig vanaf. Waar bestaat het uit, wat zijn de gevolgen ervan en hoe kunnen we het aanpakken?’
Daarnaast ziet hij graag dat huisartsen een optimale nascholing krijgen over soa. ‘De meeste van hen zijn gefocust op chlamydia. Andere soa komen weliswaar minder vaak voor, maar het is goed als zij er meer op gespitst zijn.’ Ook is hij een voorstander van een betere samenwerking tussen Amsterdamse en Rotterdamse soa-bestrijders. ‘Het Nederlandse soa-wereldje is zo klein, waarom wordt er niet wat beter samengewerkt? Naar mijn mening is het toch iets te vaak visjes afvangen. Ik vind dat jammer.’ Jaarlijks verblijft Van der Meijden twee weken in Tanzania (in Moshi, Regional Dermatological Training Centre) waar hij Oostafrikaanse dermatologen in opleiding les geeft in anogenitale pathologie: alles below the belt: huidziekten, soa, een beetje proctologie (darmziekten).
trots Zijn loopbaan vindt hij leuk en afwisselend. De enige teleurstelling is dat de leerstoel venereologie nooit voorbij is gekomen. ‘Terwijl zo’n leerstoel goed zou zijn voor het imago van de venereologie. Maar wellicht komt die er op termijn wel. Dat ik hem niet heb gekregen vind ik jammer, een beetje hoor, ik ben er niet echt ongelukkig van geworden.’ Maar wie weet, voegt hij er met enige ironie aan toe, zit er nog een buitengewone leerstoel vulvapathologie in. ‘Want ik ben de founding father van het fenomeen vulvapoli in Nederland en daar ben ik trots op.’ ■
top
|