Ton Coenen, directeur Soa Aids Nederland en Aids Fonds
'Geen tijd om genoegzaam achterover te leunen'
Jolanda aan de Stegge - freelance journalist Foto: garn.nl
- Wereldwijd wordt slechts een derde van de mensen met hiv en aids behandeld
- Het is een groot gemis dat Nederland geen samenhangend soa-, aids- en seksueel gezondheidsbeleid heeft
- Op het gebied van seksuele gezondheid van jongeren werken de Rutgers Nisso Groep en Soa Aids Nederland sinds kort samen
| Regelmatig hoort hij de opmerking dat ‘we’ in het westen tegenwoordig zoveel verder zijn met de emancipatie van homoseksuelen dan enkele decennia geleden. Graag plaatst Ton Coenen daar kanttekeningen bij, want ook in Nederland worden homoseksuelen vaker belaagd dan een tijd terug. ‘Aids- en soa-bestrijding heeft alles te maken met mensenrechten, met de status van mannen en vrouwen, met ongelijkwaardige posities van groepen mensen in de verschillende samenlevingen, maar bovenal met effectieve interventies.’
Zijn hele arbeidzame leven werkt Coenen al in de volksgezondheid. Een logische stap, na zijn studies gezondheidswetenschappen en bestuurskunde. Eerst bekleedde hij ruim elf jaar verschillende functies in de GGD-sector, waarna hij directeur werd van de Stichting soa-bestrijding. Die fuseerde onder zijn leiding in 2004 met het Aids Fonds. Sinds januari 2006 is hij directeur van zowel Soa Aids Nederland als het Aids Fonds (zie kader).
Geweldig werk, vindt hij, waarbij hij als een spin in het web zit. ‘Binnen de seksuele gezondheidzorg richten Soa Aids Nederland en het Aids Fonds zich op het voorkomen en bestrijden van hiv en soa’s, dat zijn onze prioriteiten. Het bos is groot, maar de paden die wij bewandelen zijn specifiek. Je moet dus een brede blik hebben om te weten wat er om je heen gebeurt, maar vervolgens moet je focussen en vooral niet te veel willen.’
Voormalig staatssecretaris Jet Bussemaker vond de tijd rijp voor een nieuw soa-, aidsen seksueel gezondheidsbeleid. Coenen is het hartgrondig met haar eens. Dat een dergelijk samenhangend beleid al jaren ontbreekt, vindt hij een groot gemis. Want organisaties als Soa Aids Nederland en het Aids Fonds werken hard, maar wat wil de rijksoverheid nou eigenlijk? Wat is het resultaat van alle inspanningen op dit vlak en hoe controleer je dat?
positieve economische effecten De aangekondigde bezuinigingen ziet hij als een grote bedreiging. Sowieso staat aids lager op de politieke agenda dan voorheen, want sinds er een behandeling bestaat is de aandacht ervoor verslapt. ‘Maar ondertussen wordt wereldwijd slechts een derde van de mensen met hiv en aids behandeld. Ik vind dat een schande, vooral omdat de aidsbestrijding enorm positieve economische effecten heeft. Behandelingen van mensen met hiv en aids zorgen ervoor dat zij langer kunnen werken tijdens de meest productieve jaren van hun leven. Voor de ontwikkeling van die landen is dat van groot belang.’
In westerse EU-landen speelt de soa- en hiv-problematiek vooral in homokringen en emigrantengroepen. Daar schieten, 25 jaar na het begin van de epidemie, de soacijfers omhoog. ‘Helaas hebben we het ei van Columbus nog niet gevonden. Testen is belangrijk, maar alleen daarmee red je het niet. We moeten veel meer investeren in gedragsmatige preventie en een integrale visie daarop is van groot belang. Hiv en aids bij migrantengroepen ligt complexer, omdat daar doorgaans veel meer extra problemen spelen.’
Graag zou hij ook geld en onderzoek wijden aan onderzoek naar het effect van allerlei interventies. ‘Iedereen heeft zijn mond vol van evidence based werken, maar het blijkt helemaal niet zo gemakkelijk om dat bewijs ook daadwerkelijk te leveren. Bovendien wordt er te weinig in geïnvesteerd. Ik vind dat dit anders georganiseerd moet worden, want de vraag: “Wat is nou het effect van jullie programma’s?” zal zeker in tijden van bezuinigingen steeds nadrukkelijker worden gesteld. En dus moet je weten wat het beste werkt.’ |
| Ton Coenen Roermond 1963 |
| 2006-nu |
Raad van Bestuur Soa Aids Nederland en Aids Fonds |
| 2004-‘06 |
Soa Aids Nederland, het Aids Fonds en STOP AIDS NOW! |
| 1999-2004 |
Directeur Stichting soa-bestrijding |
| 1996-‘99 |
Adjunct-directeur GGD-Nederland |
| 1988-‘96 |
GGD Alphen aan den Rijn |
| 2000 |
Bul bestuurskunde universiteit Twente |
| 1988 |
Bul gezondheidswetenschappen Maastricht |
| 2007-nu |
Cochair HIV in Europe |
| 2006-‘08 |
Cochair EU civil society Forum on HIV/AIDS |
| 2004-nu |
Bestuurslid AIDS Action Europe, Europees aidsnetwerk |
| 2004-nu |
Bestuurslid International Council of Aids Service Organisations (Icaso), mondiaal aidsnetwerk |
|
|
In de wereld van de hiv- en aidsbestrijding had men aanvankelijk alleen oog voor deze soa. Nadat de combinatietherapie in 1996 aansloeg, kwam er meer aandacht voor andere soa’s. Tegenwoordig ligt de nadruk op hiv, soa én de gehele seksuele gezondheid. Coenen reageert een beetje lauw op die verbreding, hij beschouwt het als een mode. ‘Het onderwerp seksuele gezondheid lijkt nieuw, maar dat is het niet. De afgelopen dertig jaar ging seksuele voorlichting altijd al over relatievorming, seksueel geweld, respect voor de ander en het andere. Het is een politieke keuze dat tegenwoordig te verkopen als zijnde een nieuwe ontwikkeling.’
kwetsbare groepen Als het gaat om de soa-bestrijding in Nederland pleit hij voor meer aandacht voor andere soa’s, zoals hepatitis B. Ook zou hij graag meer aandacht besteden aan risicogroepen, zoals migranten en de prostitutiesector. ‘Omdat de risico’s daar aanzienlijk zijn, zijn dat kwetsbare groepen. Tegelijkertijd betreft het lastig te bereiken gemeenschappen, dus dat vereist maatwerk.’
|
Soa Aids Nederland is het nationale kenniscentrum over soa en aids waar men zich vooral focust op het binnenland.
Het Aids Fonds, opgericht in 1985, is een private fondsenwervingorganisatie die nationale en internationale programma’s steunt, wetenschappelijk onderzoek financiert evenals de ondersteuning van mensen met hiv en aids. Zie: www.soaaids.nl en www.aidsfonds.nl |
Zowel nationaal als op Europees niveau heeft Coenen zich altijd sterk gemaakt voor screenen, testen en de vroege behandeling. Als het aan hem ligt, blijft dat een prioriteit. Daarnaast vindt hij het een absolute noodzaak een bijdrage te blijven leveren aan de seksuele ontwikkeling van jongeren. Op dat vlak hebben Soa Aids Nederland en de Rutgers Nisso Groep sinds maart van dit jaar hun programma’s samengevoegd ‘We hebben afgesproken te kijken hoe we onze programma’s kunnen optimaliseren en hoe we met behulp van elkaars expertise de dienstverlening voor het veld kunnen verbeteren. Als wij samen betere producten kunnen maken, moeten we dat zeker doen.’
Sinds de oprichting in 2004 zit hij in het bestuur van Aids Action Europe (AAE), een netwerk van aidsorganisaties op Europees gebied. De reden achter AAE was helder. Westerse landen hadden wel oog voor de hiv- en aidsproblematiek in ontwikkelingslanden, maar Oost-Europa werd aan zijn lot overgelaten, terwijl daar de aidsproblematiek steeds pregnanter werd. De noodzaak tot samenwerking binnen het westen en met het oosten groeide. De afgelopen zes jaar groeide AAE uit tot een invloedrijk netwerk tussen aidsorganisaties in de aangesloten landen. Een internetdivisie verschaft meertalige informatie over aidsprojecten in alle aangesloten landen, er worden trainingen en seminars georganiseerd en ook driftig gelobbyd.
uitgesloten van behandeling In Oost- Europa is het delen van drugsspuiten de belangrijkste besmettingsbron van hiv. Dramatisch vindt Coenen dat de regeringen daar nauwelijks iets aan preventie doen. ‘Overheden moffelen de gegevens weg. Het percentage mensen met hiv en aids dat in Oost-Europa een medische behandeling krijgt, ligt ver onder de Afrikaanse cijfers. Schandalig. Drugsgebruikers worden vaak uitgesloten van behandeling omdat ze niet als volwaardige mensen worden beschouwd. Het is een mengeling van mensenrechten die met voeten wordt getreden en verschrikkelijke discriminatie.’
Ook wordt steeds duidelijker dat het in Oost- Europa beroerd is gesteld met de rechten van homoseksuelen. Omdat de problematiek niet wordt aangepakt, schieten de besmettingscijfers omhoog. ‘En dat terwijl Oost- Europa een voorloper had kunnen zijn omdat de hiv-problematiek er pas later om zich heen greep dan in het westen. Dat is echt doodzonde. Natuurlijk kan een netwerk als AAE dat niet allemaal tegengaan, maar het is cruciaal dat we de aidsorganisaties daar ondersteunen en versterken.’
Al verschilt de hiv-problematiek overal, toch ziet Coenen vooral overeenkomsten. ‘Het virus gedraagt zich echt overal hetzelfde. De overdracht verloopt hetzelfde. Veilige en onveilige seks, de motivatie bij mensen om zich wel of niet te beschermen kent duidelijke parallellen. Een effectieve campagne werkt vaak in meerdere landen en hoeft soms alleen te worden aangepast aan de specifieke context. Helaas beschikken lang niet alle landen over de benodigde middelen.’
Voorlopig zijn we nog niet van de hiv- en soa-problematiek af, zegt hij cynisch. ‘Het is een realiteit dat na een hoogtijperiode de aandacht voor een onderwerp weer verslapt, maar bij dit soort onderwerpen mag je nooit genoegzaam achterover leunen.’
top
|
| zoeken |
|
|
| SEKSOA |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|