Afscheid van een ingewijde buitenstaander
Rob Vlasblom: ‘Onleesbare teksten ontsluiten voor de lezer’
Jolanda aan de Stegge - freelance journalist
 Foto: Truus van Gog
Na 25 jaar gaat Rob Vlasblom, eindredacteur en auteur van Seksoa Magazine, met pensioen. ‘Ik kwam voor het ambachtelijke redactiewerk, maar bleef vanwege het onderwerp.’
Vooraf en na afloop van het interview stuurt hij vier mails en vijf pagina’s vol overdenkingen. Ingrediënten genoeg voor een volledig krantenkatern. Over geslachtsziekten en soa’s, Michel Foucault en Susan Sontag, schuld en boete, zijn werk en de ontwikkelingen in de wereld van hiv en aids die hij meemaakte in de 25 jaar die hij werkte als eindredacteur van successievelijk het SOA-bulletin, Soa Aids Magazine en Seksoa Magazine. Ziet de man achter de schermen er tegenop nu zelf te worden ondervraagd? Rob Vlasblom (Schiedam, 1946) moet er om grinniken. ‘Ach nee, die aantekeningen zijn bedoeld om mezelf te kanaliseren, niet om jou te sturen.’ Maar in de laatste begeleidende mail staat toch vrij dringend dat hij een en ander ‘graag in de tekst zou terugzien.’
Behept met een onbegrensde nieuwsgierigheid sloot Vlasblom zich al op zijn zestiende aan bij verschillende religieus en filosofisch georiënteerde clubjes, zoekend naar antwoorden op levensvragen. De christelijke visies op schuld en boete die hij toen op het spoor kwam, hebben hem altijd gefascineerd. Tijdens zijn studies (politieke en sociale wetenschappen en doctoraal filosofie en didactiek van de filosofie aan de Universiteit van Amsterdam) en in zijn werk als leerkracht en redacteur, kwam hij er telkens weer mee in aanraking.
schuld en boete ‘Zeker als het gaat over seksualiteit zijn schuld, schaamte, schande, boete en straf niet ver weg. Onveilig vrijen, een soa oplopen of aan iemand overdragen, is omgeven met gevoelens van schuld. Dat doet de buitenwereld met al haar oordelen, maar wie een soa oploopt krijgt ook te maken met taboes in zichzelf. Je hebt verantwoordelijkheden ten opzichte van jezelf en je medemens en dat brengt bepaalde verplichtingen met zich mee. Wie zich daar niet aan houdt, laadt schuld op zich. Schuld in de zin van boete doen voor iets wat je verkeerd hebt gedaan.’ Het woord boeten komt uit de visserij. Vlasblom houdt van etymologie, het achterhalen van woordbetekenissen. ‘Vissers moesten hun kapotte netten boeten, repareren, een rotklus. Wie een soa oploopt, wordt ook met boete geconfronteerd. Die moet op volksgezondheidsniveau proberen dingen te herstellen: meewerken aan partnerwaarschuwing, openhartig en direct zijn. Daarbij gaat het niet om straffen, maar om oplossen en ik ben een groot voorstander van het zoeken naar oplossingen.’
pragmatisch en liberaal Ook daarom voelt hij zich thuis bij Soa Aids Nederland (SANL) met haar pragmatische, liberale visie op seksueel gedrag. ‘Ik vind het belangrijk dat mensen binnen de wet verschillende vormen van seksueel gedrag kunnen vertonen. Leef het leven, zeur niet, neem de vrijheid en geef ook anderen de vrijheid om risico te lopen in het onderlinge verkeer, ook in de seksualiteit.’
Toen hij nog als filosofiedocent in het onderwijs werkte, wilde hij daar graag redactioneel werk naast doen. In 1986 solliciteerde hij daarom naar de functie van redacteur bij de Stichting soa-bestrijding in Utrecht. Met soa’s en hiv had hij niks, met journalistiek en teksten des te meer.
Hij geniet ervan om van de soms onleesbare wetenschappelijke teksten die hij aangeleverd krijgt een begrijpelijk verhaal te maken. Medisch jargon vertalen, structuur aanbrengen, na het nodige gepuzzel een tekst ontsluiten voor een groter publiek. Regelmatig worden er gegevens bij hem gedumpt, met de begeleidende tekst: Maak er maar een verhaal van. ‘Als iemand vervolgens laat weten dat het een zinnig en begrijpelijk artikel is geworden, aanvaard ik zo’n compliment in dank.’
Aanvankelijk had hij nauwelijks enige notie van soa’s, maar zijn kennis groeide gestaag. Al snel raakte hij gebiologeerd door het onderwerp. ‘Ik wist niet dat soa’s zo boeiend waren. Ik kwam voor het ambachtelijke redactiewerk, maar bleef vanwege het onderwerp.’ Want de artikelen die Vlasblom uitzet en redigeert, gaan over alle facetten die seksualiteit en soa’s met zich meebrengen: medisch-technisch, sociaal-psychologisch, maatschappelijk, politiek, ethisch en filosofisch. Het multidisciplinaire karakter van het werk spreekt hem aan, want gaandeweg dijde het aantal beroepsgroepen in de redactie steeds verder uit. Een ontwikkeling die gelijke tred hield met de ontwikkeling van de soa’s.
een brede blik Waren begin jaren tachtig geslachtsziekten nog vooral het domein van de dermatoloog die zich bezighield met de aangedane huid op en bij de genitaliën, met de komst van hiv breidde zich die groep uit met internisten, gynaecologen, verloskundigen, oncologen en sociale wetenschappers. In verband met preventiecampagnes werden er ook communicatiedeskundigen bijgehaald. Razend interessant vindt Vlasblom, want al die verschillende gezichtspunten verbreden de blik.
Als het aan hem had gelegen, waren er ook artikelen gepubliceerd die ingaan op de psychosomatische kant van soa’s. De directe invloed van de psyche op een ziekte vindt hij boeiend. ‘Hoe kan het dat de een wel geïnfecteerd raakt na onveilig vrijen met iemand die een soa heeft en de ander niet? Waarom ondervindt de een veel last van een soa, terwijl de ander daar zijn schouders over ophaalt? Van herpes is bekend dat stress een belangrijke invloed kan hebben op de aard en omvang van de klachten. Bij andere soa’s is zoiets, voor zover ik weet, nooit goed onderzocht.’ Hij begrijpt dat psychosomatische onderzoeken complexer zijn dan puur klinische, maar vindt het vreemd dat het onderwerp wordt genegeerd.
onder water Hij vindt het indrukwekkend wat er dankzij natuurwetenschappelijk onderzoek allemaal is bereikt, zoals hiv-remmers. Toch zou hij graag de motieven van mensen om onveilig te vrijen scherper onderzocht zien. Ook uitkomsten van methodisch grondig aangepakte gedragswetenschappelijke onderzoeken blijven hem te vaak aan de oppervlakte hangen en geven maar weinig prijs van de werkelijke beweegredenen waarom mensen bij voorbeeld onveilig vrijen. ‘Onderzoekers zijn weleens geneigd te overschatten wat zij boven water krijgen, maar er blijft ook heel veel onder water. Diepte-interviews met betrokkenen zouden kunnen blootleggen waarom iemand bij de ene partner wél en bij de ander géén condoomgebruik zal voorstellen. Zo zou je scherper kunnen analyseren welke rol de machtsverhouding bij een bepaald contact speelt. Als mensen doorzien hoe dat werkt, wordt het misschien gemakkelijker om veilig te vrijen.’
De afgelopen 25 jaar is hij veel vrijer geworden. Aanvankelijk imponeerden de medisch specialisten hem nogal met hun kennis over dingen waarvan hij veel niet begreep, maar met zijn kennis groeide ook zijn lef om het werk naar eigen inzicht in te vullen. Bovendien werd hij zich bewust van zijn kracht als bruggenbouwer, iets wat vroeger minder uit de verf kwam. ‘Terwijl het natuurlijk allemaal draait om samenwerken.’
Hij was dan ook een warm pleitbezorger van de fusie in 2004 van de Stichting soa-bestrijding met het Aids Fonds en Stop Aids Now! in de werkmaatschappij Soa Aids Nederland, met anno 2011 zo’n 120 medewerkers. De samenwerking die dat tot gevolg had, vond hij een verademing, al was het nadeel dat hij minder in zijn eentje kon beslissen.
Officieel is hij al een half jaar uit dienst, weg is hij nog niet. Mogelijk blijft hij ook in 2012 verbonden aan Seksoa Magazine, dat voorlopig in print blijft verschijnen. Als zijn werk er over afzienbare tijd definitief op zit, stort hij zich maar al te graag op de beeldende kunst, want gedurende twintig jaar runde hij met zijn ega een galerie in Arnhem. En op zingen, véél zingen, want als bas in meerdere koren is dat zijn lust en zijn leven.
top
|
| zoeken |
|
|
| SEKSOA |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|