Het bevorderen van hiv-testen: Queermasters
Jochen Mikolajczak - Onderzoeker, TNO Kwaliteit van Leven (Preventie en Zorg)
Meer homo- en biseksuele mannen zouden zich moeten laten testen op hiv. In zijn proefschrift beschrijft Jochen Mikolajczak onderzoek rondom de systematische ontwikkeling én evaluatie van een online interventie met als doel meer mannen te motiveren tot een hiv-test. De interventie kreeg de naam Queermasters.
In Nederland zijn vooral homo- en biseksuele mannen zwaar getroffen door de hivepidemie. In 2007 werd ruim tweederde van de nieuwe hiv-infecties vastgesteld bij mannen uit deze risicogroep. Sinds halverwege de jaren tachtig kan een hiv-test uitwijzen of iemand wel of niet geïnfecteerd is. Door het ontbreken van een afdoende behandeling, maar ook door grote onduidelijkheid over de psychosociale consequenties van een hiv-positieve testuitslag én het effect van een hiv-test op seksueel risicogedrag, werd het testen afgeraden. In veel Westerse landen werd dit ontmoedigen van een hiv-test aan het begin van de jaren negentig, mede als gevolg van de introductie van de eerste beloftevolle (AZT)-behandelingen gewijzigd. In Nederland bleef het ontmoedigingsbeleid echter van kracht, wat mede verklaart waarom het percentage op hiv geteste homoen biseksuele mannen hier veel lager lag (en ligt) dan in andere Westerse landen.
actiever testen De omslag in het Nederlandse hiv-testbeleid kwam aan het eind van de jaren negentig, toen Highly Active AntiRetroviral Therapy (HAART) beschikbaar kwam. Een eerste aanzet tot een beleidswijziging kwam in 1999 van de Gezondheidsraad. Die adviseerde om de hiv-test, in het licht van de beschikbaarheid van HAART en de duidelijkheid rondom het effect op seksueel risicogedrag, actief te bevorderen onder risicogroepen. Later werd dit advies overgenomen door het Ministerie van VWS. Als gevolg van deze omslag, en in het licht van het lage percentage op hiv geteste mannen in Nederland, ontstond behoefte aan effectieve interventies om homo- en biseksuele mannen te motiveren tot het doen van een hiv-test. Als meer mannen zich vroegtijdig lieten testen, zouden hiv-positieve mannen zich sneller en adequater kunnen laten behandelen én konden hiv-positieve en hiv-negatieve mannen beter geïnformeerd voorzorgsmaatregelen nemen om verdere verspreiding van hiv te voorkomen.
Mijn proefschrift, getiteld ‘Promoting HIVtesting among MSM in the Netherlands: the systematic development of an online HIV-prevention intervention’ beschrijft het onderzoek rondom de planmatige en systematische ontwikkeling van een online hiv-preventie interventie, gericht op het bevorderen van hiv-testen onder homo- en biseksuele mannen in Nederland. Aan de hand van het Intervention Mapping protocol, werd op basis van beschikbare onderzoeksresultaten en theorie over gedrag(sverandering) de ontwikkeling van de interventie gerealiseerd. Daarnaast is onder homo- en biseksuele mannen in Nederland aan de hand van een kleinschalige interviewstudie en een grootschalige vragenlijststudie via het Internet, aanvullende informatie verzameld over het doen van een hiv-test én de psychosociale determinanten daarvan.
Op basis van deze gegevens werd vervolgens een interactieve online interventie – genaamd Queermasters – ontwikkeld voor mannen uit de doelgroep. Queermasters bestond uit een spetterende interactieve spelshow, waarin deelnemende mannen hun favoriete quizmaster konden kiezen, pittige vragen over hiv en seks moesten beantwoorden, en een aantrekkelijke assistent langzaam uit de kleren zagen gaan. Daarnaast werden verschillende zorgvuldig geselecteerde methoden ingezet, om deelnemende mannen te motiveren tot een hiv-test via een zogenoemde Sexual Health Checkup (een test op hiv-infectie en de vijf andere meest voorkomende soa onder homo- en biseksuele mannen). De ingezette methoden waren er op gericht om onder de deelnemende mannen aan Queermasters een positieve houding ten aanzien van het laten doen van een Checkup te bewerkstelligen en om hun kennis hieromtrent bij te spijkeren. Ook werd aan de hand van het virtuele mannenpubliek in de zaal, dat zich in verschillende spelrondes mocht uitspreken over het eigen testgedrag en opvattingen over het doen van een Checkup, getracht om de deelnemer ervan te overtuigen dat een Checkup breed geaccepteerd is onder homo- en biseksuele mannen in Nederland. In tegenstelling tot een bestaande online interventie, die eveneens gericht is op het motiveren van homoen biseksuele mannen tot een hiv-test, maakte Queermasters expliciet geen gebruik van risicocommunicatie.
geen risicocommunicatie Zowel uit de interviewstudie als uit de vragenlijststudie (zie boven) bleek dat risico’s op hiv-infectie, voornamelijk door mannen die in het verleden risico hadden gelopen, actief werden weggeredeneerd. Gezien deze defensieve reactie is het inzetten van risicocommunicatie waarschijnlijk minder effectief voor het motiveren van mannen om zich te laten testen. Om na te gaan of Queermasters daadwerkelijk een effectieve interventie is, en leidt een hogere motivatie om te testen én tot meer testgedrag onder de deelnemende mannen, werd door middel van een online Randomized Controlled Trial een vergelijking gemaakt met bovengenoemde interventie. Uit dit onderzoek bleek dat Queermasters er significant beter in slaagde om mannen te motiveren tot het doen van een test. De eerste stap op weg naar gedragsverandering, een voldoende motivatie om het gedrag uit te gaan voeren, bleek duidelijk gezet. Bovendien bleek risicocommunicatie het inderdaad significant minder goed te doen, wat betreft het motiveren van mannen om zich te laten testen, dan de methoden die in Queermasters werden toegepast. Enigszins teleurstellend was dan ook de bevinding dat drie maanden na deelname aan de interventies over het algemeen weinig deelnemende mannen zich hadden laten testen op hiv, en dat hierbij bovendien geen verschil meer was tussen de beide interventies. Queermasters was er dus niet beter dan de bestaande interventie in geslaagd om mannen een hivtest te laten doen.
Ondanks het uitblijven van een gedragseffect, heeft het onderzoek naar de ontwikkeling van de interventie én de evaluatie ervan veel waardevolle kennis opgeleverd. Deze kennis kan in toekomstige hiv-preventieactiviteiten onder homo- en biseksuele mannen in Nederland worden gebruikt. Bovendien vormen onbeantwoorde vragen, waaronder de relatie tussen motivatie en gedrag, aanleiding voor meer onderzoek. Zo levert het in mijn proefschrift beschreven werk een bescheiden bijdrage aan de strijd tegen hiv en aids in Nederland.
Een digitale versie van het proefschrift vindt u hier.
top
|