Promotieonderzoek: Soa- en hiv-preventie bij mannen die seks hebben met mannen De beschermende werking van vrees
Recensie door: Antony Oomen Internationaal onderzoek toont samenhang tussen de toename van risicovolle sekscontacten bij mannen die seks hebben met mannen (MSM, een begrip dat niet samenvalt met het westerse 'homo- en biseksuele mannen'), het succes van de antiretrovirale hiv-therapie en de beschikbaarheid van postexpositie-profylaxe (PEP). Zo is in de Amsterdamse Cohort Studies recent een verband gezien tussen een verschuiving naar onbeschermd receptief anaal contact en een minder ernstig ervaren hiv/aidsdreiging ten gevolge van behandelmogelijkheden: het zogeheten 'behandeloptimisme'. In het Rotterdamse promotieonderzoek van Eric van der Snoek, waar trouwens niet is gekeken naar zelfgerapporteerde onbeschermde seks maar naar soa- en hiv-diagnoses, is dit verband opnieuw bevestigd. Het verleidt Van der Snoek tot de vijfde - raadselachtige - stelling bij zijn proefschrift STDs and HIV infection in men who have sex with men (Rotterdam, 2004): 'Een hiv-infectie bedreigend vinden, beschermt tegen het oplopen van een soa. Andersom blijkt dit niet het geval.'
Vanaf 1999 onderzocht Van der Snoek in een Rotterdams homocohort (ROHOCO) de cumulatieve incidentie van soa en hiv onder MSM, in relatie tot daarmee samenhangende gedragskenmerken. Daarbij keek hij naar opvattingen over antiretrovirale hiv-behandeling en PEP, kennis over overdracht van soa en hiv, de ingeschatte ernst van soa en hiv en de ingeschatte bevattelijkheid ervoor. Er werden 286 mannen in het cohort opgenomen, waarvan het overgrote deel uit Rotterdam en omstreken (77%) en zelfbenoemd homoseksueel (88%). 276 deelnemers waren bij aanvang seronegatief. Opmerkelijk maar weinig verrassend is het feit dat bij het eerste bezoek aan de soa-poli 40% van de deelnemers niet eerder op hiv was getest; 43% meende nooit een soa te hebben gehad en 26% had antistoffen tegen hepatitis-B.
In een vergelijking tussen groepen MSM die de soa-poli bezochten en de deelnemers aan het cohort blijkt dat de laatste groep gemiddeld ouder was, meer uit autochtone Nederlanders bestond en in de laatste zes maanden meer sekspartners had gehad. Daarentegen werden juist in de eerste groep meer nieuwe hiv-infecties gezien, wat voor een groot deel samenhing met een allochtone achtergrond. In het cohort bleek de kennis over hiv hoog en ook aanmerkelijk hoger dan de kennis over soa. Niettemin was er in veertien gevallen sprake van seroconversie en werden bij 40% van de deelnemers gedurende de onderzoeksperiode één of meer soa vastgesteld. Opmerkelijk: een hoger ervaren ernst van een hiv-infectie gaf een bijna significante bescherming tegen soa terwijl veel kennis over soa en hiv niet bleek samen te hangen met een geringere kans op een soa of hiv-infectie. In het licht van deze vaststelling doet de aanbeveling van de auteur om MSM gedegen te (blijven) informeren over antiretrovirale hiv-therapie en PEP toch eigenaardig aan. Niet kennis maar vrees lijkt een goede preventieve raadgever.
top
|