Eerste Monitoronderzoek Amsterdam
Resultaten van nieuw onderzoek naar seksueel en hiv-testgedrag van homo- en biseksuele mannen in Amsterdam
Wim Zuilhof, senior medewerker hiv/soa-preventie Schorer Stichting Tobias Dörfler, medewerker hiv/soa-preventie Schorer Stichting Harm Hospers, senior onderzoeker Faculteit der Psychologie Universiteit Maastricht In november 2004 zijn de resultaten van het eerste Monitoronderzoek Amsterdam gepresenteerd. Het betreft hier een representatieve steekproef onder homo- en biseksuele mannen die gebruik maken van de Amsterdamse homo-infrastructuur. Er zijn gegevens verzameld over seksueel gedrag, hiv-testgedrag, opvattingen over veilig vrijen en uitgaansgedrag. Deze informatie is van groot belang voor beleid gericht op hiv/soa-preventie onder homo- en biseksuele mannen in Amsterdam. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Schorer Stichting in samenwerking met de Universiteit Maastricht.
Methode Zeventien vrijwilligers deelden voor dit onderzoek 886 vragenlijsten uit op homo-ontmoetingsplaatsen zoals banen, cafés, het COC, sportverenigingen en disco's. Hiervan zijn er 482 (55%) ingevuld en teruggestuurd naar Schorer.Van deze respondenten was 20% jonger dan 30 en 3% was biseksueel. Van de respondenten had 17% een niet-Nederlandse achtergrond, overwegend uit andere westerse landen. Het merendeel van de respondenten heeft een hogere opleiding genoten (69% HBO of universiteit). De gegevens uit de geretourneerde vragenlijsten werden door de Universiteit Maastricht geanalyseerd en gerapporteerd. Ze werden tevens vergeleken met die van het tweede landelijke Monitoronderzoek uit 2003.1
Resultaten
Seksuele geschiedenis De gemiddelde leeftijd waarop men de eerste seksuele ervaring met een man had was 18,6 jaar (mediaan: 18 jaar). Het overgrote deel van de respondenten, 94%, heeft wel eens anale seks gehad. Dit is 5% meer dan bij het tweede landelijke Monitoronderzoek uit 2003 (waarin geen respondenten uit Amsterdam waren opgenomen). De gemiddelde leeftijd van de eerste anale seks was 22,6 jaar (mediaan: 21 jaar). De overgrote meerderheid was open over de homoseksuele voorkeur. De meeste mannen hadden hun coming out voor of in het twintigste levensjaar (gemiddelde: 20,2 jaar).
Soa en hiv Het aantal mannen dat wel eens een soa (anders dan hiv-infectie) heeft opgelopen was hoog. Zestig procent rapporteerde ooit een virale of bacteriële soa te hebben gehad. Dat is bijna twee keer zo veel als in het tweede landelijke Monitoronderzoek. Van alle respondenten heeft 71% zich één of meer keren op hiv laten testen. Dat is aanzienlijk meer dan in het tweede landelijke Monitoronderzoek (54%). Gemiddeld had men in totaal 4,0 testen laten uitvoeren (mediaan: 2; range 1-65). Van mannen met een open relatie was 70% ooit op hiv getest; bij mannen met uitsluitend losse partners was dit 71%. De meest genoemde redenen om zich te laten testen waren: 1. onveilige seks gehad; 2. ter geruststelling; 3. klachten of ziekteverschijnselen en 4. de wens om onbeschermde seks met de vaste partner te hebben. Ruim de helft van de mannen die nog nooit op hiv waren getest had hier bewust voor gekozen. Als belangrijkste redenen om zich niet te laten testen werden genoemd: 1. angst voor een positieve uitslag en 2. de inschatting geen risico’s van hiv te hebben gelopen. Bijna de helft van de geteste mannen heeft de test bij de GG&GD laten uitvoeren en bijna één op de drie bij de huisarts. De resterende groep heeft de testen veelal in een ziekenhuis laten afnemen. Via Checkpoint (het sneltestspreekuur van de Hiv Vereniging) liet 3% zicht testen. Drie op de vier mannen met een negatieve testuitslag gaven aan dat bij hen geen of slechts een beperkte pretest-counseling plaatsvond en vier op de vijf meldden geen of slechts een beperkte posttest-counseling.
Hiv-positief Van alle op hiv geteste mannen was 22% hiv-positief (N=73). Ruim de helft (59%) kreeg hun hiv-positieve uitslag in een persoonlijk gesprek, waarin uitgebreid werd ingegaan op de gevolgen van de uitslag, 24% kreeg de positieve uitslag in een gesprek waarin de gevolgen niet of beperkt aan bod kwamen, aan 17% werd de uitslag via de telefoon medegedeeld. De meeste hiv-positieve mannen waren tussen de 31 en 50 jaar oud (gemiddeld: 43,2 jaar). Zij informeren vooral vrienden en vaste partners over hun hiv-status. Ongeveer 10% licht altijd hun sekspartners in over de hiv-status, één op de zes doet dit nooit. Hiv-negatieve mannen en mannen die nooit getest zijn vinden dat hiv-positieve mannen een grotere verantwoordelijkheid hebben voor veilige seks. Zij zouden het goed vinden als hiv-positieve mannen hun hiv-status van tevoren aan sekspartners vertellen. Ook hiv-positieve mannen vinden dat zij een grotere verantwoordelijkheid hebben voor het veilig houden van seks. Ze menen echter ook meer kans op seks te hebben als ze hun hiv-status verzwijgen. Vergeleken met niet-geteste en hiv-negatieve mannen rapporteren hiv-positieve mannen beduidend vaker moeite met veilig vrijen te hebben. Zij gebruiken vaker drugs tijdens de seks zoals poppers, hasj, XTC, cocaïne en GHB.2
Relatiepatronen 40% van de mannen heeft in de zes maanden voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst uitsluitend losse partners. Dat is bijna evenveel als de groep die losse partners naast een vaste relatie heeft (42%). Meer dan de helft van de respondenten rapporteerde meer dan 100 sekspartners gedurende hun leven te hebben gehad. Deze gegevens wijzen op relatiepatronen die verschillen met die van het tweede landelijke Monitoronderzoek. Vooral de groep die uitsluitend vaste partners rapporteerde is aanzienlijk kleiner in Amsterdam en het aantal sekspartners gedurende het hele leven is groter.
Vaste partners Van alle respondenten heeft 56% in de voorafgaande zes maanden een vaste partner. De gemiddelde duur van deze relaties was 7,3 jaar. Een kleine groep mannen (9%) heeft géén seks met de vaste partners, één op de vier mannen heeft met deze partner uitsluitend andere seks dan anale seks. Driekwart van de mannen die met hun vaste partner anale seks hadden, rapporteerde inconsequent condoomgebruik (identiek aan het tweede landelijke Monitoronderzoek). Ongeveer éénderde van de mannen is min of meer onbewust gestopt met condooms, terwijl ruim de helft pas na het laten uitvoeren van een hiv-test is gestopt. Van de hele groep mannen die met hun vaste partner seks hadden, rapporteerde 57% onbeschermde anale seks en/of klaarkomen in de mond, 6% minder dan bij het tweede landelijke Monitoronderzoek. Ruim vier van de vijf mannen met een vaste relatie meldden dat zij met hun partner afspraken over seks met andere mannen hadden gemaakt. Niet iedereen kwam deze afspraken vervolgens na. Van bijvoorbeeld de mannen die de afspraak hadden dat ze geen anale seks met anderen konden hebben, heeft 29% niettemin anale seks buiten de relatie gehad. Op de vraag of de mannen met afspraken over seks met anderen het aan hun vaste partner zouden vertellen als zij deze niet zouden nakomen, antwoordde 29% dat zij dit misschien niet of zeker niet zouden vertellen.
Losse contacten Meer mannen dan in het tweede landelijke Monitoronderzoeken meldden in de voorgaande zes maanden seks te hebben gehad met een losse partner (82% vs. 70%). Gemiddeld had men in de voorgaande zes maanden bijna 20 partners. Het aantal mannen dat anale seks had met losse contacten was 72%, waarvan bijna tweederde rapporteerde altijd een condoom te hebben gebruikt. Van de gehele groep respondenten met losse contacten rapporteerde 35% onbeschermde anale seks en/of klaarkomen in de mond, 7% meer dan in het tweede landelijke Monitoronderzoek. Van de gehele groep met losse contacten had 28% in de voorafgaande zes maanden één of meer keer onbeschermde anale seks met een losse partner gehad. Het percentage onbeschermde anale seks met losse contacten in dit onderzoek is weliswaar hoger dan in het landelijke Monitoronderzoek 2003 (28% vs. 21%), maar niet significant hoger als gecontroleerd wordt voor verschillen in leeftijd en hiv-status tussen beide steekproeven.
Onveilige anale seks met losse contacten De groep die onbeschermde anale seks met losse contacten heeft gerapporteerd is verder onderzocht naar voorspellers van onbeschermde anale seks. Een groter percentage onbeschermde anale seks werd gevonden bij mannen zonder vaste partner (31%), bij mannen die sekspartners in darkrooms zoeken (38%), bij hiv-positieve mannen (54%) en bij GHB-gebruikers (62%). Van de mannen die hoger scoorden dan de mediaan op het item ‘Moeite met veilig vrijen’ had ook een hoger percentage onbeschermde anale seks (48%). Andere variabelen waren niet significant gerelateerd aan onbeschermde anale seks. Opmerkelijk is dat van de mannen die onveilige seks met losse partners rapporteerden 43% zijn seksgedrag als veilig of heel veilig beoordeelde.
Conclusies en aanbevelingen De uit het Monitoronderzoek verkregen gegevens kunnen niet worden gegeneraliseerd voor alle homo- en biseksuele mannen in Amsterdam, omdat slechts op ontmoetingsplaatsen is geworven. Ook moet worden gewaakt voor een ongenuanceerde interpretatie van de resultaten. Zo kan de verkregen informatie over het seksgedrag van mannen met hiv wijzen op zowel risicogedrag van een specifieke groep homomannen, op andere afwegingen die mannen met hiv maken betreffende condoomgebruik met sekspartners, als op vormen van zogenoemde ‘seroselectie’. Wel wijzen de uitkomsten op de noodzaak van meer specifieke preventieactiviteiten voor subgroepen als mannen met hiv en rond thema’s als veilige seks in relaties en druggebruik.
De geconstateerde discrepantie tussen de feitelijke en de vermeende veiligheid van het eigen seksgedrag van veel mannen moet ook de komende jaren een belangrijk thema voor de homo-hiv-preventie zijn. Schriftelijke informatie, ‘tailored’ interventies op internet en individuele ‘face to face’ interventies kunnen bijdragen aan meer realistische persoonlijke risico-inschattingen van deze mannen. De prevalenties van soa en hiv zijn in de onderzochte groep hoog. Dit lijkt samen te gaan met een grote bereidheid bij mannen in deze groep om zich op hiv te laten testen, zich op soa te laten controleren en behandelen en zich tegen hepatitis-B te laten vaccineren. Deze omstandigheid biedt uitgelezen mogelijkheden voor acties waarin de preventieve en curatieve soa-bestrijding samenwerken voor betere uitkomsten. Gezien de ervaringen van de respondenten met hiv-testcounseling dient er daarbij speciale aandacht te zijn voor effectievere vormen van counseling.
Het eindrapport is tegen portokosten te bestellen bij Switchboard, e-mail: helpdesk@switchboard.nl of telefoon: 020 - 623 65 65 (dagelijks 12-20 uur). Kijk voor meer informatie over de Monitoronderzoeken op www.monitoronderzoekonline.nl of neem contact op met Wim Zuilhof, e-mail: w.zuilhof@schorernet.nl of telefoon: 020 573 94 44.
- Hospers HJ, Dörfler TT, Zuilhof W. (2003). Monitoronderzoek 2003. Amsterdam: Schorerstichting.
- 'GHB staat voor gamma-hydroxyboterzuur. De stof dempt de werking van de hersenen en zorgt voor euforie. GHB komt van nature voor in het lichaam. In sommige landen is GHB geregistreerd als geneesmiddel, vooral voor het totstandbrengen van narcose. … GHB wordt [in Nederland] in hoofdzaak voor recreatieve doeleinden gebruikt. De drug heeft negatieve publiciteit gekregen door meldingen van acute gezondheidsproblemen, sterfgevallen en verkrachtingen ("rape-drug"). Er zijn signalen dat de populariteit van GHB toeneemt' (Bron: www.trimbos.nl/default889.html, 15.11.2004).
top
|