Toegekende onderzoeksprojecten subsidieronde 2005
Sam Gobin, Beleidsmedewerker wetenschappelijk onderzoek Soa Aids Nederland
Nederlands aidsonderzoek levert internationaal een belangrijke bijdrage aan de kennis over de preventie, behandeling en het verloop van een hiv-infectie. Het Aids Fonds steunt dit kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk aidsonderzoek door middel van een jaarlijkse open subsidieronde. In de subsidieronde van 2005 zijn 31 aanvragen in behandeling genomen. Het totaalbedrag van deze verzoeken overschreed achtmaal het beschikbare budget. Dit maakte een scherpe selectie noodzakelijk. Internationale referenten en de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) beoordeelden de projectaanvragen op kwaliteit. Het grote aantal aanvragen van hoge kwaliteit heeft het Aids Fonds doen besluiten het subsidiebudget voor 2005 eenmalig te verhogen van € 800.000 naar € 1.400.000. Hierdoor was het mogelijk de financiering van de onderstaande zes onderzoeksprojecten toe te kennen.
selectieprocedure De beoordeling en selectie van de onderzoeksaanvragen wordt gedaan in een zogenaamde peer review procedure. Allereerst beoordelen drie internationale referenten de aanvragen op kwaliteit, originaliteit, haalbaarheid en hun vernieuwende waarde. Door middel van een wederhoor geeft de aanvrager een reactie op vragen en kritiekpunten uit de rapporten van de referenten. De aanvragen worden samen met de referentenrapporten en het wederhoor voorgelegd aan een lid van de WAR met de desbetreffende expertise. In de WAR zijn verschillende onderzoeksdisciplines vertegenwoordigd, zoals klinisch onderzoek, virologie, immunologie, gedragswetenschappen en epidemiologie. De leden van de WAR beoordelen de referentenrapporten en het wederhoor van de hun toegewezen aanvragen en stellen een conceptadvies op. Tijdens een gezamenlijk overleg stelt de WAR een definitief advies op van alle aanvragen aan de hand van kwaliteit, originaliteit, haalbaarheid en hun vernieuwende waarde en hieruit volgt de score. Dit jaar zijn veel aanvragen als ‘zeer goed’ of ‘excellent’ beoordeeld en deze kwamen daarmee in principe in aanmerking voor subsidie. Omdat met het beschikbare budget niet alle projecten in deze categorie konden worden gehonoreerd, moest een nadere rangorde worden bepaald aan de hand van de bovengenoemde criteria. Op grond van dit advies van de WAR besluit de Raad van Bestuur van het Aids Fonds welke subsidieaanvragen worden toegekend.
Virologie Ontwikkeling van een vaccin op basis van ‘levend-verzwakt’ hiv Projectleider: Dr. Atze Das, Academisch -Medisch Centrum (AMC), Amsterdam. Projectduur: twee jaar.
Vaccinatie met een ‘levend-verzwakt’ virus is zeer effectief gebleken voor de bescherming tegen verschillende virussen (pokken, polio, mazelen). Zo’n verzwakt virus is niet ziekteverwekkend, maar roept wel een sterke immuunrespons op die beschermt tegen toekomstige infecties met het virus. Helaas kan een ‘levend-verzwakt’ virus zich in sommige gevallen ontwikkelen tot een actief en ziekteverwekkend virus. Dit kan worden voorkomen door het virus na de vaccinatie geheel te inactiveren. Voor de ontwikkeling van een veilig ‘levend-verzwakt’ hiv-vaccin is een nieuwe genetische strategie ontwikkeld, waarbij het ‘levend-verzwakt’ virus gereguleerd kan worden door middel van de toediening van een niet-giftige chemische stof. De nieuwe vaccinatiestrategie beoogt het ‘levend-verzwakt’ virus tijdelijk ‘aan’ te zetten totdat beschermende immuniteit is verkregen, waarna het virus definitief ‘uitgezet’ kan worden. Dit zou verandering naar een actief en ziekteverwekkend virus moeten voorkomen.
Virologie Geïnactiveerd influenzavirus als vector voor een hiv-vaccin Projectleider: Prof. dr. Ab Osterhaus, Erasmus Medisch Centrum (EMC), Rotterdam. Projectduur: twee jaar.
Sommige strategieën voor het ontwikkelen van een effectief vaccin maken gebruik van de cellulaire afweer. Cytotoxische T-lymfocyten (CTL) spelen een cruciale rol bij onderdrukken van hiv-vermenigvuldiging. In dit project zal geïnactiveerd influenzavirus worden gebruikt als vector voor een hiv-vaccin, omdat dit een sterke CTL-activiteit opwekt, iets wat met veel andere vaccins niet lukt. Om verstoring door al eventueel bestaande immuniteit tegen influenza te voorkomen zullen varianten van influenzavirus worden gebruikt die bij mensen niet voorkomen. In dit vaccin zullen zogenoemde ‘vroeg regulerende’ hiv--eiwitten worden ingebracht omdat die een sterke immuniteit en onderdrukking van virus-vermenigvuldiging geven. Onder andere zal het effect worden onderzocht van dit vaccin op de CTL-activiteit en onderdrukking van hiv. Deze vaccinatiestrategie kan van belang zijn voor ontwikkelingslanden omdat een dergelijk -vaccin oraal kan worden toegediend.
Klinisch onderzoek Hiv-resistentie en afhankelijkheid van de nieuwste klasse antivirale middelen Projectleider: Prof. dr. Ben Berkhout, Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam. Projectduur: vier jaar.
Voor de behandeling van een hiv-infectie zijn inmiddels een kleine twintig antivirale middelen beschikbaar. Therapie is niet altijd zonder problemen vanwege virusresistentie en bijwerkingen van de medicijnen. Er wordt daarom nog steeds naar betere en nieuwe hiv-remmers gezocht. Geheel nieuw zijn de fusieremmers die verhinderen dat hiv de cel binnenkomt. De eerste fusieremmer die op de markt is gekomen is T20 (Fuzeon, Roche). Bij behandelingen met T20 in het AMC is een zeldzaam fenomeen aan het licht gekomen. Bij één patiënt bleek hiv zich ongehinderd te vermenigvuldigden in aanwezigheid van T20, terwijl vermenigvuldiging stopte bij afwezigheid van de fusieremmer. Het virus was dus tegelijk resistent tegen en afhankelijk van deze fusieremmer geworden. De onderzoeksgroep wil nu nader onderzoeken hoe dit mechanisme werkt en ingezet kan worden voor een betere therapie met fusieremmers.
Klinisch onderzoek Hiv-remmende factor in moedermelk Projectleider: Dr. Bill Paxton, Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam. Projectduur: twee jaar.
Als een hiv-positieve moeder zwanger is kan hiv worden overgedragen op haar baby. Er zijn goede medicijnen die overdracht tijdens de zwangerschap en de bevalling voorkomen, maar na de geboorte blijft er kans op hiv-overdracht door het geven van borstvoeding. De onderzoekers hebben in moedermelk een molecuul gevonden, dat de overdracht van hiv naar immuuncellen van het kind kan blokkeren. De factor bindt aan de dendritische cellen en blokkeert zo het onderscheppen van hiv en het infecteren van CD4-cellen. Hoe dit precies gebeurt is nog niet bekend en zal verder worden bestudeerd. Ook zal worden onderzocht of de factor bij sommige moeders meer voorkomt dan bij andere. Dit onderzoek is belangrijk voor het ontwikkelen van nieuwe strategieën om hiv-overdracht via de moedermelk te voorkomen. Dit is juist voor ontwikkelingslanden van groot belang, waar borstvoeding vaak de enige keuze is voor een moeder.
Immunologie Dendritische cellen in de strijd tegen hiv Projectleider: Prof. dr. Yvette van Kooyk, VU Medisch Centrum (VUMC), Amsterdam. Projectduur: drie jaar.
Dendritische cellen zijn immuuncellen die een belangrijke rol spelen bij het onderscheppen van virus vroeg tijdens een infectie. Gewoonlijk worden virussen daarna vernietigd om een immuunreactie op gang te brengen. Hiv weet zich hieraan te onttrekken door zich in deze cellen te verschuilen. Het wordt vervolgens meegevoerd naar de lymfeklieren en kan daar CD4-cellen infecteren. Het doel van dit project is om te begrijpen hoe hiv zich precies weet schuil te houden. Uiteindelijk om zo een therapie te ontwikkelen die ervoor zorgt dat het hiv door de dendritische cel wordt vernietigd en verdere infectie wordt gestopt.
Gedragswetenschappen Seksueel risicogedrag bij intrede in de homogemeenschap Projectleider: Dr. Harm Hospers, Universiteit Maastricht (UM). Projectduur: vier jaar.
Hiv-preventie in Nederland richt zich voor een belangrijk deel op mannen met seksuele contacten met mannen (MSM) omdat in deze groep relatief veel hiv voorkomt. Hoewel er veel epidemiologische studies zijn over risicogedrag binnen deze groep, is er relatief weinig bekend over jonge mannen met seksuele contacten met mannen. Preventie die zich richt op jonge mannen biedt de mogelijkheid hen zo vroeg mogelijk de nodige kennis en vaardigheden aan te reiken voor veilig vrijgedrag. In deze tijd zijn nieuwe preventiestrategieën gewenst, vanwege twee belangrijke ontwikkelingen: de toename van internetgebruik voor het vinden van sekspartners en het zogenoemde aidsoptimisme ten gevolge van de beschikbaarheid van effectieve hiv-behandelingen. In dit onderzoek wordt het gedrag geanalyseerd van jonge mannen met seksuele contacten met mannen die in hun coming-out fase zitten en met de homogemeenschap kennismaken. De bevindingen zullen worden gebruikt om nieuwe preventiestrategieën te kunnen ontwikkelen voor deze kwetsbare risicogroep.
Voor informatie over de nieuwe subsidieronde zie: www.aidsfonds.nl/professionals
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|