Angst in beeld
Online diepte-interviews met webcams naar de barrières van veilig vrijen en soa- screening bij jongeren
Udi Davidovich, Senior onderzoeker GGD Amsterdam, Cluster Infectieziekten Hanna Uhr-Daal, onderzoeker GGD Amsterdam, Cluster Infectieziekten
De soa-prevalentie onder jongeren in Nederland is hoog. Jongeren hebben ook frequent wisselende seksuele contacten. Het geringe aanbod van effectieve preventieactiviteiten voor deze doelgroep baart daarom grote zorgen. Voor wie preventie-interventies wil ontwikkelen is inzicht vereist in de specifieke context en cognitieve situaties waarin jongeren zich bevinden terwijl ze vrijen. De GGD Amsterdam is begonnen met het ontwikkelen van een nieuwe interventie voor seksuele gezondheid bij jongeren en had up-to-date inzicht nodig in hun seksuele gedrag en de redenen en motieven hierachter. De vraagstelling vereiste een kwalitatieve onderzoeksbenadering, dat wil zeggen diepte-interviews om die redenen en motieven te achterhalen.
Diepte-interviews: zeer arbeidsintensief Het verrichten van diepte-interviews is een arbeidsintensieve, tijdberovende bezigheid. Niet alleen moeten deelnemers worden overgehaald om zich te laten interviewen over een gevoelig onderwerp, zoals bijvoorbeeld seksualiteit, maar er moet ook een geschikte locatie en tijd worden uitgezocht voor een vraaggesprek. Dat vereist veel goodwill bij de respondenten, zeker als ze op verschillende plaatsen wonen, verdeeld over het hele land. Verder moeten interviews vaak worden opgenomen met audioapparatuur en later worden uitgetypt (het transscriptieproces) om ze te kunnen analyseren. Het transcriptieproces is duur en gevoelig voor fouten.
Online diepte-interviews: voor- en nadelen Het is niet verwonderlijk dat sinds chatten via het internet een populair communicatiemiddel is geworden, zeker onder specifieke subgroepen zoals jongeren, onderzoekers geïnteresseerd raakten in dit medium voor het verrichten van diepte-interviews. Chatten refereert naar communicatie tussen twee of meer mensen die via hun computers met elkaar getypte boodschappen uitwisselen in ‘real-time’, dus terwijl ze tegelijkertijd online zijn. In een (privé) chatcontact kan een onderzoeker vragen stellen aan een respondent en daarop meteen een antwoord krijgen. Alle getypte vragen en antwoorden kunnen direct worden bewaard in de computer, wat transcriptietijd en kosten bespaart en mogelijke transcriptie fouten tegengaat. Online interviewen vereist in principe geen afspraken vooraf (mensen kunnen direct online geworven zijn), respondenten hoeven niet te reizen, en participatie is mogelijk vanuit een vertrouwde locatie, zoals de PC thuis. Deze logistieke eenvoud kan er ook voor zorgen dat meer interviews verricht kunnen worden dan gebruikelijk. De mogelijkheid anonimiteit te behouden tijdens een online contact is ook een belangrijke reden waarom deze communicatievorm zo in trek is bij onderzoekers die met gevoelige onderwerpen werken.
Hoewel er al een redelijk aantal wetenschappelijke publicaties is over de voordelen van online interviewen, is er altijd de kritiek gebleven dat de anonimiteit van het online contact juist de validiteit van het onderzoek behoorlijk kan compromitteren. Onderzoekers kunnen online niet bevestigen wie ze eigenlijk interviewen. Het fenomeen ‘fakers’ (‘gefingeerde personages’) is dan ook een bekende begrip in de chat-wereld: mensen die een andere identiteit online aannemen, zoals een andere leeftijd of geslacht. Zo kan bijvoorbeeld een man van 65 zich presenteren als een meisje van 14, of het 14-jarige meisje als een volwassen vrouw van 30. Het is onacceptabel dat in een onderzoek de echtheid van de demografische gegevens niet gewaarborgd kan worden.
Voordelen van webcamgebruik Om van de voordelen van online interviewen te kunnen profiteren en tegelijkertijd de nadelen te beperken, heeft de GGD Amsterdam een verbetering geïntroduceerd bij het online interviewonderzoek: het gebruik van een webcam tijdens de chat. In het begin van het chatcontact moeten de deelnemers hun webcam aanzetten zodat de interviewer - letterlijk en figuurlijk - een duidelijk beeld krijgt van de sekse en leeftijd van de deelnemer en zo kan verifiëren of deze tot de doelgroep behoort.
Het onderzoek Twee mannelijke en twee vrouwelijke interviewers hebben vanuit de GGD Amsterdam, binnen twee maanden, in totaal 104 jongens en 99 meisjes tussen 14 en 24 jaar online geïnterviewd. Dit is een indrukwekkend aantal gezien de korte looptijd van het onderzoek. De jongeren zijn in internetchatrooms geworven. Een vraaggesprek duurde gemiddeld één uur. Webcamera’s zorgden voor het visuele contact tussen interviewer en deelnemer en audiocontact was niet mogelijk. Het interview richtte zich op het verklaren van gerapporteerd seksueel gedrag met losse en vaste partners en testgedrag (voor soa en hiv). Aan het eind van elk interview werden ook gestandaardiseerde vragen gesteld over hoe de jongeren het online interviewen hadden ervaren.
De ervaringen van de participanten: voors en tegens Volgens de deelnemers zorgde de anonimiteit van het interviewen online en de vertrouwdheid met hun eigen omgeving ervoor dat zij persoonlijke en intieme vragen over seksualiteit makkelijker konden beantwoorden. Normaliter rapporteren jongeren veel wantrouwen tegenover ‘vreemden’ online, maar door de interviewer en diens omgeving via de webcamera te kunnen zien werd het wantrouwen verminderd. In vergelijking met face-to-face interviews, waar schaamte en ongemak een grote rol kunnen spelen, vergemakkelijkte het contact online het beantwoorden van vragen rondom seksualiteit. Ook het feit dat de jongeren thuis konden blijven om aan dit onderzoek deel te kunnen nemen sprak hun aan. De korte pauzes tussen vragen en antwoorden, die typerend zijn voor communicatie online, gaven hen de mogelijkheid om na te denken en rustig hun antwoorden te kunnen formuleren. ‘Dingen typen is makkelijker dan dingen zeggen’, zei één van de participanten, anderen vonden dat getypte vragen makkelijker te begrijpen zijn dan mondelinge.
Er werden echter ook nadelen genoemd. Participanten maakten zich bijvoorbeeld zorgen over het waarborgen van de geheimhouding en anonimiteit online. Sommigen wantrouwden de ‘echtheid van de interviewer’: ‘Ben je echt wie je zegt dat je bent?’ vroegen sommigen. In een aantal gevallen werd het vraaggesprek verstoord door factoren in de omgeving van de deelnemer, zoals aanwezigheid van familieleden of een mobiele telefoon. Tenslotte vonden enkele jongeren dit middel van communicatie te beperkt om zich goed te kunnen uiten. Samengevat: wanneer aandacht wordt besteed aan de vertrouwenskwestie, lijken de waargenomen voordelen van online interviewen door participanten de nadelen te overtreffen.
Inhoudelijke resultaten Naast de bruikbaarheid en acceptatie van deze nieuwe onderzoekmethode heeft het ook inzicht gevende bevindingen opgeleverd. De uit de literatuur bekende barrière voor veilig vrijen - het vertrouwen in de partner – bleek bij dit onderzoek onderverdeeld te zijn in drie dimensies: 1. emotioneel vertrouwen (door bijvoorbeeld liefde of intimiteit), 2. vertrouwen voldoende te zijn geïnformeerd over het seksuele verleden van de partner en 3. vertrouwen in de partner, puur omdat men deze lang kent. Voor jongens waren een gevoel van immuniteit voor soa en hiv, het seksuele plezier van gemeenschap zonder condoom en nieuwsgierigheid naar seks zonder condoom redenen om geen condoom te gebruiken. Bij meisjes was het condoomgebruik vaak afhankelijk van de wens van de mannelijke partner.
Angst als drempel De belangrijkste drempel om zich te laten testen op soa en hiv was angst. Ook die was onderverdeeld in drie dimensies: angst voor de uitslag, de testprocedure (bijvoorbeeld het zich laten prikken) en de reactie van de omgeving. Ook de kennis van de plaats en de kosten van onderzoek op soa en hiv was gebrekkig. Degenen die bij hun ouders waren meeverzekerd wilden zich niet laten testen, omdat hun ouders anders op de hoogte zouden kunnen komen van hun seksuele activiteiten. Een belangrijke barrière bij communicatie over seks met de vaste partner was angst voor een negatieve reactie. Meisjes aarzelden om over condooms te beginnen uit angst om voor promiscue te worden aangezien. De gevonden inzichten met betrekking tot barrières voor veilig vrijen, die verkregen werden via de online webcaminterviews zijn bijzonder bruikbaar en worden momenteel aangewend voor het ontwikkelen van een online interventie op maat voor jongeren, gericht op hun seksuele gezondheid en zoveel mogelijk toegespitst op de individuele situatie .
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
 |
Een wereld aan mogelijkheden - John de Wit |
| |
|
 |
Syfilistest.nl - E. van Leent, U. Davidovich, H. Thiesbrummel, J. Fennema |
| |
|
 |
Angst in beeld: webcam-interviews - U. Davidovich, H. Uhr-Daal |
| |
|
 |
Referaat Ehud Davidovich: Liaisons Dangereuses |
| |
|
 |
Seksueel risicogedrag, internet en preventie - D. van Schaik, K. Rietmeijer |
| |
|
 |
Hookers.nl - Frank ten Horn |
| |
|
 |
De 'Gay Cruise' - P. Harterink, P. Vriens, O. de Zwart, G. Kok, H. Hospers |
| |
|
 |
‘Daten’, ‘chatten’ en interventies - Wim Zuilhof en Stephan Cremer |
| |
|
 |
soatest.nl - Daniel van Schaik |
| |
|
 |
Werven hepatitis B vaccinatie via internet - M. Heijnen, R. Vet, A. Nijman, E. Siedenburg, Q. Waldhobera |
| |
|
 |
Twee pioniers op internet - Matthieu klein Tank |
| |
|
 |
Soa-kliniek voor Moskouse prostituees - Ivo Pertijs |
| |
|
|
|