Chlamydia-vaccin laat nog op zich wachten
Jan van Bergen, huisarts-epidemioloog, programmaleider Soa Aids Nederland
In het Canadese Ontario vond van 18 tot 23 juni 2006 een besloten internationaal congres over Chlamydia trachomatis plaats.
Sinds de ontdekking en isolatie van C. trachomatis in de jaren 60 jaren komen clinici en onderzoekers elke vier jaar bijeen op een internationaal congres. Daar worden nieuwe ontwikkelingen besproken, vooral op het gebied van epidemiologie, celbiologie, genetica, gastheerreacties, nieuwe diagnostica en vaccinontwikkeling. Er zijn immers nog veel vragen onbeantwoord. Inzicht in specifieke eigenschappen van bacterie en gastheer, en met name in de interacties tussen beide is immers gewenst om een goed beeld te krijgen van de verspreiding en het beloop van de infectie. Waarom krijgt de een wel en de ander geen infectie? Waarom verloopt deze bij de een wel en bij de ander niet symptomatisch? Waarom doet zich bij de een wel en bij een ander geen complicatie voor? Een eensluidend antwoord laat nog op zich wachten. Een beter begrip daarvan is echter essentieel voor de ontwikkeling van een vaccin. Een vaccin dat dringend gewenst is, want ook in landen met aanvankelijk succesvolle screeningsprogramma’s zoals Zweden, Australië en de Verenigde Staten (US pacific North Westregion, in het kader van het Infertiliteit Preventie Programma) laten de laatste jaren een toename van chlamydia-infecties zien. De eerste tien jaar mogen we helaas nog niet rekenen op een dergelijk chlamydia-vaccin; vaccinstudies in klinische trials laten vooralsnog op zich wachten. Niettemin is steeds meer bekend over de celbiologie van C. trachomatis. Sinds 1998 is de complete genoomsequentie bekend. Specifieke antigenen zoals MOMPS en het Heat Shock Protein blijken betrokken bij de pathogenese. En speci.eke modulatoren van het immuunsysteem, zoals bepaalde HLA-haplotypes (met name HLA-DQB1*06) blijken van invloed op het klaren van de infectie.1
Diagnostiek Op diagnostisch vlak gaan de ontwikkelingen snel. Voor vrouwen lijkt de vaginale wat de urine als screeningsmateriaal te gaan vervangen, wat voor zowel het versturen als het verwerken in het laboratorium een winstpunt is. Voor mannen wordt geëxperimenteerd met door henzelf afgenomen ‘glans penis’ afstrijkjes (niet intra-urethraal). Vooralsnog zijn de resultaten hiervan nogal tegenstrijdig, tenzij diagnostiek plaatsvindt met de nieuwste generaties op PCR gebaseerde testen, zoals de Aptima Combo 2, die nog gevoeliger is dan de gebruikelijke testen. Overigens betekenen deze gevoeligere testen ook dat eventuele con.rmatietesten op positieve monsters in laag-prevalente populaties dienen plaats te vinden met een test die minstens even sensitief en specifiek moet zijn als de oorspronkelijke, om de uitslag niet onterecht als foutpositief af te geven.
Consortium van deskundigen Op het congres werd ook de oprichting van een Europees multidisciplinair expertconsortium gepresenteerd, waarin Nederland voortrekker is (EPIGEN: www.epigenchlamydia.eu). Binnen dit consortium zal de komende jaren op geïntegreerde wijze worden geprobeerd wetenschappelijk chlamydia-onderzoek op Europees niveau te stroomlijnen voor een beter beeld van de pathogenese en de mogelijkheden tot effectievere bestrijding van C. trachomatis.
- Chlamydial infections; proceedings of the Eleventh International Symposium on Human Chlamydial Infections, Ontario, Canada, 2006 (ISBN 0-9664383- 2-9).
top
|