Soa en hiv Nederland in 2005
E.L.M. Op de Coul - epidemioloog, Centrum voor Infectieziektebestrijding, RIVM I.M. de Boer - epidemioloog, Centrum voor Infectieziektebestrijding, RIVM A.I. van Sighem - senior onderzoeker, Stichting HIV Monitoring
Het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM zorgt voor het verzamelen, integreren en interpreteren van gegevens uit verschillende soa- en hiv-surveillance-activiteiten in Nederland. De gegevens worden bewerkt voor rapportages aan de overheid en veldpartijen met als doel berichtgeving over de stand van zaken van soa en hiv in Nederland, het risicogedrag en trends over de tijd. Hiervoor worden gegevens bestudeerd afkomstig van de Stichting HIV Monitoring en het soa-peilstation (5 soa-poliklinieken en 9 GGD’en). De belangrijkste resultaten uit de jaarrapportage 2005 over soa en hiv in Nederland worden hier weergegeven.
In Nederland worden sinds 2002 alle nieuw gediagnosticeerde hiv-patiënten via de 29 hiv-behandelcentra geregistreerd bij de Stichting HIV Monitoring (SHM). Per juni 2006 zijn bij de SHM cumulatief 11.866 personen met hiv geregistreerd (77% mannen en 23% vrouwen). In werkelijkheid is het aantal hiv-geïnfecteerden in ons land hoger omdat niet iedereen op de hoogte is van zijn of haar hiv-status. Het totaal aantal volwassenen met hiv in leven in Nederland wordt geschat op 18.500. In 2005 zijn 970 nieuwe hiv-diagnoses gesteld, waarvan 52% bij mannen die seks hebben met mannen (MSM, figuur 1). In 2004 neemt het aantal hiv-diagnoses binnen deze groep mannen toe. In 2005 lijkt dit stabiel, maar dit aantal zal nog toenemen door rapportagevertraging. Het totale aantal hiv-diagnoses onder heteroseksueel geïnfecteerden daalt licht de laatste jaren, maar binnen de groep heteroseksuelen zijn enkele verschuivingen waargenomen. Het aantal diagnoses bij allochtone heteroseksuelen daalde van 341 diagnoses in 2002 naar 258 in 2005 (door een strengere immigratiewet), terwijl het aantal diagnoses bij autochtone heteroseksuelen steeg van 86 in 2002 naar 116 in 2005. Het aandeel van injecterende druggebruikers is klein (1%).
Per eind 2005 zijn er cumulatief 6.931 personen met aids in Nederland geregistreerd. Na de introductie van de combinatietherapie in 1996 is het aantal nieuwe patiënten met aids drastisch gedaald. Vanaf 2000 stabiliseert het aantal aidsdiagnoses zich tot circa 280 per jaar. Het aantal hiv-geïnfecteerden dat jaarlijks overlijdt schommelt rond de 130.
Seksueel overdraagbare aandoeningen Sinds 2003 worden binnen het soa-peilstation nieuwe consulten voor soa en hiv geregistreerd. In 2005 is de toename van het absolute aantal soa alleen doorgezet voor chlamydia en hiv, maar ook het aantal consulten nam toe (figuur 2). Chlamydia blijkt nog steeds de meest voorkomende soa in het peilstation. Bij vrouwen worden de meeste gonorroe- en chlamydia-infecties gezien in de leeftijd tot 25 jaar (70%). De meeste gevallen van syfilis werden gevonden bij mannen die seks hebben met mannen (85% van de infecties bij mannen). Bij heteroseksuelen blijven de percentages positieve testresultaten (aantal soa-diagnoses per aantal testen) voor verschillende soa nagenoeg gelijk tussen 2003 en 2005 (figuur 2). Echter, bij mannen die seks hebben met mannen neemt het percentage hiv-infecties toe van 3.2 naar 5.0 (figuur 3). |

Figuur 1 Aantal hiv-geïnfecteerden, naar seksueel risico en diagnosejaar

Figuur 2 Aantal consulten, soa-peil-station 2003-2005.

Figuur 3 Percentage positieve testresul-taten bij mannen die seks hebben met mannen, soa-peilstation 2003-2005 |
Een belangrijk deel van de soa worden gezien bij hiv-positieve personen: 15% van alle gonorroe, chlamydia en syfilis bij mannen die seks hebben met mannen werd gediagnosticeerd bij bekend hiv-positieven.
Zowel binnen de landelijke hiv-registratie als binnen het soa-peilstation is in 2005 het aantal nieuwe hiv-diagnoses het hoogst bij mannen die seks hebben met mannen. Bij deze groep zijn ook de andere soa onverminderd hoog. Daarnaast is het aantal hiv-diagnoses bij autochtone heteroseksuelen de laatste jaren licht gestegen. De laatste jaren wordt regelmatig gepleit voor een nieuwe impuls bij de preventie van hiv/soa. In 2006 is de structuur en financiering van de aanvullende curatieve soa-zorg in Nederland gewijzigd. Actief testen op zowel soa als hiv bij groepen die risico lopen, vormt een essentieel onderdeel van de nieuwe regeling.
| Cumulatief aantal hiv-geïnfecteerden 1 |
11866 |
| Man/vrouw |
9170/2696 |
|
Transmissieroute1 - MSM - Heteroseksueel contact - Injecterend druggebruik - Bloed(producten) - Prikaccident - Moeder-kindtransmissie - Anders/onbekend |
6211 (52%) 3934 (33%) 596 (5%) 167 (1%) 27 (0.2%) 126 (1%) 805 (7%) |
| Nieuwe hiv-diagnoses in 2005 1 |
970 |
| Man/vrouw |
746/224 |
Transmissieroute - MSM - Heteroseksueel contact - Injecterend druggebruik - Bloed(producten) - Prikaccident - Moeder-kindtransmissie - Anders/onbekend |
501 (52%) 374 (39%) 10 (1%) 3 (0.3%) 3 (0.3%) 6 (0.6%) 73 (8%) |
| Geschat aantal volwassenen (15-49) met hiv/aids in leven in 2005 |
18.500 |
| Cumulatief aantal aidspatiënten vanaf 1987 2 |
6931 |
| Nieuw gediagnosticeerde aidspatiënten in 2005 |
265 |
| Cumulatief aantal overledenen onder hiv/aidspatiënten |
4398 |
| Cumulatief aantal overledenen in 2005 |
122 |
| leeftijd bij hiv-diagnose 2000-2005 (man/vrouw) |
|
| - 0-10 jaar |
45/34 |
| - 11-15 jaar |
4/18 |
| - 16-20 jaar |
95/171 |
| - 21-25 jaar |
290/256 |
1:gegevens verkregen via SHM, 2: gegevens verkregen via SHM en Inspectie voor de Volksgezondheidheid
top
|