Jaargang 3, nummer 5 - december 2006 Terug naar home
Print versie
Hiv en jongeren


Ard van Sighem - senior onderzoeker, Stichting HIV Monitoring

Ongeveer een op de zes nieuwe hiv-diagnoses in Nederland wordt gesteld onder jongeren beneden de 26 jaar. Nog meer dan bij oudere volwassenen heeft hiv een grote impact op de sociale ontwikkeling van jongeren. Bovendien is de behandeling van een hiv-infectie bij kinderen gecompliceerder dan bij volwassenen, zoals blijkt uit de wetenschappelijk rapporten van de Stichting HIV Monitoring (SHM) van 2005 en 2006.

Op 31 december 2005 waren er bij de SHM 668 hiv-geïnfecteerden geregistreerd die op dat moment 25 jaar of jonger waren. Van deze jongeren waren er 302 (45,2%) man en 366 (54,8%) vrouw. Wanneer gekeken werd naar de leeftijd bij diagnose, bleek dat er vanaf 2000 913 patiënten 25 jaar of jonger waren bij diagnose, waarvan de meerderheid, 546 (59,8%), in de categorie 21-25 jaar viel.

diagnoses 2000 t/m 2005 eind 2005
  man vrouw man vrouw
leeftijd N % N % N % N %
0-10 jaar 45 10 34 7 49 16 40 11
11-15 jaar 4 1 18 4 17 6 19 5
16-20 jaar 95 22 171 36 31 10 60 16
21-25 jaar 290 67 256 53 205 67 247 67
totaal 434 48 479 52 302 45 366 55

Bij de overgrote meerderheid van de kinderen tussen 0 en 10 jaar die met hiv geïnfecteerd bleken te zijn - in totaal 75 (95%) - was dit het gevolg van moeder-naar-kindtransmissie. Van de kinderen tussen 11 en 15 jaar waren er 11 meisjes (50%) en één jongen geïnfecteerd door seksueel contact. Van de jongeren in de categorie 16-20 en 21-25 jaar waren er respectievelijk 24 (9%) en 179 (33%) geïnfecteerd door homoseksueel contact en 200 (75%) en 325 (60%) door heteroseksueel contact.

Het jaarlijkse aantal diagnoses onder jongeren tussen de 21 en 25 jaar steeg tussen 2000 en 2004 van 66 naar 104. Deze toename werd vooral veroorzaakt door een groter aantal jongeren dat door homoseksueel contact geïnfecteerd raakte. Van de 79 kinderen in de jongste leeftijdscategorie bij diagnose waren er 52 (66%) geboren in Nederland en 21 (27%) in Afrika bezuiden de Sahara, terwijl bij 53 (67%) kinderen een of beide ouders afkomstig waren uit Afrika bezuiden de Sahara. Tussen 2000 en 2004 schommelde het aantal diagnoses in deze groep tussen 11 en 19 per jaar.
Als gevolg van de in 2004 landelijk ingestelde hiv-screening van zwangere vrouwen waren er in 2005 nog maar zes diagnoses bij kinderen; tot nu toe is er in 2006 bij nog geen enkel kind beneden de 10 jaar een hiv-diagnose gesteld.


top


zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Seksuele gezondheid van mensen met hiv - Jan van Bergen, Cor Blom
   
Hiv en seksualiteit - Rik van Lunsen
   
Huisarts en seksueel actieve hiv-patiënt - Michou Mastboom
   
Commentaar op casus 'Huisarts en seksueel actieve hiv-patiënt' - Marcel Verweij
   
Wettelijke plichten en grenzen hulpverlening mensen met hiv - Ronald Brands
   
Opsporen dubbel- en superinfecties met hiv - S. Jurriaans, M. Cornelissen
   
Soa en hiv Nederland in 2005 - E. Op de Coul, I. de Boer, A. van Sighem
   
Hiv en jongeren - Ard van Sighem
   
Van Care2Talk about Sex?! naar Dare2Talk about Sex!! - I. Shiripinda, B. Tempert
   
Waarom laat men zich al dan niet testen op hiv? - J. de Wit, P. Adam
   
Het antwoord van de preventie op de toename van onveilige seks - Matthieu klein Tank
   
Bouwstenen van preventie voor homomannen met hiv - B. Bakker, N. van Kesteren
   
Mensen met hiv: Erik & Gerard - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Thandiwe - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Steven - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Marleen - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Jurgen - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Michelle - Bertus Tempert
   
‘Positive Prevention’ in West-Europa - Mary Hommes