Door Aids Fonds voor 2007 toegekende onderzoekssubsidies
Sam Gobin - beleidsmedewerker wetenschappelijk onderzoek Soa Aids Nederland
Nederlands aidsonderzoek levert nationaal en internationaal een belangrijke bijdrage aan de kennis over preventie, behandeling en het verloop van een hiv-infectie. Het Aids Fonds steunt dit kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk aidsonderzoek door middel van een jaarlijkse open subsidieronde. In de subsidieronde van 2007 zijn 21 aanvragen in behandeling genomen. Het totaalbedrag van deze aanvragen overschreed ruimschoots het beschikbare budget van € 1,2 miljoen. Dit maakte een scherpe selectie noodzake-lijk. Internationale referenten en de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) beoordeelden de projectaanvragen op kwaliteit, innovativiteit, originaliteit en haalbaarheid. Dit jaar heeft het Aids Fonds gekozen voor de financiering van de onderstaande vijf onderzoeksprojecten.
selectieprocedure De beoordeling en selectie van de onderzoeksaanvragen wordt gedaan in een zogenoemde peer review-procedure. Allereerst beoordelen drie internationale referenten de aanvragen op kwaliteit, originaliteit, haalbaarheid en hun vernieuwende waarde. Door middel van een wederhoor geeft de aanvrager een reactie op vragen en kritiekpunten uit de rapporten van de referenten. De aanvragen worden samen met de referentenrapporten en het wederhoor voorgelegd aan een lid van de WAR met de desbetreffende expertise. In de WAR zijn verschillende onderzoeksdisciplines vertegenwoordigd, zoals klinisch onderzoek, virologie, immunologie, gedragswetenschappen en epidemiologie. De leden van de WAR beoordelen de referentenrapporten en het wederhoor van de hun toegewezen aanvragen en stellen een conceptadvies op. Tijdens een gezamenlijk overleg stelt de WAR een definitief advies op van alle aanvragen aan de hand van kwaliteit, originaliteit, haalbaarheid en hun vernieuwende waarde en hieruit volgt de score. Dit jaar zijn veel aanvragen als ‘zeer goed’ of ‘excellent’ beoordeeld en deze kwamen daarmee in principe in aanmerking voor subsidie. Omdat met het beschikbare budget niet alle projecten in deze categorie konden worden gehonoreerd, moest een nadere rangorde worden bepaald aan de hand van de bovengenoemde criteria. Op grond van het advies van de WAR heeft de Raad van Bestuur van het Aids Fonds bepaald welke subsidieaanvragen worden toegekend.
immunologie De rol van Langerin bij bescherming tegen overdracht van hiv-1 Projectleider: Dr. Theo Geijtenbeek, VU Medisch Centrum (VUMC), Amsterdam. Projectduur: vier jaar. Sommige personen zijn gevoeliger voor hiv dan anderen. Hoe dat precies komt is niet bekend. Langerhans-cellen, cellen van het immuunsysteem, spelen daarbij mogelijk een rol. Met hun lange uitlopers vormen deze cellen een netwerk dat zich bevindt op plaatsen waar ons lichaam in contact staat met de buiten-wereld, zoals bij de huid en de slijmvliezen. Bij seksuele overdracht komt het hiv namelijk als eerste in contact met de Langerhans-ce-len. Eerder is aangetoond dat een eiwit op de Langerhans-cellen, genaamd Langerin, heel goed hiv en andere virussen ‘wegvangt’ en vernietigt, al voordat ze de kans krijgen andere cellen te infecteren. Maar dit kan ook mislopen. Als Langerin geremd wordt of niet goed functioneert, beschermt het niet langer en kan het zelfs een infectie helpen verspreiden. De Langerhans-cellen worden dan zelf geïnfecteerd door het hiv, en verspreiden het virus snel en efficiënt door het lichaam. Voor een goede bescherming tegen hiv is het dus cruciaal dat het eiwit Langerin optimaal werkt. Hoe dit het beste kan, zal worden onderzocht in dit project. Het ontwikkelen van nieuwe therapieën die de functie van dit eiwit versterken, zou een belangrijke stap zijn in de strijd tegen hiv. |
immunologie T-cel turnover en reconstitutie bij patiënten met hiv-1 en hiv-2 Projectleider: Dr. Kiki Tesselaar, Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), Utrecht. Projectduur: vier jaar. Tegenwoordig is de antivirale therapie (HAART) voor veel hiv-positieve mensen succesvol. Het herstel van CD4-cellen is afhankelijk van aanwas van nieuwe en dit is langzaam onder HAART. Verschillende laboratoria hebben zelfs gemeld dat een behoorlijk aandeel van met HAART behandelde patiënten op de lange duur toch geen normale CD4-cel-aantallen bereikt. Nieuwe ‘naïeve’ CD4-cellen worden bij volwassenen maar mondjesmaat aangemaakt in de thymus. Daarnaast kunnen al bestaande ‘naïeve’ CD4-cellen zich delen in de lymfoïde weefsels en op die manier bijdragen aan herstel. Het meten van productie en sterfte van de geproduceerde CD4-cellen bij mensen is zeer moeilijk en kan alleen met behulp van het labelen van nieuw geproduceerde cellen door middel van stabiele isotopen, zoals zwaar water. Met deze techniek zal productie en verlies van CD4-cellen worden gemeten bij met hiv-1 en hiv-2 geïnfecteerde mensen en worden nagegaan wat de bijdrage is van de thymus en andere lymfoïde organen. Dit onderzoek is van belang voor het begrip van CD4-cel-verlies en herstel bij antivirale behandeling en het onder-zoek van mogelijkheden om dit te verbeteren. |
virologie Evolutie van transmissie van drugresistente hiv-varianten Projectleider: Dr. Charles Boucher, Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU)/ Eijkman Winkler Instituut, Utrecht. Projectduur: vier jaar Behandeling van hiv-infectie kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot selectie van resistente hiv-varianten. Bovendien kunnen resistente varianten worden overgedragen. In Europa is inderdaad 10-15% van de nieuw geïnfecteerde individuen vanaf het begin besmet met virussen, die een of meer resistentie-mutaties hebben. Bepaalde resistente varianten bij deze onbehandelde mensen verdwijnen. Andere varianten blijven zeer lang aantoonbaar en kunnen weer worden overgedragen en leiden tot nieuwe infecties van resistente virussen. Er is een groot Europees cohort van 32 landen opgezet om te onderzoeken hoe vaak transmissie van resistente virussen voorkomt. Gebruikmakend van de klinische gegevens uit dit cohort, zal worden onderzocht welke virologische factoren bepalen dat sommige resistente virussen na transmissie bij onbehandelde patiënten kunnen persisteren. Dit onderzoek kan helpen bij het ontwikkelen van strategieën om verspreiding en vermenigvuldiging van resistente virussen tegen te gaan. |
virologie Proteoom-analyse van de cellulaire veranderingen na een hiv-1-infectie Projectleider: Dr. Rienk Jeeninga, Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam. Projectduur: twee jaar Om te weten wat er in de cel gebeurt na een hiv-infectie kan men kijken naar veranderingen van celeiwitten. Deze ‘proteoom-analyse’ laat zien dat hiv veranderingen in het celmetabolisme veroorzaakt. Bij dit project zullen de betrokken eiwitten nader worden bestudeerd. Dat gebeurt in een setting waarbij de virusproductie in alle cellen gelijktijdig plaatsvindt. Daarvoor zijn cellen ontwikkeld met daarin een niet-actief hiv-1-virus, dat op commando aangezet kan worden, waardoor de verdere infectie synchroon plaatsvindt. In het bijzonder zal worden gekeken naar de mitochondriën, de celorganen die voor energievoorziening zorgen, omdat hier veel veranderingen worden gezien tijdens infectie. Ook nieuw ontdekte en interessante celeiwitten zullen worden bestudeerd tijdens hiv-1-infectie. Deze kennis kan gebruikt worden om nieuwe aangrijpingspunten te identificeren voor het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. |
virologie Conditioneel-levende hiv-1-variant in HIS-muis Projectleider: Prof. dr. Ben Berkhout, Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam. Projectduur: vier jaar. Een ‘levend-verzwakt’ virus is een unieke en krachtige vaccinatiemethode, omdat het daadwerkelijk bescherming biedt tegen hiv-infectie bij de primatensoort Makaken. Toch is vooralsnog onbekend waarop die bescherming berust. Bij dit project zal worden onderzocht welke factoren bepalend zijn bij deze bescherming. Dit zal worden gedaan met een zelf ontwikkelde hiv-1-variant, die op commando aan- en uitgezet kan worden. Het verloop van de hiv-infectie en de reacties van het afweersysteem zullen worden onderzocht bij ‘humaan immuunsysteem’ muizen (HIS-muizen), die uitgerust zijn met een compleet arsenaal aan menselijke afweercellen en factoren. Het project kan zeer waardevolle informatie opleveren voor het ontwikkelen van een beschermend hiv-vaccin. |
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|