Seks onder je 25e: homo- en biseksuele jongens
Carol Richel, onderzoeker Universiteit Utrecht John B. de Wit, bijzonder hoogleraar sociale psychologie van gezondheid en seksualiteit, Universiteit Utrecht Astrid Roggen, senior medewerker hiv/soa-bestrijding Schorer Tobias Dörfler, medewerker hiv/soa-bestrijding Schorer Hanneke de Graaf, onderzoeker Rutgers Nisso Groep Suzanne Meijer, beleidsmedewerker programma jongeren Soa Aids Nederland
>> Een opvallend veel groter percentage homo- en biseksuele jongens heeft seksuele dwang ervaren. >> Veel van de jongens gaan al na enkele keren seks met dezelfde losse partner over op onveilige anale seks. >> Bij sekscontacten via internet worden meer seksuele risico’s genomen. | In 2005 voerden Soa Aids Nederland en de Rutgers Nisso Groep het grootschalige onderzoek ‘Seks onder je 25e, uit onder 12-25-jarigen.1 Een conclusie daaruit is dat het in het algemeen goed is gesteld met de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland. Maar hoe gaat het meer in het bijzonder met homo- en biseksuele jongens? Schorer was geïnteresseerd in de ervaring met relaties en seksualiteit van deze subpopulatie en vroeg de Universiteit Utrecht dit te onderzoeken. Hiervoor is gebruik gemaakt van de gegevens van de homo- en biseksuele jongens van de representatieve steekproef van ‘Seks onder je 25e’, inclusief de latere uitbreiding van het aantal van deze jongens geworven door de onderzoekers via het tijdschrift Expreszo. Dit artikel bevat de belangrijkste resultaten op het gebied van veilig vrijen. Centraal staan vergelijkingen tussen homo- en biseksuele jongens enerzijds en heteroseksuele jongens anderzijds en de vraag hoe ‘goed’ het gaat met de seksuele gezondheid van homo- en biseksuele jongens.
samenstelling en seksuele ervaringen In totaal hebben 234* homo- en biseksuele jongens deelgenomen aan het onderzoek ‘Seks onder je 25e’. Zij hadden een gemiddelde leeftijd van 23.1 jaar (15.6 – 26.8), dat is hoger dan de gemiddelde leeftijd van de heteroseksuele jongens (18.7 jaar, 11.2 – 25). Dit verklaart dat ook een hoger percentage homo- en biseksuele jongens als hoofdbezigheid ‘werk’ heeft (53% versus 25%). Slechts 7% van de homo- en biseksuele jongens volgt voortgezet onderwijs, tegenover 37% van de heteroseksuele jongens. Eenderde van zowel de homo- en biseksuele jongens als de heteroseksuele jongens volgt een opleiding op MBO-, HBO- of universitair niveau. De groep homo-en biseksuele jongens bestaat voor 81.2% uit jongens die zichzelf als uitsluitend homoseksueel beschouwen, 15,4% omschrijft zichzelf als ‘vooral homo-seksueel’ en 3.4% is biseksueel. Tabel 1 vat de seksuele ervaringen van de homo- en biseksuele jongens en de heteroseksuele jongens samen.
Behalve in ervaring met orale seks, is te zien dat homo- en biseksuele jongens op elk vlak significant verschillen van heteroseksuele jongens. Het is natuurlijk niet verrassend dat meer homo- en biseksuele jongens ervaring hebben met anale seks en meer heteroseksuele jongens ervaring met geslachtsgemeenschap hebben. Voor zowel de homo- en biseksuele jongens als de heteroseksuele jongens geldt dat lager opgeleide en oudere jongens meer ervaring hebben met geslachtsgemeenschap, orale seks en anale seks. Opvallend is dat een veel groter percentage homo- en biseksuele jongens aangeeft ooit seksuele dwang te hebben ervaren.
veilig vrijen In Nederland vormen mannen die seks hebben met mannen nog steeds de grootste risicogroep voor infectie met hiv en andere soa.2 Uit Schorer Monitor 2006 is bekend dat eenderde van de mannen die seks hebben met mannen één of meer keren onveilige anale seks heeft met losse partners. Hoe homo- en biseksuele en heteroseksuele jongens volgens ‘Seks onder je 25e’ omgaan met condoomgebruik tijdens anale seks is weergegeven in tabel 2.
In tabel 2 valt op dat homo- en biseksuele jongens veiligere anale seks hebben dan heteroseksuele jongens. Van de homo- en biseksuele jongens geeft een kwart aan nooit een condoom te gebruiken bij anale seks; van de heteroseksuele jongens is dit de helft. Ook bij anale seks met een losse partner wordt door meer homo- en biseksuele jongens een condoom gebruikt. |
| Tabel 1. Ervaring met relaties en seksualiteit van jongens tussen de 19 en 24 jaar (%). |
| Ervaring |
Homo- en biseksueel(n=114) |
Heteroseksueel(n=1063) |
| |
|
|
| -Verkering |
83* |
90 |
| -Op dit moment vaste relatie |
48* |
62 |
| -Gemiddelde duur laatste relatie (maanden) |
1.4* |
1.8 |
| -Seksuele dwang |
26* |
4 |
| -Orale seks |
90 |
93 |
| -Geslachtsgemeenschap |
51* |
84 |
| -Anale seks |
70* |
21 | *p<.05
| Tabel 2. Condoomgebruik bij anale seks van homo- en biseksuele jongens en heteroseksuele jongens (%) |
| Condoomgebruik anale seks |
Homo- en biseksueel (n=142) |
Heteroseksueel (n=230) |
| Altijd |
37 |
29 |
| Soms wel, soms niet |
12 |
13 |
| Alleen in begin relatie |
26 |
7 |
| Nooit |
25 |
51 |
| Altijd bij vaste partner |
25 |
26 |
| Altijd bij losse partner |
61 |
46 | |
Kunnen we dan concluderen dat als het goed gesteld is met de seksuele gezondheid van heteroseksuele jongeren, het nog veel beter gesteld is met de seksuele gezondheid van homo- en biseksuele jongens? Nee, helaas. Uit Schorer Monitor 2006 blijkt dat homo- en biseksuele jongens (van 25 jaar of jonger) zich in vergelijking met oudere mannen die seks hebben met mannen minder bewust zijn van de risico’s van onveilige seks. Ook geven zij aan minder de noodzaak te zien van veilige seks en zijn zij optimistischer over risico’s en behandeling van hiv-infectie. Homo- en biseksuele jongens zoeken hun sekspartners vaker dan oudere mannen via internet en in het uitgaansleven. Onveilige anale seks met de laatste losse partner bleek samen te hangen met het aantal keren dat men al eerder seks had gehad met die partner. Al vanaf drie keer anale seks met dezelfde losse partner verdrievoudigde het percentage jongens dat onveilige anale seks had (van 13% naar 40%). Dergelijk gedrag maakt dat deze jongens reële risico’s lopen op hiv-infectie en andere soa. Dat maakt speciaal op hen gerichte preventieactiviteiten wenselijk.3
internet als interventiemogelijkheid èn risicofactor ‘Seks onder je 25e’ laat zien dat een groot aandeel homo- en biseksuele jongens (92%) internet beschouwt als een belangrijke informatiebron over seksuele gezondheid. Daarnaast vormen online interventies en voorlichting belangrijke instrumenten voor preventie van soa en hiv. Door het interactieve karakter bestaat de mogelijkheid om specifieke (sub)doelgroepen te voorzien van ‘advies op maat’.4 Internet lijkt dus een geschikt medium om deze jongens voor te lichten over en aan te sporen tot veilige (anale) seks. Maar het vervult ook een andere rol; homo- en biseksuele jongens gebruiken internet vaker dan heterojongens voor het opdoen van (seks)contacten. Figuur 1 geeft een overzicht.
In figuur 1 is te zien dat homo- en biseksuele jongens veel vaker dan heteroseksuele jongens aangeven gebruik te maken van het internet voor het opdoen van (seks)contacten. Zo’n 35% heeft seks gehad naar aanleiding van een op internet gemaakte afspraak. Gegevens over het condoomgebruik bij dergelijke contacten zijn uit ‘Seks onder je 25e’ echter niet bekend. Wel blijkt uit ander onderzoek dat mannen die seks hebben met mannen en deze sekscontacten opdoen via het internet, meer seksuele risico’s nemen dan mannen die op andere wijzen in contact komen met seksuele partners.5
hoe ‘goed’ gaat het nu? Uit de gepresenteerde gegevens blijkt dat 70% van de homo- en biseksuele jongens ervaring heeft met anale seks. Hoewel deze jongens veiliger anale seks hebben dan hun heteroseksuele seksegenoten, is het aantal jongens dat nooit of inconsistent een condoom gebruikt met 63% aanzienlijk te noemen. Daarnaast heeft 35% van de homo- en biseksuele jongens seks na internetcontact (tegenover 10% van de heteroseksuele jongens). Van sekscontacten via internet is bekend dat er meer seksuele risico’s worden genomen. Bij homo- en biseksuele jongens die zich op soa lieten testen was de uitslag bij 8% positief, bij de heteroseksuele jongens was dit 0.6%. Zo goed gaat het dan ook niet met de seksuele gezondheid van homo- en biseksuele jongens. Voorlichting onder homo- en biseksuele jongens blijft nodig, temeer omdat jonge mannen die seks hebben met mannen minder de noodzaak van veilige anale seks inzien en minder kennis hebben van risico’s ten aanzien van onveilige seks. Bovendien gaan veel van de jongens al na enkele keren seks met dezelfde losse partner over op onveilige anale seks. Het beïnvloeden van seksueel gedrag van homo- en biseksuele jongens vraagt dus extra aandacht. Schorer heeft al verschillende offline producten (o.a. de rubriek ‘Lovelijf’ in Expreszo; het glossy tijdschrift ‘Bodyguard’) en online interventies (www.gaycruise.nl) gericht op deze doelgroep. Het is van belang om verder te onderzoeken welke motieven het niet of onzorgvuldig gebruiken van condooms bij homo- en biseksuele jongens verklaren. |
 Figuur 1. Frequentieverdeling (%) van (seksueel) contact via internet; homo- en biseksuele jongens (n=114) en heteroseksuele jongens (n=1063) |
* : Het aantal kan variëren wegens het niet, niet volledig of onduidelijk invullen van de schriftelijke vragenlijst.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|