Meer aandacht voor genitale wratten gewenst
Matthieu klein Tank - Freelance journalist
Hoewel genitale wratten (condylomata acuminata) op de tweede plaats van de ‘soatoptien’ staan, is het een relatief weinig besproken aandoening. De Rotterdamse dermatoloog Wim van der Meijden nam daarom het initiatief voor een expertmeeting, om bestaande lacunes in onze kennis in kaart te brengen. Ruim twintig huisartsen, dermatologen en andere deskundigen troffen elkaar op 9 mei van dit jaar in Utrecht.
- juist nieuwe wratten zijn beter behandelbaar, waarom dan wachten?
- erwijderen van genitale wratten kan veel tijd kosten en lukt niet altijd
| afwachten of snel behandelen? Van de seksueel actieve bevolking komt 60 tot 75% ooit in aanraking met de HPV-typen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de genitale wratten. Bij het merendeel verloopt de infectie echter zonder zichtbare symptomen; bij 1,3% van de geïnfecteerden is er wel sprake van wratten. Zonder behandeling verdwijnen de wratten bij tachtig tot negentig procent van de patiënten spontaan binnen twee jaar. Niet behandelen is in principe een optie, omdat de wratten meestal alleen een cosmetisch probleem vormen. Op het moment dat er verse wratten zijn is het risico dat het virus wordt overgedragen weliswaar groter, maar ook in de periode daarvoor is iemand al besmettelijk voor anderen. En als de wratten verdwenen zijn bestaat nog steeds het risico van virusoverdracht. Driekwart van de deelnemers aan de expertmeeting gaf aan dat het gerechtvaardigd is niet meteen met een behandeling te beginnen maar gewoon af te wachten. In de praktijk gebeurt dat echter bijna nooit, want patiënten willen, op een enkeling na die bang is voor de pijn van de behandeling, eigenlijk altijd een therapie. ‘Je ontkomt er niet aan iets te doen’, is de ervaring van Jan van Bergen, huisarts te Amsterdam en werkzaam voor Soa Aids Nederland. .Ik vind het ook legitiem dat je de beslissing bij de patiënt laat. Als arts onderschat je misschien wat het betekent om die wratten te hebben.’ En hij plaatst ook uit medisch oogpunt vraagtekens bij de optie niet meteen met een behandeling te starten: ‘Juist de nieuwe wratten zijn beter behandelbaar, dus dan is het niet logisch te zeggen: wacht maar af.’ Niettemin wilde driekwart van de deelnemers de onschuldigheid van genitale wratten benadrukken, zodat meer patiënten de mogelijkheid zullen overwegen om niet meteen in te grijpen.
dikke dossiers Dergelijke overwegingen zouden er niet zijn als de bestaande therapieën perfect werken. Dat is echter bepaald niet het geval. In de tijd dat er nog met papieren dossiers gewerkt werd, kon de dermatoloog Van der Meijden de gegevens van patiënten met genitale wratten gemakkelijk vinden: ‘Dat waren altijd de dikste dossiers’, zo herinnert hij zich. ‘Het geeft aan hoeveel tijd het kan kosten om genitale wratten weg te krijgen. En dat lukt ook niet altijd.’ De succespercentages die in onderzoeken genoemd worden variëren van 32 tot 88%. En het succes kan tijdelijk zijn: er is bij genitale wratten vaak sprake van recidive. Condoomgebruik verkleint het risico daarop, maar geeft zeker geen honderd procent garantie.
kwaliteit van leven Voor een goed advies ten aanzien van al dan niet behandelen, zou je als arts willen beschikken over goede informatie over het te verwachten beloop van genitale wratten en de invloed hiervan op de kwaliteit van leven van patiënten. Juist op dit punt is echter nog veel onduidelijk. Het is onbekend hoeveel van de 20.000 jaarlijks getroffenen een langdurige behandeling nodig hebben. En de mate waarin de aandoening recidiveert is onduidelijk: als een patiënt zich na een jaar opnieuw meldt, weet je niet of het om een nieuwe infectie gaat of om het opleven van de oude. Naar de invloed op de kwaliteit van leven is een onderzoek gedaan in de vorm van een via internet uitgevoerde enquête, die werkte met open vragen. Een kwart van de ondervraagden gaf aan dat het hebben van de wratten een groot effect had op hun kwaliteit van leven. Vrouwen ervoeren de klachten als ernstiger. Mogelijk speelt een rol dat zij vrezen dat ze nu ook risico lopen op onvruchtbaarheid of baarmoederhalskanker. Maar misschien wijst het er simpelweg op dat vrouwen eerder last hebben van angst en schaamte. Al met al geeft de internetenquête onvoldoende antwoord op de vragen die er leven. ‘Meer onderzoek naar de invloed op de kwaliteit van leven is dan ook gewenst’, stelde de Rotterdamse huisarts Arienne Pameijer, die het (nooit gepubliceerde) onderzoek op de expertmeeting presenteerde.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|