‘Veiliger Sekslocaties’ Stand van zaken en vooruitblik
Bouko Bakker - Senior medewerker hiv/soa-bestrijding Schorer
Sinds 2000, toen het aantal soa onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) na een jarenlange daling weer begon toe te nemen, werken Schorer en eigenaren van sekslocaties in Amsterdam intensiever samen om ‘veiliger seks’ te bevorderen. Na een lange aanlooptijd ondertekenden Schorer en eigenaren, en later ook organisatoren van seksfeesten, in 2007 de overeenkomst ‘Veiliger Sekslocaties’. Hierin zijn afspraken gemaakt om veilige seks op sekslocaties te stimuleren en gemakkelijker te maken. Het effect van een belangrijk onderdeel hiervan, gratis verstrekking van condooms en glijmiddel, is inmiddels onderzocht. Dit artikel beschrijft het verloop en resultaten van deze community-based omgevingsinterventie tot nu toe. Daarnaast worden de mogelijkheden voor vervolgstappen in Amsterdam en elders aangegeven. Een omgevingsinterventie als deze is noodzakelijk om op sekslocaties verder te kunnen interveniëren, om het individuele gedrag ter plekke verder te beïnvloeden.
achtergrond en ontstaan Vanaf het begin dat hiv/aids in Nederland werd geconstateerd zijn er gerichte preventieactiviteiten geweest op plekken waar seks tussen mannen plaatsvindt: bars met een darkroom, sauna’s, seksfeesten en pornobioscopen. De activiteiten varieerden van het verspreiden van voorlichtingsmateriaal tot de inzet van Dark Angels, vrijwilligers die andere mannen aanspraken op onveilig seksgedrag. Toen stijgende soa-cijfers duidden op een toename van onbeschermde seks, kwam er meer aandacht voor de invloed van fysieke en sociale omgevingsfactoren op het seksuele gedrag van MSM. De sekslocaties zouden als ‘een veiliger omgeving’ moeten worden ingericht: een omgeving die veilige seks stimuleert en ondersteunt in plaats van belemmert of frustreert.
De gedachte om ‘veiliger seksomgevingen’ te gaan creëren, ontstond vanuit verschillende (theoretische) motieven. Seks op deze locaties leek steeds vaker onbeschermd plaats te vinden, zo rapporteerden zowel eigenaren als bezoekers. Tegelijkertijd werd geconstateerd dat de verkrijgbaarheid van condooms te wensen overliet. Bezoekers die geen condooms bij zich hadden, moesten hier veelal om vragen, soms ook betalen. Ook waren sanitaire voorzieningen soms onvoldoende aanwezig of onhandig gesitueerd. Handen wassen tussen de bedrijven door werd als lastig ervaren, hetgeen bij kan dragen aan verspreiding van hepatitis-A. Om deze situatie te verbeteren onderhield Schorer intensief contact met eigenaren, het stadsdeel Centrum en de GGD Amsterdam. In eerste instantie was het doel te komen tot een overeenkomst tussen deze vier partijen: stadsdeel Centrum als de instantie die darkrooms een legale status kon geven (bijv. door vergunningen of bestemmingsplannen), GGD Amsterdam als adviseur op het gebied van de hygiëne, Schorer als uitvoerder van de hiv/soa-preventie in Amsterdam en natuurlijk de eigenaren zelf. Voor eigenaren was het verkrijgen van een legale status van hun locaties (die tot dan toe juridisch niet bestonden) een belangrijke voorwaarde om aan een overeenkomst mee te werken. Vanaf 2006 kwam de samenhang tussen onbeschermde seks en het zoeken van sekspartners in darkrooms ook steeds sterker naar voren uit de Schorer Monitor1,2, waarmee de druk om maatregelen te treffen alleen maar groter werd.
Omdat vooral het regelen hiervan een langdurig proces bleek te zijn en vervolgens de GGD Amsterdam aangaf niet een dergelijke overeenkomst aan te kunnen gaan, vanwege het gebruik van een ‘vignet’ dat als keurmerk kon worden gezien, werd de overeenkomst uiteindelijk beperkt tot twee partijen, de eigenaren en Schorer. Wel heeft GGD Amsterdam zich ervoor ingespannen dat er een hygiëneprotocol voor darkrooms en sauna’s is opgesteld. Vanaf het moment dat er politieke overeenstemming kwam om de darkrooms te legaliseren en eigenaren besloten de kosten voor de gratis condooms zelf te gaan dragen, hebben Schorer en de eigenaren uitvoering gegeven aan het project ‘Veiliger Sekslocaties’.
‘veiliger sekslocaties’: een communitybased omgevingsinterventie Aan de hand van een geïntegreerd model van gezondheidsbevordering2 zijn interventiedoelen geformuleerd, waarmee het gedrag op deze locaties beïnvloed kan worden: allereerst het uit de weg ruimen van barrières voor veiliger seksgedrag, en daarnaast het beïnvloeden van persoonlijke en sociale normen omtrent veiliger seks op deze locaties. Het versterken van de betrokkenheid van eigenaren, bezoekers, overheden en anderen is een belangrijke randvoorwaarde om de gestelde doelen te bereiken.
In de eerste fase van het project werden deze doelen uitgewerkt in drie minimaal te realiseren onderdelen: informatie (aanwezigheid van voorlichtingsmateriaal, toestaan inzet vrijwilligers e.d.), gratis condoom- en glijmiddelverstrekking en aanpassingen in de omgeving (lichtniveau in de darkrooms, sanitair en hygiëne, geen video’s of shows met onbeschermde seks). Deelnemers in Amsterdam kregen de beschikking over ‘Safe Sex Zone’ materiaal: een vignet, een prototype condoom- en glijmiddeldispenser inclusief informatiebordjes, nieuw foldermateriaal en een fluoricerend verkeersbord voor in de darkroom. Voor de grotere seksfeesten werden mobiele dispensers en banieren vervaardigd. Momenteel nemen in Amsterdam zeven van de acht darkrooms, twee van de drie sauna’s en vijf van de zeven seksfeesten deel aan de interventie. In de tweede fase van de interventie komt de nadruk meer te liggen op het beïnvloeden van persoonlijke en sociale normen ten aanzien van veilige seks op sekslocaties.
evaluatie gratis verstrekking en materiaalgebruik Begin dit jaar is onderzoek gedaan naar het effect van gratis condoomverstrekking op het condoomgebruik onder MSM op sekslocaties.3 In Amsterdam vond na de introductie van de gratis verstrekking een eenmalige meting op de locaties plaats onder 848 respondenten. In Rotterdam vond een voormeting (n=375) en een nameting (n=162) plaats. Met de vragenlijst werd het seksuele gedrag op de locatie, en de invloed van gedragsdeterminanten ten aanzien van condoomgebruik in kaart gebracht. Hoewel een zekere mate van sociaal wenselijke beantwoording en selectiebias niet is uit te sluiten, blijkt de intentie om op sekslocaties veilige seks te hebben zowel in Amsterdam als Rotterdam hoog. Het condoomgebruik is met bijna 80% zelfs verrassend hoog. Meer dan 50% van de bezoekers die condooms gebruikten bij anale seks op de sekslocatie (n=302) maakte gebruik van gratis verkregen condooms op de locatie of ergens anders. Driekwart van de respondenten gaf aan dat gratis condoomverstrekking een (heel) positieve invloed heeft op het condoomgebruik. Van de respondenten rapporteerde 15 à 20% alleen een gratis condoom te hebben gebruikt omdat dit beschikbaar was. In tegenstelling tot hetgeen het meest wenselijk is, werden de condoomdispensers niet altijd op de plek waar de seks plaats vindt geplaatst. Vanwege het ontvreemden (‘hamsteren’) van grote aantallen condooms zijn de dispensers vaak beter in het zicht van het personeel geplaatst. Regelmatig contact met eigenaren is nodig om het gebruik van de materialen te blijven monitoren. Dit contact levert ook de nodige informatie op voor verbeteringen en de ontwikkeling van nieuw materiaal. Uit de eerste rondes na de introductie blijkt dat de gratis verstrekking soms nog onvoldoende is, en dat niet overal alle afspraken uit de overeenkomst worden nagekomen. De eerste serie ‘Safe Sex Zone’ materialen, bedoeld om deze te introduceren en bekend te maken bij bezoekers, worden redelijk gebruikt.
toekomstrichting Met het project ‘Veiliger Sekslocaties’ is het mogelijk gebleken een nieuwe impuls te geven aan de hiv/ soa-preventie op indoor sekslocaties. Met het evaluatieonderzoek is het seksuele gedrag van bezoekers van sekslocaties voor het eerst in kaart gebracht. Ook biedt de evaluatie aanknopingspunten voor de verdere ontwikkeling van deze omgevingsgerichte interventie. Naast het uitbreiden van het aantal deelnemende locaties en het blijven monitoren van de gemaakte afspraken, liggen deze bij het versterken van de attitudes, persoonlijke en sociale normen van bezoekers ten aanzien van condoomgebruik op sekslocaties. Hiervoor zijn verschillende bewezen effectieve methoden en strategieën bekend. Deze kunnen het best in samenspraak met de eigenaren, organisatoren en de bezoekers zelf tot een bij de ‘couleur locale’ passende en toegesneden interventie uitgewerkt worden.
ook regionaal Landelijk bestaat er veel belangstelling voor het project en regionale implementatie ligt dan ook voor de hand. In 2009 is het stimuleren en ondersteunen van de landelijke implementatie onderdeel van het Schorer werkprogramma. De ontwikkelde ‘Safe Sex Zone’ materialen komen beschikbaar voor gebruik in de regio’s en de opgedane ervaringen in Amsterdam worden op verschillende manieren overgedragen. Het is aan lokale en regionale GGD’en en eigenaren om tot afspraken over veiliger sekslocaties te komen. Investeren in betrokkenheid van lokale overheden, GGD’en, eigenaren en bezoekers van sekslocaties moet een onderdeel zijn van regionale hiv/ soa-preventie, gericht op MSM. Een stimulerende en ondersteunende inzet van GGD’en ligt hier dan ook voor de hand.
Referenties:
- Hospers HJ, Dörfler TT, Zuilhof W. Schorer Monitor 2006. Amsterdam 2006: Schorer.
- Hospers HJ, Dörfler TT, Zuilhof W, Nijman A. Schorer Monitor 2007. Amsterdam 2007: Schorer.
- Fishbein M. The role of theory in HIV prevention. AIDS Care, 2000; 12, 3: 273-278.
- Osté JP, Bakker BHW, Cremer SW. Gezonde keuzes makkelijk maken. Onderzoek naar gratis condoomverstrekking in sekslocaties. Amsterdam 2008: Schorer en GGD Amsterdam.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|