Onderzoek naar op angst gebaseerde voorlichting
Gevoel van kwetsbaarheid zet aan tot gedragsverandering
Matthieu klein Tank, freelance journalist
Dat roken ongezond is weet iedere roker. Hij of zij wordt er zelfs iedere keer als een pakje wordt opgepakt aan herinnerd door teksten als: ‘roken kan leiden tot een langzame en pijnlijke dood’ en ‘roken leidt tot onvruchtbaarheid’. Toch gaan velen er gewoon mee door. Uit de wetenschappelijke literatuur weten we ook allang dat dergelijke op angst gebaseerde voorlichting lang niet altijd werkt, stelt onderzoekster Natascha de Hoog van de vakgroep Sociale en Organisatie Psychologie van de Universiteit Utrecht. Ze deed een promotieonderzoek om te kijken onder welke condities dit soort voorlichting wél effectief is.
Als je er maar genoeg van doordrongen bent hoe slecht bepaald gedrag voor je is, dan laat je het wel. Dat is de gedachte achter op angst inspelende voorlichting. De boodschap moet, zo veronderstelt de theorie, wel vergezeld gaan van een geschikt advies om de dreiging weg te nemen of te verminderen. Denken mensen dat ze dat advies toch niet op kunnen volgen, dan zullen ze de dreiging die besloten ligt in de voorlichtingsboodschap proberen te minimaliseren. (‘Mijn opa heeft altijd gerookt en die werd tachtig.’) Vaak richt voorlichting zich vooral op het benadrukken van de schadelijkheid van bepaald gedrag, stelt De Hoog vast. Ze deed experimenten waarin ze ook de invloed van andere factoren kon beoordelen. Met name ‘kwetsbaarheid’ bleek een belangrijke factor bij het al dan niet opvolgen van een preventieadvies.
manipulatie In het onderzoek werd door middel van experimenten gemanipuleerd met die kwetsbaarheid. Proefpersonen werd bijvoorbeeld gevraagd mee te werken aan een onderzoek naar een nieuwe test, die zogenaamd vast zou kunnen stellen hoe groot de kans is dat iemand RSI-klachten zal ontwikkelen. Met een computermuis moesten de deelnemers patronen die op een beeldscherm getoond werden volgen. Een computerprogramma zou op basis daarvan kunnen bepalen hoe groot hun kwetsbaarheid is, zo werd hen voorgehouden. Een deel van de proefpersonen kreeg te horen dat ze een grote kans liepen op RSI, een willekeurig ander deel kreeg juist te horen dat er voor hen weinig risico was. De eerste groep bleek meer gemotiveerd om aan een anti-stress cursus deel te nemen waarmee de kans op RSI verkleind zou kunnen worden.
De Hoog manipuleerde ook andere aspecten van de boodschap, zoals de ernst van het gezondheidsrisico, de kwaliteit van de argumenten om met bepaald gedrag te stoppen, de bron van het advies (heeft die veel gezag of niet) en de inspanningen die nodig zijn om de aanbeveling op te volgen. Die aspecten bleken wel van invloed op het serieus nemen van de voorlichtingsboodschap, maar nauwelijks op de intentie om het advies op te volgen.
Kwetsbaarheid, het gevoel dat je zelf te maken kunt krijgen met het gezondheidsrisico, bleek de meeste invloed te hebben op intentie en gedrag. Voelen mensen zich eenmaal kwetsbaar, dan doen die andere factoren er weinig meer toe, zo bleek. Mensen die zich kwetsbaar voelen zijn nog steeds, meer dan degenen die het idee hebben dat ze zelf geen risico lopen, geneigd de angstboodschap te relativeren. Dit onderstreept nog eens dat mensen gezondheidsvoorlichting vertekend waarnemen. Maar uit dit onderzoek blijkt dat die vertekening ook positief uit kan pakken. Want over de aanbevelingen die werden gegeven om het risico te verminderen denken de kwetsbaren juist positiever dan degenen die zich geen zorgen maken. Als je reden hebt je zorgen te maken over een gezondheidsrisico, wil je blijkbaar maar al te graag geloven dat je dankzij die aanbeveling die bedreiging weg kunt nemen. Andere wetenschappelijke studies die De Hoog door middel van een meta-analyse bij haar onderzoek betrok, kwamen tot vergelijkbare conclusies.
vaccinatiecampagnes Voorlichters moeten er dus meer werk van maken mensen ervan te overtuigen dat ze persoonlijk risico lopen, is de conclusie van De Hoog. In haar experimenten bereikte ze dat door te manipuleren. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat voorlichters dat in de praktijk gaan toepassen. Maar hoe kunnen ze dan wel te werk gaan? Volgens John de Wit, co-promotor van De Hoog, is een voorlichtingscampagne die homo’s ervan moet overtuigen een vaccinatie tegen hepatitis-B te halen een goed voorbeeld. Deze campagne, die door de Universiteit Utrecht in samenwerking met GGD-Nederland en Schorer wordt uitgevoerd, benadrukt hoeveel mannen het afgelopen jaar met deze aandoening te maken kregen. Bij het aan de campagne gekoppelde onderzoek werd ook gekeken waarom zo weinig homo’s zich tot nu toe hebben laten vaccineren. De meerderheid bleek er niet van op de hoogte dat ze zich hiervoor gratis bij onder andere de GGD kunnen melden. Ook was er angst voor de sociale consequenties: vrienden zouden kunnen denken dat ze deze bescherming zoeken omdat ze zoveel onveilige seks hebben. En mensen met een vaste relatie gingen er veelal vanuit dat ze toch geen risico liepen.
Deze informatie werd verwerkt in ‘scenario’s’: voorbeeldpersonages schetsen verschillende situaties die telkens herkenbaar zijn voor een deel van de doelgroep. Op een internetsite (www.homohep) wordt mensen gevraagd stellingen aan te vinken die ze van toepassing vinden op zichzelf. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb alleen seks met een vaste partner, dus ik hoef me niet te laten vaccineren tegen hepatitis B’. Degenen die dit antwoord invullen krijgen vervolgens een verhaaltje te lezen van iemand in dezelfde situatie, die desondanks te maken kreeg met hepatitis-B.
geen gelukkig voorbeeld Nu heeft deze campagne wel erg ideale condities om de theorie toe te passen. Het gaat om een ernstig gezondheidsrisico waartegen je je effectief en gemakkelijk kunt beschermen met een gratis vaccin. Zo eenvoudig is het vaak niet, benadrukt Gerjo Kok, decaan van de faculteit psychologie van de Universiteit Maastricht. Neem bijvoorbeeld het roken. Dat ze een groot gezondheidsrisico lopen beseffen rokers wel degelijk, onderstreept Kok. Maar omdat ze eraan verslaafd zijn is het voor velen bijzonder lastig de aanbeveling om te stoppen op te volgen. Kok vindt het goed dat het onderzoek van De Hoog een betere onderbouwing geeft van het effect van angstcommunicatie, omdat nu vaak te gemakkelijk wordt gedacht dat mensen bang maken werkt. Maar denk nu niet dat inspelen op kwetsbaarheid in alle gevallen de sleutel is tot succes, benadrukt Kok. Roken is inderdaad geen gelukkig voorbeeld, erkent De Hoog. Ze stelt in haar proefschrift dat de huidige waarschuwingen op pakjes sigaretten weinig uithalen, maar ze weet niet direct wat er dan wel op zou moeten komen te staan. Het is volgens haar sowieso de vraag of een paar regels tekst op een verpakking veel effect kunnen hebben op gedrag.
Het is niet reëel te veronderstellen dat gezondheidsvoorlichting bij iedereen effect zal hebben. Dat roept de vraag op of het benadrukken van de persoonlijke kwetsbaarheid voor degenen bij wie het niet werkt ook negatieve gevolgen kan hebben. Iemand die rookt, veel drinkt en wel eens onveilige seks heeft, beschermt zijn eigen gemoedsrust nu nog met de onjuiste aanname dat het met de negatieve gevolgen allemaal wel mee zal vallen. Maar wat als die vlucht in schijnzekerheid hem of haar ontnomen wordt? Kweek je daarmee niet een grote groep hypochonders die zich in deze wereld vol risico’s niet meer gelukkig kunnen voelen? De Hoog denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen, juist omdat het effect van voorlichting, ook als die effectiever wordt door gebruik te maken van het inspelen op kwetsbaarheid, altijd beperkt zal zijn.
top
|