Vuistregels bij risico-inschatting - Beter een goed verhaal dan een ernstig cijfer
Fraukje Mevissen, Onderzoeker, Capaciteitsgroep Gezondheidsvoorlichting, Universiteit Maastricht
Om mensen te overtuigen van het risico dat ze lopen bij onveilig vrijen wordt meestal al snel ingegaan op de omvang van het gelopen risico van een soa. Maar ondanks jarenlange voorlichting kunnen we ons afvragen of deze benadering effectief genoeg is; het aantal soa lijkt in Nederland eerder toe dan af te nemen.
kanscijfers alleen onvoldoende Het erkennen van de eigen vatbaarheid voor een gezondheidsrisico is een belangrijke stap voor gedragsverandering.1 Iemand zal zelf moeten inzien dat er een reële kans bestaat om geïnfecteerd te raken met een soa, alvorens bijvoorbeeld een condoom te gebruiken. Helaas onderschatten velen die mogelijkheid nog altijd. Het is in zekere zin dus logisch om de kanscijfers te benadrukken in voorlichting. Maar er is meer aan de hand. Over het algemeen baseren mensen hun risicoschatting niet alleen op harde feiten en cijfers. In veel gevallen maakt men bij het maken van een kansschatting gebruik van vuistregels, zogenoemde heuristieken.2 Vaak leidt dit tot een redelijke inschatting, die dicht in de buurt komt van de werkelijke kans. Maar geregeld kan dat ook tot een sterk afwijkende inschatting leiden. Deze heuristieken, zoals de beschikbaarheidheuristiek, de simulatieheuristiek en de representativiteitsheuristiek, zijn de moeite waard eens nader te bekijken.
beschikbaarheidheuristiek Een gebeurtenis die zich dikwijls herhaalt, en waarop de kans dus relatief groot is, kan men zich meestal goed herinneren. Onze hersens leggen een onbewuste schakel: hoe vaker iets gebeurt, des te scherper de herinnering (en dus beter beschikbaar). Maar ook gebeurtenissen die veel indruk hebben gemaakt, worden goed herinnerd. Dit kan leiden tot een associatiefout; we denken dat iets vaak gebeurt omdat we er een scherpe herinnering aan hebben. Een voorbeeld hiervan is dat we geneigd zijn de kans op een auto-ongeluk met dodelijke afloop te overschatten ten opzichte van een ongeluk met slechts wat blikschade. Van een auto-ongeluk met dodelijke afloop hebben we een scherp beeld, een duidelijke herinnering, omdat het zeer indringend nieuws is. Alleen wat blikschade maakt duidelijk minder indruk. Zo zie je ook dat mensen de kans op een bepaalde ziekte hoger inschatten wanneer ze iemand in hun directe omgeving kennen die de ziekte heeft. Ze hebben dan een levendig voorbeeld van de ziekte goed in hun herinnering opgeslagen. Maar deze redenatie kan ook tot iets anders leiden. Wanneer je aan bepaalde gebeurtenissen nauwelijks een herinnering hebt, ga je automatisch concluderen dat ze dus ook niet vaak voorkomen. Een dergelijke inschattingsfout zou de oorzaak kunnen zijn dat velen hun eigen kans op een soa onderschatten. Soa krijgen weinig aandacht van de media, en van vrienden en kennissen horen we er doorgaans ook weinig over. Er wordt niet over gepraat, we hebben geen opvallende voorbeelden. Velen krijgen dan de indruk dat het wel meevalt. ‘Ik kan me niet herinneren dat ik iemand ken die een soa heeft of heeft gehad.’
simulatieheuristiek Een andere manier waarop de kans op een gebeurtenis of ongeval wordt beoordeeld is op grond van de ‘voorstelbaarheid’. Naarmate het gemakkelijker is zich een bepaalde gebeurtenis voor te stellen (mentaal te simuleren) zal men de kans op die gebeurtenis groter inschatten. Een voorbeeld: ‘Stel dat ik je vraag om verschillende redenen te bedenken waardoor je te laat kunt komen op een belangrijke afspraak. Vervolgens vraag ik je om de kans in te schatten dat je ook echt te laat komt. Wanneer je vrij gemakkelijk verschillende “te laat komen”-scenario’s kunt bedenken, zul je de kans dat het ook echt gebeurt groter inschatten dan iemand die niet gemakkelijk allerlei “te laat komen”-scenario’s heeft bedacht.’ Dit blijkt niet alleen te werken bij het zich kunnen voorstellen van een gebeurtenis, maar ook bij het zich voorstellen van bepaalde symptomen van een ziekte. Uit onderzoek is gebleken dat men de kans op een ziekte hoger inschatte wanneer men zich de symptomen gemakkelijker kon voorstellen.3 We kunnen de voorstelbaarheid van een gebeurtenis vergemakkelijken door bijvoorbeeld het aanbieden van een beschrijving van die gebeurtenis. Wanneer we mensen zo’n beschrijving (scenario) aanbieden, zou dat moeten leiden tot een hogere schatting van de kans dat die gebeurtenis plaatsvindt. Enkele onderzoekers hebben deze effecten bestudeerd. Inderdaad bleek dat in een aantal gevallen de kans op een soa groter werd ingeschat wanneer men eerst een verhaal had gelezen over een persoon die geïnfecteerd was geraakt.4 Vooral voor soa met een lage besmettingskans zou dit een betere voorlichtingsmethode kunnen zijn dan het geven van kansinformatie.
representativiteitsheuristiek Om te beoordelen of een persoon tot een bepaalde risicocategorie behoort, gaat men vaak af op oppervlakkige kenmerken van die persoon. Ook het risico van een soa of hiv-infectie wordt nog altijd sterk gekoppeld aan risicogroepen. Heroïneprostituees en homoseksuele mannen worden duidelijk gezien als ‘grote kanshebber’, terwijl aan een erg knappe en ‘nette’ potentiële partner een lage kans wordt toegeschreven. Een onderzoek, waarbij gebruik werd gemaakt van foto’s, toonde aan dat iemand die er knap uitzag veel minder snel een hiv-status kreeg toegekend dan een minder aantrekkelijk persoon.5 Een vergelijkbaar onderzoek liet zien dat zelfs wanneer het seksuele verleden van de persoon risicovol was, positieve eigenschappen als ‘begripvol’ en ‘behulpzaam’ uiteindelijk zorgden voor een lage inschatting van de kans dat die persoon een soa had.6
verhalen of cijfers In veel gevallen is onwetendheid een oorzaak van onveilig vrijen. Maar niet alleen een gebrek aan kennis van kanscijfers, ook het onbewuste gebruik van heuristieken leidt dus tot een onderschatting van soa-risico’s. Nu is het natuurlijk de vraag, in hoeverre we hiermee binnen voorlichting en preventie rekening kunnen houden. Een deel van het probleem blijft dat veel soa-geïnfecteerden hun infectie verborgen houden. Hier is weinig aan te doen, maar het zal het stereotype beeld van risicogroepen in stand houden. Waarschijnlijk is een goed verhaal dan een oplossing. Ervaringsverhalen of foto’s van ‘gewone’ mensen lijken veelbelovend om kansschatting en condoomgebruik te verhogen. Hoe inzetbaar die strategieën zijn, en in welke mate we gebruik kunnen maken van heuristieken, zal onderzoek de komende tijd moeten uitwijzen.
Referenties
- Fisher JD, Fisher WA. Changing AIDS risk behavior.
Psychological Bulletin 1992, 111: 455-74.
- Tversky A, Kahneman D. Judgment under uncertainty:
Heuristics and biases. Science 1974, 185 (4157):1124-31.
- Sherman SJ, Cialdini RB, Schwartzman DF, Reynolds
KD. ‘Imagining can heighten or lower the perceived likelihood of contracting a disease: the mediating effect of ease of imagery.’ Personality and Social Psychology Bulletin 1985, 11(1):118-127.
- Mevissen FEF, Ruiter RAC, Feenstra H, Meertens RM,
Schaalma H. (submitted). HIV/STD risk communication. The effects of risk-scenario information and frequency based risk information on perceived susceptibility to Chlamydia and HIV.
- Thompson SC, Kyle D, Swan J, Thomas C, Vrungos S.
‘Increasing condom use by undermining perceived invulnerability to HIV.’ AIDS Education and Prevention 2002, 14(6):505-14.
- Knäuper B, Kornik R, Atkinson K, Guberman C, Aydin C.
‘Motivation in.uences the underestimation of cumulative risk.’ Personality and Social Psychology Bulletin 2005, 31(11):1511-23.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|