Jaargang 3, nummer 2 - juni 2006 Terug naar home
Print versie
Vrouwenverhalen als preventiemethode


Soa/hiv-preventie voor Afro-Surinaamse en Antilliaanse vrouwen

 Madelief Bertens, Onderzoeker, Universiteit Maastricht, Faculteit der Gezondheidswetenschappen, Capaciteitsgroep Gezondheidsvoorlichting
Ellen Eiling, Junior Onderzoeker, Universiteit Maastricht, Faculteit der Gezondheidswetenschappen, Capaciteitsgroep Gezondheidsvoorlichting
Herman Schaalma, Universitair Hoofddocent, Universiteit Maastricht, Faculteit der Gezondheidswetenschappen, Capaciteitsgroep Gezondheidsvoorlichting en Faculteit der Psychologie, Capaciteitsgroep Experimentele Psychologie


Het groepsgewijs uitwisselen van ideeën over seksuele relaties, in de vorm van verhalen, kan helpen taboes hieromtrent te doorbreken. Met het project ‘Uma tori!’ is geprobeerd Antilliaanse en Afro-Surinaamse vrouwen - door het elkaar laten vertellen van verhalen hierover - te sterken bij het ‘onderhandelen’ over veilige seks met een partner.

voorgeschiedenis en doel In 2001 is begonnen met de ontwikkeling van een soa/hiv-preventieproject onder Afro-Surinaamse en Antilliaanse vrouwen in Nederland. In samenwerking met vrouwen uit de doelgroep en het NIGZ, heeft de Universiteit Maastricht, Capaciteitsgroep Gezondheidsvoorlichting (GVO), de interventie ‘Uma Tori! Kòmbersashon de hende muhé’ opgezet.
Het programma is ontwikkeld aan de hand van intervention mapping en voor een groot deel gebaseerd op zelfregulatie en empowerment. Voorlichters Eigen Taal en Cultuur (VETC) van de GGD’en Rotterdam, Amsterdam en Den Haag hebben het programma uitgevoerd in de periode 2004-2005. Uma Tori werd gegeven aan 41 groepen van gemiddeld tien vrouwen, verdeeld over vijf bijeenkomsten. In Rotterdam gaven vijf VETCers voorlichting aan 28 groepen. In Amsterdam waren drie VETCers werkzaam, die voorlichting gaven aan zeven groepen en in Den Haag heeft een voorlichtster het project uitgevoerd bij zes groepen. In totaal hebben bijna 400 vrouwen (de helft van Surinaamse afkomst) aan het project deelgenomen, waarvan 90% bij alle vijf bijeenkomsten aanwezig was. Over het algemeen is het project zeer enthousiast ontvangen door de VETCers en de deelneemsters.

Het doel van de voorlichting was dat vrouwen gezonde seksuele relaties kunnen aangaan en behouden, en seksualiteit en veilig vrijen kunnen bespreken. Verder beoogt Uma Tori dat vrouwen binnen seksuele relaties een betere inschatting kunnen maken van de persoonlijk risico’s die ze lopen en dat ze meer inzicht krijgen in hun machtspositie. Voorts zijn vrouwen na afloop van Uma Tori beter in staat om een persoonlijke strategie te kunnen bepalen om veiliger te vrijen. Consistent condoomgebruik is slechts één van deze strategieën.

seksuele levenslijn ‘Uma Tori! Kòmbersashon di hende muhé’ betekent in het Sranan en Papiamentu letterlijk vrouwenverhalen en conversatie tussen vrouwen. Dat is ook waar het hele programma om draait.
Het vertellen van ‘tori’s’ is een belangrijk aspect van de Surinaamse cultuur. Door het vertellen van hun eigen verhaal en het luisteren naar verhalen van anderen, kunnen vrouwen zich bewust worden van hun eigen seksuele gedrag. Zij leren van beslissingen die anderen hebben genomen door ervaringen uit te wisselen en hierover te discussiëren. Ieder verhaal is anders, iedere vrouw zal andere vragen hebben over relaties en seksualiteit. Binnen Uma Tori mogen vrouwen zelf de voor hen belangrijke thema’s aandragen, zodat de voorlichting zo optimaal mogelijk aansluit bij de wensen van de deelneemsters.
Voordat vrouwen in groepsverband gevoelige onderwerpen bespreken, is vertrouwen en intimiteit nodig. Uit ons vooronderzoek bleek onder andere dat Surinaamse en Antilliaanse vrouwen sterke sociale vrouwennetwerken hebben. We hebben gekozen voor een tupperwareparty model om vrouwen te werven, zodat we gebruik konden maken van deze sociale netwerken. In de praktijk houdt dit in dat een gastvrouw een groepje uit haar eigen netwerk samenstelt. De gastvrouw werft, motiveert en enthousiasmeert de deelneemsters. De voorlichtster brengt het gesprek op gang, leidt de discussie en past waar nodig specifieke zelfregulatiemethodieken en werkvormen toe. De belangrijkste methodiek of werkvorm van Uma Tori is de ‘levenslijn’. In deze oefening tekenen vrouwen hun eigen seksuele levenslijn. Vrouwen worden aangemoedigd om na te denken over hun seksuele relaties, welke risico’s ze hebben genomen, of er specifieke risicovolle situaties zijn, en met welke partners zij wel of niet veilig vrijen. Vrouwen zijn zelf het beste in staat om de voor hen meest geschikte en realistische strategieën te bedenken om veiliger te vrijen. Consistent condoomgebruik is ongetwijfeld de veiligste manier, maar niet in iedere relatie een reële optie. Bijvoorbeeld, voor vrouwen die al jaren getrouwd zijn, is het moeilijk hun partner te overtuigen van condoomgebruik zonder de relatie onder druk te zetten. Communicatie- en onderhandelingsvaardigheden, seksuele assertiviteit en eigenwaarde zijn belangrijk om met een partner tot goede afspraken te komen over veilig vrijen. De meest realistische strategie zal verschillen per situatie, partner en relatie. Vrouwen zullen in iedere nieuwe situatie (en binnen iedere seksuele relatie), de stappen van zelfobservatie en zelfevaluatie moeten doorlopen om telkens tot een goed doordachte keuze te komen over de noodzaak tot veilig vrijen en welke strategie het meest realistisch is.
Uma Tori tracht bij te dragen aan de zelfstandigheid van vrouwen, zodat zij zelf verantwoordelijkheid nemen in hun seksuele relaties. In hoeverre is het programma hierin geslaagd?

Figuur 1evaluatie van uma tori Ten behoeve van de evaluatie hebben de deelneemsters voor en na het project een vragenlijst ingevuld. Deze bevatte vragen over determinanten van seksueel risicogedrag, zoals kennis met betrekking tot soa/hiv, attitude en ervaren sociale norm ten aanzien van strategieën van veilig vrijen en eigen effectiviteit (ofwel het vertrouwen in het vermogen) om te onderhandelen over veilige seks. We verwachtten dat deze factoren de communicatie met de partner over veilig vrijen en condoomgebruik beïnvloeden.1
Uit de effect- en de procesevaluatie van Uma Tori is gebleken dat de deelneemsters na het voorlichtingsprogramma beter op de hoogte waren van soa/hiv en de preventie daarvan dan voorafgaand aan het project. Ook waren zij zich bewuster van hun eigen seksuele risico’s. 2,3 De vrouwen stonden na de voorlichting positiever tegenover veilige manieren van vrijen; zij hadden ook een grotere eigen effectiviteit en sterkere intentie om deze strategieën uit te voeren. Uit de effectmeting bleek vervolgens dat de vrouwen na Uma Tori daadwerkelijk meer met hun partner over veilig vrijen spraken dan voorafgaand aan het project (zie figuur 1).2
Seksuele communicatie tussen partners hangt nauw samen met het gebruiken van condooms.4 Uit de effectevaluatie van Uma Tori bleek dat een toename van seksuele communicatie samenhing met een toename van consistent condoomgebruik. Figuur 2 laat zien in hoeverre deelneemsters vaker condooms zijn gaan gebruiken na het voorlichtingsprogramma. De toename van condoomgebruik bleek echter alleen significant bij de vrouwen die tijdens het project een nieuwe relatie kregen. Een verklaring hiervoor kan zijn, dat de vrouwen die geen (nieuwe) relatie hadden, de voorkeur gaven aan andere strategieën om veilig te vrijen. Daarom is de deelneemsters gevraagd wat zij verstaan onder veilig vrijen (zie figuur 3), waaruit blijkt dat zij over het algemeen de voorkeur gaven aan condoomgebruik. Na het project gaven zelfs meer vrouwen de voorkeur aan het gebruiken van condooms dan voorheen, terwijl minder vrouwen voor andere (minder veilige) strategieën kozen.

De veranderingen bij de determinanten van veilig vrijen en seksuele communicatie varieerden bij vrouwen met verschillende demografische kenmerken. De effecten zijn het grootst gebleken bij vrouwen die ten tijde van het project een partner hadden, vrouwen met een lager opleidingsniveau en Antilliaanse vrouwen. Bij deze vrouwen is de attitude ten aanzien van veilig vrijen, eigeneffectiviteit en intentie om strategieën van veilig vrijen te bespreken en uit te voeren het meeste toegenomen. Over het algemeen scoorden deze groepen bij de aanvang van het project lager op deze constructen, waardoor bij hen simpelweg meer winst te behalen was. Bovendien bleek uit de evaluatie dat de veranderingen groter waren bij vrouwen die tijdens alle voorlichtingssessies aanwezig waren dan bij vrouwen die twee of meer sessies gemist hadden. Een dergelijke dosis-respons relatie kan erop wijzen dat de beschreven effecten toe te schrijven zijn aan het voorlichtingsprogramma.

beperkingen van het onderzoek De voornaamste beperkingen van het onderzoek zijn het ontbreken van een controlegroep en een langetermijnmeting. Er zijn secundaire analyses uitgevoerd om te achterhalen in hoeverre de effecten op determinanten van seksueel risicogedrag daadwerkelijk aan Uma Tori zijn toe te schrijven. Het is bijvoorbeeld denkbaar, dat de veranderingen zijn veroorzaakt doordat de deelneemsters tweemaal dezelfde vragenlijst moesten invullen. Hiervoor zijn de gegevens van de deelneemsters die twee keer een vragenlijst hebben ingevuld vergeleken met die van de vrouwen die alleen een nameting hadden ingevuld. Aanvullend is gekeken of deelneemsters die gestopt waren met het project qua persoonlijke kenmerken verschilden van de vrouwen die het gehele programma hebben gevolgd. Uit deze analyses kon geconcludeerd worden dat de resultaten niet zijn beïnvloed door de vragenlijst of door het meten bij een selectieve gemotiveerde groep.
Tot slot zijn de intieme vragen over condoomgebruik slechts door weinig deelneemsters volledig ingevuld, waardoor de conclusies over deze uitkomstmaat voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd.

conclusie Door de toegenomen seksuele assertiviteit van de vrouwen is seksualiteit en veilig vrijen beter bespreekbaar geworden. Vrouwen hebben daarnaast geleerd hun risico van soa/hiv-infectie te analyseren en te onderhandelen over de mogelijkheden om veiliger te vrijen. De programmadoelen van het project zijn dan ook grotendeels behaald.
Een belangrijke bijkomstigheid van het Uma Tori project is de bijdrage aan het doorbreken van het taboe op seksualiteit onder Antilliaanse en Surinaamse migranten.
Ook al is er geen duidelijke risicovermindering aangetoond - vrouwen zijn niet meer condooms gaan gebruiken - , Uma Tori heeft de deelneemsters wel de benodigde handvatten gegeven om hun eigen risico van het oplopen van een soa te verkleinen. 


top
zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Redactioneel - Jan van Bergen, Cor Blom
   
Lezersonderzoek Soa Aids Magazine
   
PEP na een prikaccident - Nori Jorna, Rolf Appels
   
Huidafwijkingen aan de vulva en vagina: Lichen sclerosus van de vulva - R. van den Bos, W. van der Meijden
   
Soa/hiv-preventie door huisartsen in achterstandswijken - Eva de Feijter
   
Voorlopige cijfers 2005 van het SOA Peilstation - M. de Boer, M. van de Laar
   
Vuistregels bij risico-inschatting - Fraukje Mevissen
   
Vrouwenverhalen als preventiemethode
   
Safesex.nl – boekje voor jongeren in buitenschoolse situaties - H. Roosjen
   
Sociaalverpleegkundige Inge de Castro over voorlichting aan prostituees - Matthieu klein Tank
   
Nieuwe soa-polikliniek GGD Amsterdam - M. Kolader, H. Thiesbrummel, E. van Leent
   
Veilig bloed: een voetnoot in aidsbestrijding! - Cees Smit
   
Hiv/aidsbeleid op de werkvloer - Yvette Fleming