Jaargang 3, nummer 5 - december 2006 Terug naar home
Print versie
Het antwoord van de preventie op de toename van onveilige seks


Roep om heldere normen binnen de homogemeenschap

Matthieu klein Tank - freelance journalist

Een klein aantal homo’s vrijt bewust onveilig. Als reactie klinkt steeds vaker de roep om preventie waarbij deze groep nadrukkelijker op de eigen verantwoordelijkheid wordt aangesproken. Een aantal deskundigen spreekt zich uit over de vraag of dit zal leiden tot effectievere preventie.

Bezoekers van homosauna’s en darkrooms worden er regelmatig mee geconfronteerd: mannen die zich aan seks overgeven alsof er geen hiv en soa bestaan. Er zijn zelfs specials party's voor homo’s die seks willen hebben zonder condoom. En op chatsites waar mannen contact met elkaar zoeken, geeft een kleine groep aan dat ze niet van plan zijn veilig te vrijen. Condooms nemen voor hen het plezier in seks weg, en ach, het zit er toch wel in dat ze een keer hiv op zullen lopen. En zo erg is dat toch niet meer, gezien de huidige behandelingsmogelijkheden.

Fatwa Deze barebackers roepen van tijd tot tijd felle reacties op. Publicist Herman Vuijsje bepleitte in september 2005 in de Volkskrant een ‘fatwa op onveilige seks’, uit te spreken door de homobeweging. De Schorerstichting, onder andere verantwoordelijk voor de op homo’s gerichte preventie, voelde daar niks voor. Maar ze vond wel dat er iets gedaan moest worden aan de “sfeer van vrijheid-blijheid”, die heerst op plekken waar mannen seks met elkaar hebben. Barbara Blommerde, beleidsmedewerker Infectieziekten bij VWS, vindt het de hoogste tijd dat binnen die homobeweging een discussie op gang komt. In het Schorermagazine van september 2005 liet ze weten: ‘Wat mij verbaast is dat het lijkt alsof de homogemeenschap geen probleem heeft met de kleine groep die het verpest voor de anderen.’

Op het congres ter gelegenheid van Wereld Aids Dag kregen degenen die de doelgroep nadrukkelijker willen wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid, steun uit onverwachte hoek. Jelle Houtsma, voorzitter van de Hiv Vereniging Nederland, constateerde dat nu je met hiv een redelijk normaal leven kunt leiden, ook het risico normaler gevonden wordt. In die op zichzelf positieve ontwikkeling schuilt volgens hem een groot gevaar: ‘Want met het normaliseren van het risico van hiv, is er een tendens op gang gekomen die bedenkelijk is: de afname van verantwoordelijkheid om hiv en soa niet te krijgen.’ Houtsma, die nadrukkelijk aangaf niet namens de Hiv Vereniging te spreken, wil dat het roer omgaat. ‘Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om of we met z'n allen in de Nederlandse homowereld een moraal willen formuleren en handhaven waarin helderheid is over wat de norm is.’

Moralisme Roel Coutinho stond jarenlang, onder andere als directeur van de Amsterdamse GGD, bekend als criticus van het Nederlandse preventiebeleid. In de jaren tachtig van de vorige eeuw pleitte hij al voor het sluiten van darkrooms. Wie denkt dat hij wel blij zal zijn met het pleidooi voor het stellen van duidelijke normen heeft het echter mis. ‘Ik voel weinig voor moralisme’, laat hij weten. ‘Dat ik destijds de sauna’s wilde sluiten was ook niet moraliserend, maar pragmatisch. Ik vind wel dat er veel meer rondom hiv-positieven moet gebeuren. Dat was lange tijd taboe; benadrukt werd dat iedereen voorzichtigheid in acht moet nemen. Maar het is natuurlijk wel zo dat de hiv-positieven, en dat zijn ook degenen die dat niet weten omdat ze nooit getest zijn, de bron zijn voor de verdere verspreiding van hiv. We doen op dat gebied al wel wat, maar er moet nog meer gebeuren.’

Volgens Ton Coenen, directeur van Soa Aids Nederland, is de voorlichting, met boodschappen als “Ik vrij veilig of ik vrij niet”, altijd al normatief geweest. En hij vervolgt: ‘Waar de discussie om gaat is of het slechts een individuele aangelegenheid is, of dat we elkaar er ook op aan mogen spreken. En vooral dat we mogen zeggen wat niet mag. Ik vind dat we elkaar aan mogen spreken, zolang iedereen uiteindelijk zijn eigen keuze kan maken. Zonder dat ie daarin verketterd wordt.’
Coenen denkt ook niet dat er momenteel sprake is van normloosheid. ‘Uit al het onderzoek komt dat mensen in principe de intentie hebben om soa en hiv te voorkomen, maar dat het er lang niet altijd van komt.’
Dat constateert ook Gerjo Kok. ‘Buitenstaanders denken vaak dat mensen niet veilig wíllen vrijen, terwijl het erom gaat dat ze dat niet kúnnen.’ Hij hecht ook niet teveel waarde aan de vanuit VWS komende roep om meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. ‘Dat past in de huidige politiek, maar heeft niets met wetenschappelijke evidentie te maken.’


Foto: Jan Carel Warffemius


Foto: Marjolein Annegarn


Foto: Jan Carel Warffemius


Foto: Jan Carel Warffemius


Ferdinand Strijthagen, directeur van Schorer, denkt wel dat er sprake is van een toename van onbeschermde seks en hij signaleert ook dat mannen elkaar in darkrooms en dergelijke minder gemakkelijk aanspreken op dit gedrag. Maar de roep om meer normatieve voorlichting is volgens hem ook een gevolg van verbeteringen in de hiv- en soa-surveillance en het monitoren van gedrag. ‘Meer dan voorheen worden we jaarlijks op de cijfers en het gedrag gedrukt. Die kennis heeft op zich al tot een roep om normatievere voorlichting geleid.’
De preventie moet zeker iets doen met de geconstateerde toename van onveilige seks, vindt Strijthagen. ‘Dat kan op verschillende wijzen en vaak juist niet door “ach en wee” te gaan roepen. De juiste strategieën zijn zeker niet altijd te typeren als “‘normatief”.’
Het benadrukken van de eigen verantwoordelijk van mannen die seks hebben met mannen voor de eigen gezondheid en die van de partner, is volgens Strijthagen prima. ‘Al sinds 2002 probeert Schorer dat bespreekbaar te maken. We kunnen iets dergelijks pas doen als daarover in het hiv/soa-veld een grote mate van consensus bestaat. Wij merkten echter dat samenwerkingspartners daar aanvankelijk niet voor voelden. Misschien legden we toen teveel nadruk op mannen met hiv en bestond er bij die partners angst voor stigmatisering. In ieder geval lijkt er nu meer sprake van “momentum”, want inmiddels zitten we met die partners meer op één lijn.’

Harm-reduction Dat mannen seks met elkaar hebben zonder condoom, betekent niet automatisch dat ze de risico‘s negeren. Zo kiezen sommige hiv-positieven er voor alleen met elkaar zonder condoom te neuken. De Schorer koos ook voor harm-reduction (reduceren van schade aan de gezondheid) bij een deel van de hiv-positieve doelgroep, constateert Kok. ‘Die benadering is nu ook vrijwel verdwenen. Terecht denk ik, want het risico is daarbij te groot. Bovendien hebben we de mogelijkheden van gedragsbeïnvloeding nog onvoldoende benut.’ Ton Coenen is niet zo uitgesproken tegen harm-reduction. We weten immers dat altijd veilig vrijen niet voor iedereen haalbaar is, meent hij. ‘Maar als daar problemen mee zijn moeten we er minder aan vast blijven houden. Uit het monitoronderzoek blijkt dat negotiated safety nogal eens onveilig is. Dat moet je dus niet blind blijven promoten. En in Nederland - waar zoveel homomannen hun serostatus niet kennen - moet je goed nadenken voordat je over serosorting begint. Ik vind wel dat je erg duidelijk moet zijn dat de norm in principe “veilig vrijen” blijft - maar je zult wat meer nuance moeten brengen in wat dat dan is.’

Van meer normatieve voorlichting verwachten de geraadpleegde deskundigen blijkbaar weinig. Over wat wél een goede aanpak is, zijn ze het redelijk eens. Allemaal benadrukken ze de wenselijkheid om meer mensen te overtuigen van de noodzaak zich te laten testen. Coutinho verwacht veel van het meer toesnijden van voorlichting op specifieke doelgroepen, vooral via internet. En Kok vindt dat er meer aandacht moet komen voor omgevingsfactoren. Wat hem betreft zou Amsterdam een voorbeeld moeten nemen aan Rotterdam, waar seksinrichtingen zijn gesloten omdat ze te weinig aan bevordering van veilige seks deden. In Amsterdam krijgt zo‘n beleid pas sinds kort vorm. En, zo constateert Kok, is ‘Amsterdam de enige grote plaats in de westerse wereld waar condooms niet vrij verkrijgbaar zijn.’
top
zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
Seksuele gezondheid van mensen met hiv - Jan van Bergen, Cor Blom
   
Hiv en seksualiteit - Rik van Lunsen
   
Huisarts en seksueel actieve hiv-patiënt - Michou Mastboom
   
Commentaar op casus 'Huisarts en seksueel actieve hiv-patiënt' - Marcel Verweij
   
Wettelijke plichten en grenzen hulpverlening mensen met hiv - Ronald Brands
   
Opsporen dubbel- en superinfecties met hiv - S. Jurriaans, M. Cornelissen
   
Soa en hiv Nederland in 2005 - E. Op de Coul, I. de Boer, A. van Sighem
   
Hiv en jongeren - Ard van Sighem
   
Van Care2Talk about Sex?! naar Dare2Talk about Sex!! - I. Shiripinda, B. Tempert
   
Waarom laat men zich al dan niet testen op hiv? - J. de Wit, P. Adam
   
Het antwoord van de preventie op de toename van onveilige seks - Matthieu klein Tank
   
Bouwstenen van preventie voor homomannen met hiv - B. Bakker, N. van Kesteren
   
Mensen met hiv: Erik & Gerard - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Thandiwe - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Steven - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Marleen - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Jurgen - Bertus Tempert
   
Mensen met hiv: Michelle - Bertus Tempert
   
‘Positive Prevention’ in West-Europa - Mary Hommes